In dit tweede verslag van Imagine onder meer een dystopie uit Turkije, een verontrustend sprookje uit Duitsland en een toneeladaptatie van Alien in Dorset.

Met haar felrode jas rent Ève (Lucie Debay) als een opgejaagd roodkapje door de bossen. Maar het zijn niet de wolven waar ze voor vlucht. Zoals een vrouw aan het begin van de film al omineus verkondigt zijn het niet de wolven die je moet vrezen, maar de mannen. Hunted is een variatie op rape-revenge thrillers als I Spit on Your Grave (1978) en The Last House on the Left (1972). Aan het begin van de film ontmoet Ève een sympathiek ogende man in een bar. Maar wanneer ze bij hem in de auto stapt zit daarin nog een man en gaan de deuren op het kinderslot. Ze weet te ontkomen en wat volgt is een gewelddadig kat-en-muisspel door de bossen.

Met Revenge (dat in 2018 op Imagine draaide) toonde Coralie Fargeat dat er best nog iets interessants is te doen met dit discutabele genre. Dat doet Hunted helaas niet. Regisseur Vincent Paronnaud (Persepolis) weet de film niet boven de simpele premisse te tillen. Het ontbreekt aan nagelbijtende spanning of een subversieve blik. Daarbij blijft hij het grootste deel van de film bij de daders, terwijl Ève niet meer doet dan rondrennen en gillen. En wanneer ze zich dan uiteindelijk ontpopt als wraakzuchtige kwelgeest, is dat vooral een uiterlijke vertoning.

In het dystopische In the Shadows worden we losgelaten in een troosteloze wereld vol modder en surveillance. De film volgt een groep arbeiders die werkt in een afgelegen en aftandse fabriek, een kolos van schilferende verf en roest. Overal hangen camera’s en achter een plaatstalen deur huist de fabrieksleiding die de arbeiders nauwlettend in de gaten houdt. Maar een van hen begint daaraan te twijfelen. Is er wel iets aan de andere kant van die deur? Aan het einde van de camerakabels?

De plot van In the Shadows is dunnetjes en voelt wel erg uitgesmeerd over de speelduur van de film. Maar deze Turkse film moet het ook vooral hebben van de sterke world building. Het desolate decor is overtuigend en de grauwe arbeiders dolen er geloofwaardig afgemat in rond. En regisseur Erdem Tepegöz begrijpt dat het niet nodig is om alle bijzonderheden van dit bestaan uit te leggen. Hoe deze fabriek in de grotere wereld past blijft ongewis en versterkt het gevoel dat we getuige zijn van een soort sisyfusarbeid, waarbij almaar stenen worden weggedragen van een berg die nooit kleiner wordt.

De interessantste film die ik deze editie van Imagine zag was ongetwijfeld The Trouble with Being Born van Sandra Wollner, een verontrustend scifi-sprookje dat een blik werpt op de wereld en vooral op de mens door de ogen van een androïde. Die androïde Elli heeft de uiterlijkheden van een tienjarig meisje en woont in een afgelegen huis in het bos met een man die ze ‘papa’ noemt, maar het wordt al snel duidelijk dat hun relatie ook een seksuele kant heeft. Voer voor controverse, maar dat zet Wollners film te gemakkelijk in een hoek. The Trouble with Begin Born is een fascinerende en filosofische film over onder meer identiteit.

Zo onderzoekt de film de betekenis van herinneringen als bouwstenen van onze identiteit. In de mens zijn herinneringen veranderlijk, maar in de androïde zijn ze onwrikbaar. Zelfs de kleinste details veranderen nooit. Die dag op het strand, de structuur van de handdoek, de geur van zonnebrandcrème en sigaretten. Als de film halverwege plots een andere richting inslaat, blijken die muurvast geprogrammeerde herinneringen niet zo makkelijk los te laten. De tweede helft is als een spiegelbeeld van de eerste, waarbij de androïde, met haar wasachtige en uitdrukkingsloze gelaat, onze behoefte om ons verdriet, verlangen en onbehagen ergens op te kunnen projecteren genadeloos reflecteert.

Dan nog twee documentaires. In CODE NAME: Nagasaki gaat acteur en filmmaker Marius op zoek naar zijn Japanse moeder, die hem als jongetje achterliet in Noorwegen. Hij doet dat samen met zijn beste vriend en medefilmmaker Fredrik, met wie hij een liefde voor genrefilms deelt. Die liefde vertaalt zich in de speelse vorm van de documentaire waarin de twee tal van genres uitspelen, van film noir tot folkhorror. Maar willekeurig wordt het nooit, die genres zijn een uitdrukking van de gemoedstoestand van Marius, die zich het ene moment als een detective in zijn zoektocht stort en het andere moment wordt overvallen door twijfel, woede en angst.

CODE NAME: Nagasaki is een zeer persoonlijke en niet altijd even toegankelijke film. Wanneer Marius zijn moeder weerziet, wordt dat verbeeld in animatie, vermoedelijk omdat zijn moeder niet in beeld wil. Het maakt dat je je op afstand gezet kunt voelen als kijker, maar bij mij had het vreemd genoeg bijna het tegenovergestelde effect. De animatiebeelden geven de wat ongemakkelijke ontmoeting, waarvan we alleen de stemmen horen, een verrassende intimiteit en vangen de catharsis die dit weerzien voor beide is.

Tot slot Alien On Stage, een documentaire over een amateurtheatergezelschap bestaande uit buschauffeurs uit Dorset. Elk jaar voeren ze een pantomime op rond kerst, tot ze een keer besluiten het anders aan te pakken en zich storten op een bewerking van Ridley Scotts Alien. Zonder geld, maar met een vrachtlading creativiteit worden decorstukken, kostuums en special effects vervaardigd. Het eindresultaat, in gelijke delen amateuristisch en hartverwarmend, kan in Dorset op weinig weerklank rekenen maar tot hun verbazing wordt het gezelschap uitgenodigd te spelen op de West End in Londen. De trip daarheen en de eenmalige opvoering aldaar, vormt het hart van de documentaire.

Deze slotfilm van Imagine is als documentaire nogal rommelig, maar het onderwerp is zo charmant dat je geneigd bent dat te vergeven. Alien On Stage is een aanstekelijke ode aan die unieke collectieve ervaring die theater kan zijn. En voor iemand als ik, die alweer bijna een half jaar geen theater van binnen heeft gezien, is dat iets om bijna wanhopig het hart aan op te halen.