Op het IFFR zijn er dit jaar een aantal films te zien die gaan over hoe de mens zich kan isoleren van de buitenwereld en van anderen. In Dreamlife van Melvin Moti zoekt een wetenschapper bewust de isolatie op door zich in een grot af te zonderen en in Eden van Ágnes Kocsis zit een vrouw met een ernstige allergie vast in een afgesloten ruimte. In Sebastian springt über Geländer (Ceylan-Alejandro Ataman-Checa) en My Morning Laughter (Marko Đorđević) ligt de focus op jonge mannen en hun verlammende gevoelens van eenzaamheid en afstandelijkheid.

Dreamlife zweeft ergens tussen een fictiefilm en filmessay over menselijk bewustzijn, dromen en ons contact met andere levende wezens. Het uitgangspunt is interessant, maar de uitwerking is amateuristisch en rommelig. De film draait om een team van wetenschappers die onderzoeken hoe de mens reageert op een situatie van extreme isolatie waarbij de normale dag-en-nachtstructuur is vervaagd. Om de effecten te testen verblijft een man in een grot terwijl hij op afstand gemonitord wordt. Als enige compagnon krijgt de proefpersoon een muis mee die hem gezelschap houdt. De film wisselt vervolgens tussen droom en werkelijkheid en tussen filosofische essay-achtige overpeinzingen in voice-over en scènes van het onderzoeksteam.

Dreamlife

Het ergste element is nog hoe de muis op een gegeven moment communiceert met de proefpersoon die steeds meer in een schemergebied verkeert tussen droom en realiteit. De regisseur heeft gekozen om het dier met goedkope CGI tot leven te wekken waarna het in een vrouwelijke stem allemaal platitudes uitkraamt. Er zijn meer amateuristische elementen zoals het iets te aangedikte acteren van de cast en lelijke scènes van een danser die is bedekt met sterren. Je krijgt het idee dat Moti streeft naar een essayfilm die door Terrence Malick of Werner Herzog gemaakt had kunnen zijn, maar dan met minder middelen. Dreamlife ontstijgt echter nooit het niveau van een mislukt experiment.

Van de afgelegen grot gaan we naar een hermetisch afgesloten appartement in hartje Boedapest. Daar zit Eva opgesloten zodat zij niet wordt blootgesteld aan de buitenwereld waar zij allergisch voor is. Af en toe moet zij een test ondergaan om te zien hoe goed zij reageert op verschillende stoffen. Dat ze die moeilijk kan verdragen blijkt wel uit het verstikkende effect die ze hebben op haar tere gezondheid. Een nieuwe psychiater krijgt de opdracht om vast te stellen of haar lichamelijke reacties toch niet alleen maar tussen haar oren zitten. Zijn onderzoek gebeurt onder het toeziend oog van het grote bedrijf dat Eva verzorgt, maar haar ook net zo goed gebruikt als een proefpersoon wegens haar mysterieuze aandoening. 

Eden

Ágnes Kocsis’ film is met zijn twee en een half uur erg lang, maar voelt toch niet aan als af. Het personage van Eva wordt sterk vertolkt door Lana Barić, maar haar achtergrond wordt te summier uitgewerkt om haar echt interessant te maken als personage. Ze staat vooral in dienst van het personifiëren van iemand die met haar aandoening buiten de rationale greep van de wetenschap staat en lijdt aan een overgevoeligheid voor onze moderne wereld. Todd Haynes’ Safe is een duidelijk referentiepunt, maar Eden komt minder hard aan en blijft toepasselijk genoeg erg steriel ondanks het actuele gegeven dat Kocsis aankaart. 

Van deze situaties waarin de isolatie vooral ruimtelijk is en effecten heeft op de gemoedstoestand van de personages gaan we naar twee films waarin er sprake is van een geestelijke isolatie en afstandelijkheid. Sebastian springt über Geländer van debutant Ceylan-Alejandro Ataman-Checa is als een bescheidenere versie van Richard Linklaters Boyhood. Sebastian wordt op drie momenten in zijn leven gevolgd. Als kind krijg je door Ataman-Checa’s subtiele regie gelijk al een idee over hoe zijn leven is. Zijn moeder werkt in de zorg en een vader ontbreekt in het gezin. Sebastian is dromerig, maar ook eenzaam. Een oudejaarsnacht brengt hij door bij zijn vermoeide moeder die in slaap valt voordat het twaalf uur is. Als puber is Sebastian ook kwetsbaar. Een meisje dat hij leuk vindt blijkt een snobistische vader te hebben en de klassenverschillen worden gelijk duidelijk in een ongemakkelijk etentje bij haar thuis. 

Sebastian springt über Geländer

Het knappe van Ataman-Checa’s film is dat hij een realistische stijl gebruikt die inmiddels platgetrapt is , maar er een zeer natuurlijk en ongekunsteld gevoel aan geeft. Zo wordt de ontwikkeling en het karakter van Sebastian heel genuanceerd en voorzichtig geschetst waardoor je ook begrijpt waar zijn gevoeligheid vandaan komt zonder dat het te veel wordt aangedikt of onderstreept. 

En van de eenzame Sebastian gaan we naar de eenzame dertiger Dejan die nog steeds bij zijn moeder woont en problemen heeft om contact te leggen met andere mensen. De Servische film My Morning Laughter wordt in de programmering omschreven als droogkomisch, maar is in de praktijk vooral droog. Het uitgangspunt van een loser die nog thuis woont heeft op papier veel potentie maar regisseur Marko Đorđević kiest er vooral voor om Dejan in saaie statische shots te vangen om zijn lethargische en stilstaande leven te benadrukken. 

My Morning Laughter

Natuurlijk komt er uiteindelijk ook een dame die deze verlegen jongeman uit zijn schulp trekt, maar de karakteriseringen zijn te minimaal waardoor je de chemie tussen beiden niet echt serieus kunt nemen. Dat maakt My Morning Laughter een bijzonder monotoon en minimaal portret van een man die zijn leven moet veranderen, maar daar erg veel moeite mee heeft.