Nu aan het lezen:

IFFR close-up: Black Mother

IFFR close-up: Black Mother

 

De laatste jaren werkt de in New York geboren Khalik Allah aan een eigenzinnig oeuvre waarin fotografie en film samenvloeien tot nauwelijks meer te onderscheiden is waar het een ophoudt en het ander begint. Hij was een van de cinematografen van Beyoncés Lemonade, maar het is vooral zijn eigen, diep persoonlijke werk dat hem tot een niet te missen nieuwe filmmaker maakt. Op het IFFR is zijn nieuwste documentaire Black Mother te zien.

Voor Black Mother keert Allah terug naar de geboortegrond van zijn moeder: Jamaica. Een eiland dat door de geschiedenis heen nogal eens van ‘eigenaar’ wisselde. De Arawakken die zich er rond 650 vestigden werden in de 16e eeuw weggevaagd door de Spanjaarden die er slaven naartoe brachten. En toen de Britten weer een eeuw later binnenvielen, vluchtten de Spanjaarden het eiland af en de slaven de bergen in.

De ontstaansgeschiedenis van Jamaica is er een van ontwrichting en dat vertaalt Allah in elk aspect van zijn film. Zo zijn beeld en geluid uiteen getrokken. Het audiospoor waarop we mensen horen peinzen, vertellen en bidden, loopt nergens synchroon met de beelden die we zien. Het is alsof Allah daarmee zijn film openbreekt en ruimte schept voor de toeschouwer om zelf verbanden te leggen en betekenis te vinden in de wijze waarop beeld en audio elkaar versterken, rijmen of juist elk een andere weg inslaan. Ook visueel is Black Mother een film van tegenstellingen, waarbij vooral die tussen de schijnbaar onaangeroerde, majestueuze natuur en de steden waar eeuwen aan kolonialisme zijn sporen heeft getrokken opvalt.

Maar bovenal bestudeert Allah de gezichten als het landschap waarop al die tegenstellingen samenkomen. Zijn werk ontstaat uit ontmoetingen, zoals hij zelf ook in interviews benadrukt. In eerdere korte films als Urban Rashomon en ook zijn eerste feature Field Niggas begaf hij zich, vaak ’s nachts, op het kruispunt van 125th Street en Lexington Avenue in Harlem (overigens de plek waar Lou Reed in het Velvet Underground-nummer I’m Waiting for My Man op zijn dealer staat te wachten). Alleen gebruikmakend van aanwezig licht, zocht hij naar de mensen die ’s nachts de straten bevolken. De daklozen, de prostituees, de slapelozen. En in het donker vond hij de hoek waaronder het licht hen ving. Zelf beschreef hij die essentie van zijn werk in een interview met Vantage als: ‘knowing that the light is within everyone. I just remind the people who forgot.’ In Black Mother zoekt hij uitdrukkelijk het daglicht op, maar ook hier staan de interacties centraal, het zoeken naar het licht in elke man, vrouw of kind die voor zijn camera verschijnt.

Black Mother is opgedeeld in drie delen, naar de trimesters van een zwangerschap, maar die structuur is nauwelijks dwingend. Thema’s steken de kop op, duiken onder en verschijnen opnieuw aan het oppervlak. Slavernij, moederschap, schoonheidsidealen, God. De beelden vloeien als een grote stroom aaneen, gedreven door associatie. Het voelt onbevangen, maar nooit willekeurig, want Allah weet wel degelijk wat hij wil vertellen wat ook blijkt uit zijn interviews. Daarin zegt hij ook dat je tijdens zijn films best even je ogen mag sluiten en dat het niet erg is als je niet altijd verstaat wat wordt gezegd (in Black Mother wordt Jamaicaans Patois gesproken, een variant op het Engels). Begrip gaat dieper dan dat ene woord of dat ene shot. ‘This is a film that you can watch and be glued to the screen, and it’s also the kind of film where you got the freedom to drift away if you want,’ zegt Allah in een interview met Film Comment en het is precies in die vrijheid dat de kracht van Black Mother zit. In de unieke wisselwerking tussen film en toeschouwer.

Zijn poëtische onderzoek naar zwarte identiteit doet denken aan het werk van Barry Jenkins, die met films als Medicine for Melancholy en natuurlijk het Oscarwinnende Moonlight in fictievorm iets vergelijkbaars doet. Maar beide makers passen vooral ook in een grotere stroom van filmmakers als RaMell Ross (die met zijn dromerige documentaire Hale County This Morning, This Evening is genomineerd voor een Oscar), Kahlil Joseph (die videoclips regisseerde voor onder meer FKA Twigs, Kendrick Lamar en Beyoncé) en aan de andere kant van de oceaan, Britse filmmakers als Cecile Emeke of Ayo Akingbade, wier Tower XYZ een filmisch gedicht is met als mantra: ‘let’s get rid of the ghetto, let’s get rid of the ghetto, let’s get rid of the ghetto.’ Het is opvallend hoeveel stilistische overeenkomsten er tussen deze makers te vinden zijn, van het loskoppelen van audio en beeld tot de dromerige sfeer en associatieve montage.

Deze makers hebben ook raakpunten met het Afrofuturisme, dat een antwoord was (en is) op de wijze waarop Afro-Amerikanen en andere afstammelingen van Afrikaanse slaven de toegang tot het narratief van het verleden is ontzegd. Net als het Afrofuturisme gaat het werk van deze makers over het terugnemen van de controle over het narratief, maar daartoe gebruiken ze verschillende middelen. Het Afrofuturisme doet het met sciencefiction, makers als Allah met poëzie. De poëzie van zijn beelden heeft iets abstracts, iets ongrijpbaars en helends en tart daarmee de destructie en ontwrichting waarvan het historisch narratief doortrokken is. Zoals het Afrofuturisme geen vlucht de toekomst in is, is Allah’s werk geen verbloeming van het heden of verleden. Het is een poging los te komen van dat narratief dat door anderen geschreven is, zodat de wortels naar het verleden niet langer ketens zijn.

Leuk? Deel het even!
Written by

Redacteur bij Cine, schrijft daarnaast ook nog onder meer over film bij Biosagenda.nl en over theater bij Theaterkrant.nl. Daalt graag af naar de obscure krochten van cinema en houdt bijna net zoveel van slechte sciencefiction als van goede sciencefiction.

Typ en klik enter om te zoeken