Now Reading:

In gesprek met Tim Oliehoek: ‘Als alles kan, wordt het niet zo interessant’

In gesprek met Tim Oliehoek: ‘Als alles kan, wordt het niet zo interessant’

Een vrolijke en opgeluchte Tim Oliehoek komt de lunchroom binnenlopen waar we hebben afgesproken. ‘Ik heb geen oog dicht gedaan de laatste tijd,’ bekent de regisseur. Want in nog geen week tijd gingen twee series van zijn hand in première en de verwachtingen waren hooggespannen. Maar de kijkcijfers zijn goed en de recensies van zowel de true-crimeserie Stanley H. als het tweede seizoen van Het geheime dagboek van Hendrik Groen zijn lovend. Tim kan dan ook eindelijk weer goed slapen. 

We zijn neergestreken in Pension Homeland naast het marine-terrein. Die plek heeft Tim niet alleen uitgekozen omdat hij in buurt woont. De hele IRT-affaire die centraal staat in het verhaal van Stanley H. heeft namelijk op dat terrein plaatsgevonden: ‘Daar stond het IRT-gebouw.’ Dat bizarre stuk Nederlandse geschiedenis was een van de redenen waarom Tim meteen voor het verhaal over Stanley Hillis viel: ‘Dat dit heeft kunnen gebeuren in de jaren ’90, dat is heel stuitend. En mensen weten er eigenlijk heel weinig van.’ 

Het is niet de eerste keer dat je een waargebeurd en politiek beladen verhaal tot een serie maakt. Met De Zaak Menten vertelde je het verhaal over de ontmaskering van oorlogscrimineel Pieter Menten die jarenlang ongestoord en als miljonair in Nederland leefde. Was die serie voor jou een soort omslagpunt? 

‘NL Film vroeg mij voor die serie, maar ik snapte niet zo goed waarom ze mij wilde. Als je kijkt naar mijn eerdere werk was dit project gewoon heel anders. Maar ik ging het script lezen en wist ik meteen: “Dit moet ik doen!” Ik dacht bij mezelf: ”Of ik ga enorm op mijn bek, of het lukt gewoon.” En het lukte. Het is ook een noodzakelijk verhaal. Ik voelde ook echt de verantwoordelijkheid om het goed te doen. En dat gevoel heeft me echt enorm getriggerd. Ik wilde daar mee doorgaan.’

Op de set van Stanley H. Foto: Nikolai van Nunen

Is daarmee het hoofdstuk van actiefilms als Vet Hard en Spion van Oranje ook echt afgesloten?

‘Die liefde is er natuurlijk nog steeds. Het is ook het soort films waar ik mee ben opgegroeid. Als jonge jongen keek ik naar Arnold Schwarzenegger en Sylvester Stallone, dus don’t blame me. Ik zie mezelf dan ook ooit nog wel weer een dikke actiefilm maken. Maar in Stanley H. en De zaak Menten staat de actie in dienst van het verhaal. Vroeger was het gewoon: ”wat voor actiesequentie gaan we opnemen?” En daar moest dan een verhaal omheen. Dat levert wel leuke scènes op, maar als je die achter elkaar zet in een spanningsboog van negentig minuten, stort de heleboel in elkaar.’

Die liefde voor bekende actiefilms is in Stanley H. duidelijk terug te zien. Zo meende ik verwijzingen naar James Bond en naar Reservoir Dogs te herkennen. Is dat voor jou een soort handtekening?

‘Zo wil ik het niet noemen. Die verwijzing naar Ursula Andress [Bond girl in Dr. No, red.] was heel cliché, maar ik dacht: ”fuck it, we doen het gewoon.” Het gaat uiteindelijk vooral om het effect en niet elke verwijzing is bewust. Zo is er een moment dat Stanley vlak voor een schietscène heel rustig een pluisje van zijn mouw plukt. Dat zijn kleine dingen om hem iets menselijks te geven. Dat de kijker het gevoel heeft: ”zo’n pluisje, dat heb ik zelf ook wel eens.” Ik bedacht me veel later dat zo’n moment als met dat pluisje ook in Cast Away zit. Die film heb ik heel vaak gezien, maar ik had pas achteraf door waar ik het vandaan had. Dus het is vaak niet bewust, maar die films zitten wel in mijn systeem.’ 

