We zijn ons verhaal. Maar betekent dat ook dat je dat verhaal zelf kunt schrijven en herschrijven? Een aantal films op het IFFR reflecteert op deze vragen en de consequenties ervan.

Kun je het verleden herschrijven? Die vraag is een heel concrete voor de hoofdfiguur in het Laotiaanse The Long Walk van Mattie Do. In de eerste scènes wandelt de zestiger met een zwijgende vrouw over een zandpad. Kleine details geven weg dat het de nabije toekomst is. De man, zo blijkt al snel, kan communiceren met geesten. Zoals die zwijgende vrouw, die al vijftig jaar zonder ouder te worden aan zijn zijde loopt, nadat hij haar als kind vond in het bos. Haar hand vasthield terwijl ze stierf.

Met die geesten als gidsen kan hij ook navigeren tussen verschillende tijden, en dat brengt hem ertoe een zwarte bladzijde uit zijn verleden te herschrijven. Als kind moest hij toezien hoe zijn moeder stierf aan tuberculose en hij is vastbesloten haar leed dit keer te verzachten. Maar, zoals altijd wanneer er wordt gemorreld aan het verleden, leidt dat tot onvoorziene gevolgen. Het kind van toen kan in het handelen van de oude man niet de compassie zien die hij denkt te brengen, en de man moet toezien hoe zijn jongere zelf een duister pad inslaat. Want ja, we zijn ons verhaal, met alle mooie en pijnlijke hoofdstukken. En als daarin een bladzijde wordt herschreven, herschikt dat het hele boek.

Corpus Christi

Ook Daniel in de Poolse film Corpus Christi herschrijft zijn verhaal, pogend daarmee zijn verleden uit te wissen. Dat verleden bracht hem in jeugddetentie, waar hij devoot de missen begeleidt. Maar een carrière in de kerk is voor hem uitgesloten, voor hem wacht werkverlof in een houtzagerij. Na een avondje snuiven, neuken en dansen terwijl zijn pupillen uit zijn oogkassen stuiteren, vertrekt hij naar een valleidorp, gehuld in laaghangende bewolking en het geluid van kerkklokken, voor dat werkverlof. Gelovig als hij is, maakt hij eerst een stop in de plaatselijke kapel waar hij zich aan een meisje voorstelt als de priester. Het is een impulsieve opmerking, maar zodra het gezegd is en zodra hij het witte boordje omdoet, is dat wat hij is.

Al snel merkt Daniel dat de rol hem als gegoten past en dat de dorpelingen zich aan zijn voeten werpen. En hij beseft dat deze rol voor hem een ontsnapping is. Aan de houtzagerij, aan zijn criminele verleden. Een vorm van absolutie voor zijn zonden. Maar uiteraard cirkelt zijn verleden langzaam maar onherroepelijk terug, tot hij er opnieuw door omsingeld wordt. Regisseur Jan Komasa weet dit absurde, door cameraman Piotr Sobocinski jr. prachtig in beeld gebrachte verhaal te gieten in een film die geregeld komisch is, maar vooral ook een prikkelende studie is over schuld en boete.

Drama Girl

Drama Girl van Vincent Boy Kars is meer een hervertelling dan herschrijving, al wordt de grens tussen die twee al snel vaag. De film is een vormexperiment waarin Kars de jonge twintiger Leyla de Muynck belangrijke momenten uit haar leven laat naspelen met acteurs. Pierre Bokma en Elsie de Brauw spelen haar ouders, Jonas Smulders haar vriendje.

Minstens zo belangrijk als die nagespeelde scènes (een gesprek in de keuken met haar moeder, de eerste ontmoeting met haar vriendje) zijn de gesprekken en discussies die daar rond ontstaan. Kars vraagt haar te reflecteren op wat ze voelt bij het naspelen, waarom ze bepaalde dingen zegt of doet of juist niet. Toch wil de film nooit het spannende experiment worden dat het uitgangspunt belooft. Pas de laatste scènes, waarin ook daadwerkelijk het experiment zelf bevraagd wordt, leveren prikkelende momenten op.

Judy Versus Capitalism

‘The answer to the question “who is Judy Rebick?” is complicated’, zegt een journalist aan het begin van Judy Versus Capitalism, een essayistische documentaire van Mike Hoolboom over de Canadese feminist en activist. Rebick herschreef niet zozeer haar verhaal, maar haar leven is een toonbeeld van hoe iemand de controle kan terug opeisen over dat verhaal en tegelijk van hoe onmogelijk dat kan zijn. Haar jeugd werd getekend door dominante mannen en seksueel geweld, wat toen nog geen misbruik heette, merkt Rebick op, maar ‘slechte seks.’ Maar de volledige omvang van haar trauma werd voor haar pas later in haar leven duidelijk, omdat haar brein dat deel van het verhaal had trachten weg te stoppen, via verregaande dissociatie.

Maar Rebick wist haar eigen verhaal ook onderdeel te maken van een groter verhaal. ‘We didn’t know anything about our bodies’, stelt Rebick. De wereld was volledig gedefinieerd door mannen. Het verhaal van de vrouw, van het vrouwelijk lichaam, vrouwelijke seksualiteit, was ongeschreven. Terwijl Hoolboom soms concreet en soms associatief archiefbeelden aaneenrijgt, horen we Rebick uitleggen dat een van de grote doorbraken van het feminisme was dat seksueel geweld publiekelijk werd gemaakt, niet langer verstopt en verzwegen achter voordeuren. Eenzelfde belang ziet ze ook in het hardop uitspreken van haar eigen verhaal; ‘in a way my most revolutionary act.’