Nu aan het lezen:

Imagine 2019, deel 3 (slot)

Imagine 2019, deel 3 (slot)


Imagine, al een tijdje het beste filmfestival van Nederland (dankzij programma en locatie), kende dit jaar weinig uitschieters naar boven of naar beneden. Het meeste wat ik er zag was alleszins oké, met als voornaamste hoogtepunten eigenlijk de oude films.

The Standoff at Sparrow Creek is de eerste film van productiehuis Cinestate waarbij S. Craig Zahler (Bone Tomahawk, Brawl in Cell Block 99) niet betrokken was. Maar ook deze film heeft de controversiële politieke thema’s die al zijn werk kenmerken: Cinestate lijkt zich te specialiseren in films over hot issues die niet écht een standpunt innemen, maar wel tot discussie leiden. Standoff is een kleine paranoiathriller over een Amerikaanse militiegroep. Mannen met wapens, die zich voorbereiden op een eventuele burgeroorlog. Het nieuws dat er een aanslag gepleegd is bij de begrafenis van een politieagent brengt de groep samen in hun geheime hoofdkwartier — maar dan blijkt dat hoogstwaarschijnlijk een van hen verantwoordelijk was voor de aanslag. Een klassieke whodunit, dus, met een handvol personages op één locatie en steeds hogere druk. Debuterend regisseur en scenarist Henry Dunham haalt visueel alles uit zijn sobere setting, met sfeervolle clair-obscur-shots en strakke composities. Hij leunt echter iets te veel op zijn dialogen, duidelijk geïnspireerd door Tarantino en Zahler, maar beneden hun niveau. De brommende character actors, velen bekend van kleinere rollen in grotere films (Patrick Fischler had een nachtmerrie in Mulholland Drive; Gene Jones speelde kop-of-munt in No Country for Old Men), doen hun gebruikelijke best.

Ruben Brandt: Collector is een inventieve Hongaarse animatiefilm vol verwijzingen naar klassieke westerse kunstwerken. De titelfiguur is een psychiater die levendige nachtmerries heeft over beroemde schilderijen. De enige oplossing lijkt die schilderijen te verzamelen. Dat doet hij met behulp van zijn patiënten, die op uiterst creatieve wijze musea van hun pronkstukken ontdoen. Het is fijn om te zien dat er nog animatiefilms gemaakt worden die alleen in dat medium kunnen bestaan. Dat is Ruben Brandt zeker, met die virtuoze scènes waarin de werkelijkheid overvloeit in de wereld van een schilderij. Maar op een gegeven moment worden alle verwijzingen naar kunstwerken wat te opdringerig, en de stilistische strapatsen vermoeiend. Uiteindelijk zijn het in een avonturenfilm toch de personages die je erdoorheen moeten leiden. Dat zijn hier de stereotypen van de getormenteerde kunstliefhebber en de sexy dievegge in catsuit. Mja.

Await Further Instructions is een ouderwetse Britse B-film, een kleinschalige sciencefictionthriller met politieke lading en lekker cheesy special effects. We beginnen herkenbaar: een ongemakkelijk kerstfeest bij een familie in conflict. Conservatieve witte mensen, behalve zoon Nick en zijn nieuwe, Indiase vriendin Annji. De stereotypen worden allemaal iets te grof geschetst: de mopperige, schaamteloos racistische opa die eigenlijk nog in de jaren 50 leeft; de moeder die haar vooroordelen verbergt achter een glimlach; de autoritaire vader; de zoon die hun racisme niet langer pikt; de intelligente vrouw van kleur die het allemaal waardig ondergaat. Bekend terrein. Net als het feit dat de familie de volgende ochtend wordt opgesloten: hun huis blijkt ‘s nachts ingepakt te zijn in een ondoordringbaar zwart metaal. Op televisie een boodschap: AWAIT FURTHER INSTRUCTIONS. Vader vertrouwt de tv, want wat moeten ze anders? Het is allemaal zo on the nose als de mindere afleveringen van Black Mirror, maar Instructions maakt veel goed met een lekkere B-sfeer.

