Nu aan het lezen:

Imagine Film Festival: dag 2

Imagine Film Festival: dag 2

 

Tien dagen lang kun je bij het Imagine Film Festival in EYE terecht voor de – in meerdere opzichten – fantastische film. Horror, sciencefiction en fantasy zijn de genres waarbinnen Imagine vertoeft, met dit jaar speciale aandacht voor architectuur onder de titel Building Dreams & Nightmares.

Voor mij begint het festival na de apocalyps. In Embers, de debuutfilm van Claire Carré, heeft het grootste deel van de mensheid haar geheugen verloren. Een fascinerend gegeven. Embers is in de eerste plaats een filosofische film, waarin de in totaal vijf verschillende verhaallijnen elk een specifieke reactie op het geheugenverlies exploreert, bijna als een gedachte-experiment. Er zijn onder meer twee geliefden die elke ochtend als vreemden naast elkaar wakker worden, een jongeman die alles op zijn pad kort en klein slaat en in een bunker wonen een vader en dochter die weliswaar hun geheugen behielden, maar hun vrijheid verloren.

Het grote probleem van Embers is het gebrek aan ontwikkeling. Uiteraard bevinden al de personages zich door hun aandoening in een soort stase, maar de stilstand is in dit geval toch ook te wijten aan het script, dat simpelweg te weinig substantie heeft om een gehele speelfilm op te bouwen. Dat is vooral jammer omdat Carré wel overtuigt in het creëren van een geloofwaardige post-apocalyptische wereld. Gefilmd in leegstaande Amerikaanse en Poolse steden heeft Embers een mooie vervreemdende sfeer die benieuwd maakt naar wat Carré kan met een goed script.

Nog een debuutfilm, maar eentje die al wat meer stof deed opwaaien is Bone Tomahawk. De openingsscène verraadt al dat we hier niet van doen hebben met een doorsnee western. En ook de programmering op Imagine is een teken aan de wand. En toch zetten de daaropvolgende scènes, gedrenkt in bruintinten en vergeven van mannen met verweerde koppen en namen als Hunt en Brooder, ons weer terug op het verkeerde been. Deze eersteling van S. Craig Zahler is typisch het soort film waar je het best zo min mogelijk van weet voor je hem gaat zien. Een man en een vrouw verdwijnen (en overigens ook een stel lepels, wat minder belangrijk is, maar ik vraag me toch nog steeds af waar de lepels zijn gebleven) en vier mannen gaan op pad om hen te zoeken. De opmaat is traag en leunt op (sterke) dialoog, maar als het los gaat, gaat het ook goed los. Het is morbide, macaber, grotesk en toch ook oprecht angstaanjagend.

S. Craig Zahler wist een prachtige cast te verzamelen, aangevoerd door Kurt Russell, die sinds hij een oude man is geworden met een baard ineens perfect blijkt voor (onconventionele) westerns. Zie ook Tombstone of begin dit jaar nog Tarantino’s The Hateful Eight. Richard Jenkins speelt een glansrol als de niet al te snuggere hulpsheriff van de door Russell gespeelde Hunt. Vooral zijn heerlijk onnavolgbare monoloog over een vlooiencircus waar de vlooien door hoepeltjes springen en op kleine fietsjes fietsen is een droefgeestig hoogtepunt in de film. Enige minpuntje aan Bone Tomahawk is dat door die lange opbouw en de abrupte omslag in toon en ritme, het einde plotseling heel snel lijkt te komen. Al is dat einde zelf dan wel weer prettig ingetogen.

Dag 1.3

In de documentaire Creature Designers – The Frankenstein Complex duiken we in de wereld van make-up en special effects-artiesten. De mensen die monsters creëerden. Onder meer Rick Baker (The American Werewolf in London), Steve Johnson (The Abyss) en Phil Tippett (Starship Troopers) komen aan het woord en vertellen over hun ambacht, dat steeds verder wordt verdrukt door de opkomst van CGI. Grofweg gaat de documentaire chronologisch door de geschiedenis heen. Van de vroege pioniers als Lon Chaney en Jack Pierce tot de motion capture van Andy Serkis. Allerlei technieken komen voorbij; de man in suit, stop-motion, animatronics.

Maar vooral gaat Creature Designers over de passie van deze mensen voor hun vak. Ziel en zaligheid steken ze in de schepsels, beperkingen overwinnend dankzij legio geduld en creativiteit. De documentaire is niet gekant tegen CGI, maar wel een hommage aan de magie van het handwerk, van echte, tastbare creaturen. Van het frutselen en kleien, zoals Ray Harryhausen die in zijn garage dinosaurussen in elkaar knutselde. En dan uiteindelijk dat moment op de set dat je wat je ooit op papier schetste ziet bewegen. “It’s alive!”, zoals dr. Frankenstein uitriep. Uiteindelijk, benadrukken ze allemaal, zijn het eerst en vooral karakters die ze scheppen. En daar is menselijkheid bij nodig.

We eindigen waar we begonnen. In Into the Forest kondigt de apocalyps zich aan met stille trom. De lichten doven, het internet valt uit; de mensheid wordt ontdaan van moderne technologie. Twee zussen, gespeeld door Evan Rachel Wood en Ellen Page, trachten zich in hun afgelegen huis in de Canadese bossen aan de nieuwe situatie aan te passen. Regisseur Patricia Rozema kiest ervoor de aandacht te leggen op de eerste periode van het technologieloze bestaan en dat is eigenlijk jammer, want in het tweede deel wordt de film steeds interessanter en het einde komt op een moment dat juist het begin lijkt van een fascinerend nieuw hoofdstuk.

Into the Forest herinnert aan Julian Pölsler’s Die Wand en Craig Zobel’s Z for Zachariah, ook films die weinig tot niets uitleggen over de aanloop naar of aard van de catastrofe en de mens plaatsen in een vrijwel solitaire wereld middenin de natuur. Teruggeworpen op zichzelf en de eigen vindingrijkheid moeten de personages diep in zichzelf zoeken naar wat ons mens en individu maakt. Had Rozema haar script halverwege laten beginnen en er nog een akte aan toegevoegd, dan had ze zichzelf de kans geboden in dat soort thema’s te graven, nu blijft het net te schematisch en oppervlakkig. Wat niet wegneemt dat Into the Forest kan leunen op sterke performances, mooie beelden en hier en daar een vleugje poëzie.

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Written by

Redacteur bij Cine, schrijft daarnaast ook nog onder meer over film bij Biosagenda.nl en over theater bij Theaterkrant.nl. Daalt graag af naar de obscure krochten van cinema en houdt bijna net zoveel van slechte sciencefiction als van goede sciencefiction.

Typ en klik enter om te zoeken