Was het lastig om die menselijke kant van Stanley Hillis te laten zien? 

‘Ik vind het interessant om iets te zoeken wat je herkent in een personage. Stanleys keuzes zouden nooit de mijne zijn, maar het is wel mooi om het publiek te dwingen erover na te denken; dat de kijker die keuzes op een bepaalde manier begrijpt. We willen Stanley uiteindelijk niet op een voetstuk zetten, hoewel de eerste aflevering dat wel doet, maar daarna gaat het mis.’

Had de echte Stanley die menselijke kant ook, of is dat creatieve vrijheid? 

‘Er werd wel veel over hem gezegd dat hij anders was. Dat hij tijdens een bankoverval als vrouw verkleed was en het personeel probeerde te kalmeren, is bijvoorbeeld echt gebeurd. Ook het moment dat Stanley in de openingsscène stopt om een voetganger voorrang te geven [vlak voordat Stanley geliquideerd wordt, red.] is zo door een getuige verteld. Dat heb ik er dus ook ingelaten.’

‘Hij had ook wel een gezellige, leuke kant. Hij kon je oom zijn. En het is als filmmaker ook veel interessanter om met zo’n personage aan de slag te gaan. Neem Willem Holleeder, Judas was natuurlijk een succes, maar daar zie je eigenlijk iemand die alleen maar boos is. Op een gegeven moment is dat niet eng meer. Voor mij is het veel enger als iemand bij jou op je verjaardag kan komen en een taartje komt eten, en dat je vervolgens een scène kan laten zien waarin hij de opdracht geeft om iemand te liquideren.’

Tim en de cast van Stanley H.

‘Jeroen [Spitzenberger, red.] speelt dat ook heel goed. Hij kwam auditie doen, maar ik wilde hem eigenlijk niet. Behalve uit Süskind, kende ik hem toch vooral als de Nederlandse Hugh Grant dus ik zag hem niet meteen als de gevaarlijke Stanley. Maar die auditie heeft mij wel echt om doen slaan. Hij wilde de rol ook echt. Hij kwam binnen in een jaren-90-outfit, met een pruik en een snor op.’

‘We deden voor de auditie het interview met Sonja Barend en ik zat naar hem te kijken en voelde meteen zijn pijn. In dat interview wil Stanley rechtzetten dat hij gevaarlijk is. Hij vond echt dat hem onrecht was aangedaan. En dat zag ik ook bij Jeroen. En Jeroen kan ook gevaarlijk zijn. Als je kijkt naar foto’s van Stanley, die heeft ogen waar geen ziel in zit. Jeroen kan ook zo’n waas voor zijn ogen hebben. Als een haai die achter een prooi aanzit.’ 

We hadden het er al even kort over in relatie tot je nachtrust, maar er gingen in een week tijd twee series van jou in première. Liepen de opnames net zo door elkaar?

‘Ja. November vorig jaar begonnen we met draaien voor Stanley H. en waren we aan het schrijven voor Het geheime dagboek van Hendrik Groen. Toen moesten we monteren voor Stanely en startte het voorbereiden en draaien van Hendrik Groen. Ik kreeg soms wel kortsluiting in mijn hoofd, ja. Het is tof dat het gelukt is. En ik vind het ook wel stoer dat er twee series tegelijk uitkomen.’

Maar is het niet verwarrend om te leven in twee totaal verschillende verhalen?

‘Het was ook wel een hele fijne afwisseling. Want het ene verhaal is heel duister en het andere superlief. Dus ik vond het eigenlijk wel heel fijn. Dat je eerst bezig bent met het geluid van een heftige scène uit Stanley H., en dan gaat monteren voor Hendrik Groen en denkt: ”Ah, wat lief.” Dat is zo leuk!’

Op de set van Het geheime dagboek van Hendrik Groen met Kees Hulst en André van Duin. Foto: Mark de Blok

En nu met vakantie, of staan er alweer nieuwe projecten op stapel?

