Noodgedwongen heerst een huiskamersfeer bij het vijftigjarige jubileum van International Film Festival Rotterdam. Binnen blijven krijgt een extra goede reden, terwijl buiten de pandemie gecontroleerd uitraast. Ondanks het ontbreken van de festival-ambiance maakt de organisatie er nog het beste van tijdens de streams met filmpjes over stukjes IFFR-geschiedenis, voor- en nawoorden met de filmmakers en als randprogrammering uitvoerige Big Talks met onder andere regisseuse Kelly Reichardt (First Cow).

Als een gevaarlijke nieuwe ziekte zoveel vrij spel krijgt van falende autoriteiten regeert terecht de angst, net zoals bij de verspreiding van terreur. Dat delicate onderwerp komt terug in diverse films. Personages proberen zich staande te houden wanneer zekerheden oplossen als sneeuw voor de zon, al dan niet mede dankzij een Leviathan.

In het Deense Shorta transformeert de fictieve getto Svalegården tot een achtbaanattractie. Onrust broeit na een schandaal over politiegeweld. Ondanks waarschuwingen weg te blijven bezoeken twee agenten de wijk: de racistische Andersen en koelbloediger collega Høyer. Het lukt Høyer niet zijn collega in bedwang te houden en rellen breken uit nadat zij de onschuldige Amos arresteren. Met hun wagen kaduuk en de wijk een pandemonium moeten zij op eigen houtje proberen te ontsnappen. Achter elke hoek kan weer een gemaskerde boef opduiken, en die stress brengt het regieduo Anders Ølholm en Frederik Louis Hviid met afgezaagde waggelcamera nerveus in beeld. De kogels vliegen rond in deze ostentatief tot no-go area gebombardeerde wijk, het toneel voor binnen de lijntjes grijs gekleurde transformaties van personages. Als slappe afleidingsmanoeuvre voor het vulgaire spektakel realiseert Høyer dat Anderson misschien een punt had voordat deze clichématig een wedergeboorte doormaakt.

Na The Year Before the War de zondvloed. In Riga werkt Hans (of Peter, zoals iedereen hem consequent aanspreekt) als portier in een luxueus hotel. Een jaar voordat de Eerste Wereldoorlog Europa voorgoed zal veranderen hangt de anticipatie van die ommezwaai in de lucht. De wervelwind van verandering slokt ook Hans/Peter op en spuwt hem uit op verschillende plekken van een commune in Zwitserland tot de bank van een giechelende Sigmund Freud. Hij schiet met anarchisten, krijgt een affaire met Mata Hari en fanatici prediken tegenover hem over de zegeningen van oorlog. Het koortsachtige hoppen van hot naar her legt desoriënterend een tijdsgeest bloot à la de bekende uitspraak ‘zum Frühstück nach Paris’: het overmoedig najagen van droombeelden. Maar deze overdaad aan referenties (van een Béla Tarr op anderhalve snelheid tot Kafka’s Der Process) vormt zelden een geheel.

De statische veiligheidscamera’s van Lone Wolf registreren mechanisch hoofdstuk op hoofdstuk in deze boekverfilming van Joseph Conrads The Secret Agent. Verplaatst naar hedendaags Melbourne draait de film om de informant Conrad, die samen met zijn vriendin Winnie een milieu-activistische en anarchistische boekwinkel runt. Gechanteerd door een mysterieuze organisatie moet hij een slachtofferloze bomaanslag plegen. Eindelijk komt zijn verstandelijk beperkte zwager Stevie van pas nadat deze herhaaldelijk smeekt of hij Conrad kan helpen.
Hugo Weaving als corrupte politicus die qua verantwoordelijkheden afschuiven nog wat van Rutte kan leren bekijkt het resultaat op een tablet, waar het verhaal aan elkaar hangt van surveillancefilmmateriaal. Stevie als innemende David Attenborough-fan zorgt voor cinematografische variatie met zijn telefoonopnames, maar daarbuiten zorgt de gimmick vooral voor afstand. Rond de gereserveerd spelende Tilda Cobham-Hervey als Winnie ontspint zich een tragedie tot aan een platgetreden gotcha bij Weavings bureau.

Beheerst doch onstuimig brengt Dear Comrades! een vergeten stuk geschiedenis tot leven. In 1962 sloeg de Sovjet-Unie op bloedige wijze een staking neer in Novotsjerkassk. Pas dertig jaar later kwam deze slachting uit de doofpot. Joelia Vysotskaja speelt de stugge bureaucrate Lyuda die aan het begin van de onrust als overtuigd Staliniste hoopt op een spoedig neerslaan. Maar alles escaleert met KGB scherpschutters op het dak en haar dochter komt niet thuis. Terwijl het  staatsapparaat druk bezig is alle sporen al uit te wissen gaat ze op zoek met een sympathiserende agent.

Regisseur Andrei Konchalovsky hanteert een levendige mise-en-scène binnen de prangende beelden, als Lyuda bijvoorbeeld schuilt in een kapperszaak met een gewonde en op de achtergrond de massa wegrent. Tijdens de nasleep broeit het geïsoleerde plaatsje echter des te harder als Lyuda zich dankzij haar status overal naar binnen wurmt. Zo legt de film met name in het wrang gezongen lied van de titel de psychologische werking van ideologie bloot. Het ene zeggen en daarmee het andere bedoelen. Alle innerlijke en systemische tegenstrijdigheden resoneren, met dank aan een krachtige Vysotskaja.