Now Reading:

IFFR Postcard #5: Helse voettochten

IFFR Postcard #5: Helse voettochten

In dit vijfde verslag vanaf het IFFR drie films die oorlogstijd verbeelden als een helse voettocht. Films waarin de frontlinie buiten zicht blijft en honger en dorst, hitte, uitputting en onderling wantrouwen de grote vijanden zijn.

‘Ik ben Zacarias. Ik ben een Portugese soldaat. Ik marcheer.’ Hij herhaalt de woorden alsof hij ze daarmee betekenis kan geven. Met Mosquito (de openingsfilm van deze festivaleditie) maakte regisseur João Nuno Pinto een oorlogsfilm waarin nauwelijks oorlogshandelingen voorkomen. Zoals in alle drie deze films. Het zijn ook films die elk in meer of mindere mate gaan over de expansiedrift van Europeanen, Mosquito meest expliciet. In de absurdistische openingsscène komen de Portugezen aan in Mozambique waar hun boot wordt opgewacht door zwarte mannen in lendendoeken die hen naar het strand dragen. De film toont een zo vaak vergeten kant van de Eerste Wereldoorlog: de strijd op het Afrikaanse continent, waar werd gevochten tussen Britten, Fransen, Duitsers, Portugezen. Allen azend op uitbreiding van hun invloedssfeer, om maar eens een eufemistische term te bezigen.

Zacarias heeft zich bij het leger gemeld hongerig naar avontuur, maar in plaats van avontuur is er de verzengende hitte, de vervreemdende geluiden van de jungle, de koorts van malaria. De chronologie van de film raakt al snel van het spoor, waardoor de kijker even gedesoriënteerd raakt als Zacarias, die op weg is naar zijn eenheid en komt op zijn almaar hallucinantere toch onder meer terecht in een dorp waar alle mannen verdwenen zijn (waarheen kunnen we wel gissen) en waar de vrouwen hem met een touw om zijn nek dwingen op het land te werken. De blaag die naar het continent kwam op jacht naar heldendom wordt letterlijk en figuurlijk uitgekleed in deze sequentie, tot hij met al zijn koloniale overtuigingen op de grond aan een touw ligt te kermen.

Chaco

In Chaco zijn de soldaten al vanaf het begin van de film verdwaald. De titel van deze eerste speelfilm van Diego Mondaca verwijst naar de Chaco-oorlog die in de jaren 30 woedde tussen Bolivia en Paraguay met als inzet de Gran Chaco-vlakte en de olie die daar verondersteld werd in de grond te zitten. Een driejarige oorlog waarin ziekte en een gebrek aan water meer slachtoffers maakten dan gevechtshandelingen en die achteraf bleek te zijn gevoerd om een illusie. De film benoemt die historie niet expliciet, maar put uit de cynische zinloosheid van die oorlog. Ook hier geen frontlinies of zelfs guerrilla-aanvallen, maar een bijeengeraapt bataljon Boliviaanse soldaten dat zich onder leiding van een Duitse commandant voortsleept door het kurkdroge land, zoekend naar een vijand die zich niet laat zien.

De groep soldaten bestaat uit mensen van verschillende inheemse volken en het onderling vertrouwen is niet bijster groot. Tel daar een witte, Europese bevelhebber bij op die volstrekt geen oog heeft voor het welzijn van zijn manschappen, en al snel blijkt dat de vijandigheid niet van buitenaf komt, maar zich binnen de gelederen roert. Wat hen voortdrijft is weten ze zelf al niet meer, de ijdele hoop misschien dat wat ze achter zich laten niet beter kan zijn dan wat er voor hen wacht. Maar wanneer de soldaten in Chaco eindelijk bij een kampement aankomen is het verlaten. En de put staat droog en hoe ver en diep ze hem ook uitgraven, het land geeft geen druppel prijs.

L’état sauvage

De Amerikaanse Burgeroorlog is het decor van L’état sauvage, waarin een Frans echtpaar met hun drie dochters besluit het op springen staande Missouri te verlaten en in New York een boot terug naar Europa te nemen. Dat betekent een lange en gevaarlijke voettocht langs open velden, steile bergpassen en besneeuwde dorpen. Visueel is de film van David Perrault sterk. Cameraman Christophe Duchange vangt de grootse en onverbiddelijke Amerikaanse landschappen in prachtige weidse shot en een aantal enigszins gratuite, maar mooie slow-motions. Zoals wanneer er bagage moet worden achtergelaten en de jurken van de vrouwen als vallende engelen langs een bergwand naar beneden dwarrelen.

Met zijn feministische inslag doet deze western onvermijdelijk denken aan Kelly Reichardts Meek’s Cutoff (wat vooral ook aantoont hoe weinig referenties er zijn), maar die film was tegelijk subtieler en radicaler in de wijze waarop genderrollen werden uitgediept en binnenstebuiten gekeerd. L’état sauvage blijft te vaak steken in de clichés van het genre en de daarbij behorende man- en vrouwbeelden. Zo ontstijgt de door Kevin Janssens gespeelde huurling Victor, die het gezin begeleidt, nergens het archetype van de mysterieus aantrekkelijke man die zich niet kan binden. En de film komt qua boodschap uiteindelijk niet veel verder dan dat wanneer de mannen sterven en vluchten, vrouwen best hun hachje kunnen redden.

Of de personages in L’état sauvage hun eindbestemming halen, wordt niet duidelijk. In Chaco en Mosquito blijkt de bestemming de hoop die erin gelegd was niet in te lossen. Zo symboliseren de voettochten in deze films de aard van oorlog, die zelden leidt tot een bevredigende conclusie, maar onderweg uitput, verzwelgt en verslindt.

Written by

Redacteur bij Cine, schrijft daarnaast ook nog onder meer over film bij Biosagenda.nl en over theater bij Theaterkrant.nl. Daalt graag af naar de obscure krochten van cinema en houdt bijna net zoveel van slechte sciencefiction als van goede sciencefiction.

Input your search keywords and press Enter.