In de Bright Future-competitie van het IFFR is werk te zien van opkomende regisseurs.

In het uiterst precieze The Cathedral toont Ricky D’Ambrose het uiteenvallen van een familie door de ogen van een kind. De blonde Jesse, enig kind van Lydia en Richard, ziet de conflicten wortelen en uitlopen. De wrijvingen tussen zijn ouders, de botsingen met schoonfamilie. Op de achtergrond gebruikt D’Ambrose nieuwsbeelden om het verhaal, dat bijna twee decennia omvat, in de tijd te plaatsen maar ook om die conflicten te spiegelen aan een wereld die na een periode van relatieve rust aan alle kanten begint te kraken.

Vaak laat D’Ambrose de camera rusten op details. Verjaardagsballonnen die tegen het plafond plakken, een nieuw paar zwarte herenschoenen, een nauwelijks aangeroerde tosti. De aankleding van The Cathedral is waanzinnig gedetailleerd en schurkt bewust tegen het artificiële aan.

Van Amerika naar Haïti en een coming-of-age film die bijna in weerwil van zichzelf ook gaat over de politieke situatie in het land. Want zoals een medestudent antropologie van Freda opmerkt: “We zoeken de politiek niet op, de politiek zoekt ons op.” Momenten van onbezorgdheid worden in Gessica Généus’ Freda ruw verstoord door schoten op straat, en zo nu en dan zien we beelden van de echte protesten die er geregeld plaatsvinden.

En in dat tumult probeert Freda een toekomst vorm te geven. Maar welk beeld ze ook tracht te vormen van die toekomst, er valt altijd iets buiten de kaders. Haar vriend, die haar probeert te overtuigen met hem mee te verhuizen naar Santo Domingo, haar moeder die een winkeltje draaiende tracht te houden middenin dat onvoorspelbare geweld. Hoewel Freda nergens echt verrast, kan de film leunen op sterke rollen van Néhémie Bastien als Freda en Fabiola Remy als haar moeder.

Wel verrassen doet The Last Ride of the Wolves, waarmee Alberto De Michele alle glans afpoetst van het romantische beeld van de maffia. De wat versleten maffioso Pasquale maakt zich op voor zijn laatste grote klus en huurt daarvoor de diensten in van de door twee broers geleidde bende De Wolven. Het grootste deel van de film speelt zich af in de auto waarin Pasquale wordt rondgereden door zijn zoon en chauffeur Alberto (gespeeld door de regisseur zelf), terwijl hij onophoudelijk moppert over van alles en nog wat.

De Michele is zo vastbesloten de maffia te ontdoen van alle glamoureuze spanning en sensatie die er zo vaak omheen hangt, dat de film hier en daar wel wat sleept. En vooral in de karakterontwikkeling en het uitdiepen van de motivaties van de personages, schiet The Last Ride of the Wolves net wat te kort om echt een blijvende indruk achter te laten.

De beste film van wat ik zag uit de Bright Future-competitie was voor mij het Deense As in Heaven. Een film die aanvankelijk een Kinderen van Bolderburen-achtige sfeer tekent van het boerenleven eind 19e eeuw. Blote voeten, stralende zon en stoeien in de koeienstal. Maar het bloederige visioen waarmee dit speelfilmdebuut van Tea Lindeburg opent, werpt zijn schaduw dan al vooruit en al snel verandert de idylle in een beklemmende vertelling.

Wanneer de zwangere moeder van Lise op het punt van bevallen staat, wordt Lise met haar jongere broertjes en zusjes naar het huis van oma gestuurd. Maar ze is er niet gerust op en keert in de nacht terug, om daar een horrorachtig tafereel aan te treffen. Door het perspectief van Lise te kiezen, mooi subtiel gespeeld door Flora Ofelia Hofmann Lindahl, zijn die scènes bijna ondraaglijk. De film is onverbiddelijk in zijn portrettering van een tijd waarin vrouwen keer op keer kinderen moesten baren en de mannen die daar geen verantwoordelijkheid voor namen. En hoe dat leven meisjes elke kans op ontsnapping ontnam.