Sinds Martin Scorsese zijn mening gaf over Marvelfilms wordt de discussie weer regelmatig gevoerd: wat is cinema? Een sluitend antwoord is er niet, maar Jackass Forever is het sowieso.

Op 12 maart 1896 vond de allereerste filmvertoning in Nederland plaats, in de Amsterdamse Kalverstraat. Acht korte films van de gebroeders Lumière, waaronder hun beroemdste, L’Arrivée d’un train en gare de La Ciotat, waarin te zien is hoe een trein op een station aankomt. Ook de andere films toonden alledaagse situaties: mensen op straat, een smid aan het werk, kinderen met een pop. Het tijdschrift De Amsterdammer schreef er op 14 maart over: ‘Wat men te zien krijg is inderdaad zoo verrassend, zoo piquant dat wij aan het publiek met warmte aanbevelen, het te gaan zien. (…) Een spoortrein komt het station binnenrollen, zwaar en plomp; onwillekeurig wijkt men terug…’

Dat men ooit in paniek het theater uit rende vanwege die trein is een broodje aap, maar dit stukje bewijst dat de film toch een fysieke reactie wist te ontlokken. Hoe vaak gebeurt dat nu nog? Dat is de essentie van cinema: niet het verhaal, niet de personages, niet de thematiek, maar eenvoudigweg onder de indruk zijn van wat je zíet.

Al snel nam het publiek geen genoegen meer met een aankomende trein. Interessanter waren de special-effects-films van pioniers Alice Guy-Blaché en George Méliès, de stunts van actieheldinnen Helen Holmes en Pearl White, en natuurlijk de slapstick van Harold Lloyd en Buster Keaton. In die traditie staat Jackass, de enige grote franchise die het publiek nog steeds verbaast, verrukt en onwillekeurig doet terugwijken met puur visuele middelen.

De rauwe punksfeer van de oorspronkelijke MTV-serie (2000-2002) en de eerste film (2002) is er vanaf in Jackass Forever. Dat zien we meteen in de openingsscène, een groots opgezette parodie op een monsterfilm, vol cameo’s en special effects. Is dit nog wel Jackass? Jazeker, blijkt wanneer de werkelijke identiteit van het monster onthuld wordt. Gelukkig heeft de crew, net zoals bij de drie eerdere films, niet de neiging gehad een verhaal om de stunts heen te bouwen: we kijken weer gewoon hoe Johnny Knoxville, Steve-O, Chris Pontius, Dave England, Wee Man, Danger Ehren en Preston Lacey enthousiast de meest belachelijke, pijnlijke en hilarische capriolen uithalen. Twee grote afwezigen zijn de in 2011 overleden Ryan Dunn en de tijdens de opnames ontslagen Bam Margera. Die laatste mis ik niet. Vroeger was ik altijd op hem, maar terugkijkend vind ik hem de minst leuke van het stel, juist omdat hij de enige is die sexy lijkt te willen zijn, met zijn stomme sjaaltjes. Van interesse in hun eigen sex appeal hebben de andere jackasses geen last. Hun lichaam is enkel een instrument om mensen, in de eerste plaats hun vrienden, aan het lachen te maken. Bijvoorbeeld door je scrotum als boksbal te laten gebruiken, of bijen op je penis te laten landen – als genitalieën ermee te maken hebben is het eigenlijk altijd goed.

Het team is aangesterkt met nieuw bloed: Zach Holmes, Erik Manaka, Poopies, Jasper (bekend van rapgroep Odd Future) en Rachel Wolfson, de eerste vrouwelijke jackass. Laatstgenoemde krijgt teleurstellend weinig te doen, waarschijnlijk ook omdat de jongens zich geen raad weten met een meisje in hun midden. Ze trekken zonder gêne aan elkaars balzak, maar als tijdens Rachels enige solostunt een schorpioen op haar borst valt, durft Chris Pontius hem daar niet weg te halen zonder haar expliciete toestemming. En een vrouw die in het gezicht geslagen wordt is toch minder grappig dan een man, zal men gedacht hebben.

Het blijft mannenvriendschap, waar Jackass over gaat. In het logo van de film is de v in Forever een hartje, en dat heeft een goede reden: dit is de meest sentimentele Jackass. Het format werkt alleen als je gelooft dat de deelnemers echt van elkaar houden, en dat geloof je. Knoxville is de meest dominante en sadistische van het stel, maar uiteindelijk is hij het ook die zichzelf het meest in gevaar brengt, met een herhaling van een stunt uit 2002 waarbij hij zich omver laten beuken door een stier.

In de zeer vermakelijke vijfde Scream-film werd dit jaar uitgelegd wat een legacyquel is: een nostalgische vervolgfilm waarin de oude personages het stokje overdragen aan de nieuwkomers. Het meest tranentrekkende én vervelende recente voorbeeld is Ghostbusters: Afterlife. Veel ontroerender is Jackass Forever, een hilarische viering van het leven met heel soms een verrassend melancholisch moment: Preston Lacey poept in zijn broek, niet eens expres, en merkt beduusd op dat hij nu 51 is. Tragedie en komedie zie je zelden zo natuurlijk verenigd.

In handen van de nieuwelingen zie ik Jackass in elk geval graag een doorstart maken. Voor nu: er draaien op dit moment heel wat goede films (The Tragedy of Macbeth, The Card Counter, Licorice Pizza, West Side Story, The Worst Person in the World, The Lost Daughter), maar als je er maar eentje bezoekt, laat het dan de film zijn die cinema op z’n puurst is. Wat men te zien krijg is zoo verrassend, zoo piquant dat wij aan het publiek met warmte aanbevelen, het te gaan zien.