Blue Velvet Revisited is een documentaire over David Lynch’ klassieker Blue Velvet, die aansluitend vertoond werd. In 1986 mocht toenmalig filmstudent Peter Braatz opnames maken op de set. Dertig jaar later besloot hij iets te doen met die Super-8-beelden, foto’s en geluidsbanden met interviews. Een strengere selectie was het resultaat ten goede gekomen: twintig minuten is meer dan genoeg voor deze structuurloze verzameling. Een sfeervolle soundtrack van Tuxedomoon ten spijt is Blue Velvet Revisited met 85 minuten amateurfilmpjes gewoon vervelend.

De traditionele Night of Terror verdween een paar jaar geleden van het festival, en ook het soort films dat daar vertoond werd — lollige en/of ranzige horror — zien we er sindsdien steeds minder. Het Slash-O-Rama-programma, samengesteld door Phil van Tongeren, is dit jaar een herinnering aan die goeie ouwe tijd. Van Tongeren liet Friday the 13th en Eyes of a Stranger zien (zie deel 1), maar het hoogtepunt was natuurlijk de vertoning van Maniac en Maniac Cop, geïntroduceerd door regisseur William Lustig. Lustig is een praatgrage New Yorker, die met vet Bronx-accent sappige anekdotes oplepelt over het rommelige productieproces van die exploitatieklassiekers. De films houden ook nog goed stand. Maniac zag ik al eens eerder in EYE, toen op een ouwe 35mm-print met krassen en verkleuring. Ditmaal werd een 4K DCP gebruikt. Normaal gesproken verkies ik een mooie restauratie boven oud celluloid, ondanks de magie van ‘echte film’. Voor Maniac is zo’n ranzige print echter het mooist. Niet alleen omdat die de sfeer van de film ten goede komt, maar ook omdat het heldere beeld van de DCP minder genade kent voor de wat gedateerde special effects van Tom Savini. Toch blijft Maniac een film waarna je een douche wil nemen. Dat geldt niet voor Maniac Cop, voor grindhousebegrippen een nette crowdpleaser. Het Slash-O-Rama werd afgesloten met Just Before Dawn, een soort proto-slasher van Jeff Lieberman. In zijn introductie vertelt Van Tongeren dat Lieberman niets heeft met het slashergenre, en zijn film daar ook absoluut niet in plaatst. Just Before Dawn werd in 1981 weliswaar in de markt gezet als soortgenoot van Friday the 13th, maar werd gedraaid vóór die monsterhit, en dus vóór de slasherexplosie van de jaren 80. Met die gedachte is het opvallend hoe veel van de clichés van het genre al aanwezig zijn in Dawn: de oude man die de twintigers waarschuwt, voordat ze het bos in gaan; de naaktzwemscène; de moordenaar als een soort oncontroleerbare natuurkracht. Maar Dawn is een veel betere film dan Friday en z’n opvolgers: sfeervol, spannend, en gebouwd op sterke thematiek omtrent stedelingen in de natuur.

De laatste film van het festival is One Cut of the Dead, winnaar van de publieksprijs en afsluiter van het best-of-programma op zaterdag. Men zegt dat het zo’n film is waar je niets van moet weten voor je hem ziet, maar ik denk dat ik meer van deze Japanse klucht had genoten als ik van tevoren op de hoogte was geweest van het concept. Voor wie erom geeft dus een spoilerwaarschuwing. De eerste veertig minuten kijken we een tamelijk belabberde zombiefilm in één take. Daarna zien we de aanloop naar het productieproces, en in de derde akte zien we de opnames. Dan wordt duidelijk wat er allemaal mis ging. Alle storende elementen uit de eerste akte vallen bevredigend en hilarisch op hun plaats. Een soort Noises Off met een zombiefilm, dus. Knap gestructureerd en aan het einde verrassend ontroerend, maar dan moet je wel akkoord gaan met een vermoeiende aanloop van veertig minuten.

Imagine was dit jaar nóg iets minder Imagine dan voorgaande jaren; in de meeste films die ik zag zat überhaupt geen fantasie-element. Maar laten we niet moeilijk doen. Het blijft het enige festival waar je zowel Monos als Maniac kunt zien in de beste bioscoop van Amsterdam.

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Written by

Redacteur bij Cine, Schokkend Nieuws en The Cult Corner. Schrijft ook voor Hard//hoofd. Daarnaast editor en scenarist. Houdt van lange openingstitels.

Typ en klik enter om te zoeken