‘In april ga ik weer met een nieuw vierluik beginnen. Ik mag nog niet zeggen wat, maar het is wel weer gebaseerd op waargebeurde feiten. Dat is ook wel weer tof, want er komen nu veel nieuwe uitdagingen op mijn pad. Ik heb alleen ook wel een beetje het gevoel dat ik qua series wel een soort top heb bereikt. Dat klinkt heel arrogant, maar ik bedoel met wat er hier  kan. Er kan natuurlijk altijd zat aan verbeterd worden, maar qua ‘size’ wordt het niet veel groter. [Stanley H. had een budget van 500.000 euro per aflevering, red.] Tenzij we samenwerkingen gaan doen met Netflix en zo, want er gebeurt natuurlijk veel op seriegebied. Mensen kijken het, dus ik hoop dat dat ook beloond gaat worden in de budgetten.’

En als die budgetten groter worden, wat zou je dan willen maken? 

‘Voor Stanley H. had ik wel meer totalen willen draaien, meer figuranten, auto’s in de straten. Ik heb toch best veel lange lens moeten draaien, waardoor de achtergrond onscherp is. En misschien had ik ook net iets meer actie gewild. Al geloof ik niet dat de mensen die het zien het zullen missen.’

‘Het is ook dubbel, want ik geloof niet dat een film of serie altijd goed kan worden als je heel veel budget hebt. Ik denk dat een beperking ook heel goed kan zijn voor een filmmaker omdat je dan gedwongen wordt om anders te denken, slimmer te denken; niet binnen de lijntjes. Als alles kan vind ik het eigenlijk niet meer zo interessant. Zo zat ik naar de live action-versie van The Lion King te kijken, daar komt alles uit een doosje, daar kan alles. Het was prachtig, maar eigenlijk niet zo interessant.’

Op de set van Het geheime dagboek van Hendrik Groen. Foto: Mark de Blok

Dus die actie en special effects worden steeds minder belangrijk voor je? 

‘Het hoeft voor mij inderdaad niet meer zo te schreeuwen, vroeger had ik het idee dat als ik Amerika niet zou halen ik gefaald zou hebben. Dat heb ik helemaal niet meer. Dat heeft denk ik ook te maken met dat ik ouder word. Ik raak niet meer zo opgewonden van de Marvel-films en zo. Ik vind het minder interessant wat er nu gemaakt wordt. Het zijn allemaal remakes en vervolgen. Het meest interessant zijn toch de kleinere films.’

‘Ik hoop ook dat er bij het publiek een soort omslagpunt komt. Dat mensen weer veel meer gaan voor de verhaalfilms. Stiekem, als je kijkt naar al die coole jaren negentig films, zit een deel van het gevoel in het feit dat je wéét waar de camera heeft gestaan, dat er foutjes in zitten, dat het rafelig wordt. Dat heeft veel meer een ziel, nu gaat de ziel er nu toch een beetje uit.’

Dus we gaan meer kleiner werk van jou zien?

‘Nou, ik hoef ook geen arthouse maken. Dat ik zoveel jaar van mijn leven in een film stop en er dan niemand gaat kijken. Wat dat betreft is er ook wel wat veranderd. Als cineast wilde je altijd films maken en series deed je er dan bij, maar nu lijkt dat steeds meer om te draaien. Dat is eigenlijk wel heel raar. Wiplala heeft mij drie jaar van mijn leven gekost en daar kwamen 300.000 mensen heen, wat voor een Nederlandse bioscoopfilm ook nog eens heel goed is. Maar dan maak je Hendrik Groen in een jaar en dat zien dan 2,3 miljoen mensen.’

‘Dat is wel heel fijn aan televisie nu. Dat je iets maakt waar je heel erg je best voor hebt gedaan en dat mensen daar ook naar kijken, zich vermaakt hebben en het erover hebben. Dat is voor mij wel echt de motivatie. Het lijkt mij echt frustrerend dat je echt alleen iets maakt voor je zelf en dat er dan vijfduizend mensen naar de bioscoop gaan, wat veel gebeurt in Nederland. Die films winnen vaak wel hele mooie prijzen en zo, maar het wordt dan wel een hele dure hobby.’

Input your search keywords and press Enter.