Nu aan het lezen:

IDFA – verslag 7

IDFA – verslag 7

Een van de meer eigenzinnige documentaires tijdens deze editie van het IDFA is het door Erik Lieshout en coregisseurs Arno Hagers en Reinier van Brummelen gemaakte To Stay Alive – A Method. “A feel-good movie about suffering.” Uitgangspunt voor de documentaire is het gelijknamige essay dat de Franse schrijver Michel Houellebecq uitbracht in 1991: Rester vivant – méthode. Een essay over lijden en poëzie en een manifest met vuistregels hoe in leven te blijven. De film portretteert vier mensen die lijden en zich trachten daaraan te ontworstelen via kunst. Drie daarvan bestaan echt, de vierde is de fictieve Vincent, het hoofdpersonage uit La possibilité d’une île, hier gespeeld door Houellebecq zelf. Onze ‘gastheer’ is Iggy Pop, die in het essay van Houellebecq zijn eigen levensverhaal herkende en er in de documentaire stukken uit voorleest.

to-stay-alive

Diens inbreng is belangrijk, omdat hij de film de nodige humor en lichtheid geeft. Want To Stay Alive zit vol ongemak. Het was de eerste film die ik dit IDFA zag waarbij meerdere mensen de zaal verlieten. (Die mensen misten daardoor overigens het meest briljante shot uit de film van een bloemenschilderij dat hangt aan een muur met bloemetjesbehang.) Wie hoopt dat Houellebecq het lijden als loutering presenteert, komt inderdaad van een koude kermis thuis. Het lijden stopt nooit en het maakt je ook geen beter mens. Waarom dan toch doorgaan? Simpel: “Een dode poëet schrijft niet, dus de poëet moet blijven leven.”

Dat brengt ons eigenlijk automatisch bij The Passing Years, de documentaire die John Albert Jansen maakte over Remco Campert. Diens lichaam mag dan al bezig zijn zichzelf langzaam op te eten, zijn stem heeft nog een kracht en precisie die je niet verwacht bij dat frêle lichaam, die trillende handen. Dezelfde kracht en precisie als zijn poëzie, die Campert “een daad van bevestiging noemt.” Een bevestiging dat hij nog leeft. Dus sleept hij zich elke dag naar zijn typemachine en schrijft. Jansen portretteert met een liefdevolle blik de dagelijkse gang van zaken in huize Campert. De rituelen rond het schrijven van de column, de potjes scrabble met zijn vrouw Deborah Wolf (“belangrijker dan seks”, noemde ze die in een interview met VN).

campert

Uiteraard is de dood een onvermijdelijk en alomtegenwoordig thema in de documentaire en ook in de gedichten die in de film worden voorgedragen. Camperts eigen sterfelijkheid, de dood van vrienden en kennissen, van zijn vader Jan Campert (omgekomen in concentratiekamp Neuengamme). Maar geheel in lijn met het werk van Campert is er ook ruimschoots ruimte voor humor. Wanneer Campert voor de spiegel staat, netjes in pak voor de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren, bekijkt hij zichzelf en mompelt goedkeurend: “Wat een kereltje.” Na het zien van deze film kun  je dat alleen maar beamen.

Peter Entell begint zijn documentaire Like Dew in the Sun met een citaat van William Faulkner: “The past is never dead. It’s not even past.” Entell reist in de documentaire af naar Oekraïne, op zoek naar zijn joodse voorouders die moesten vluchten voor pogroms. Maar tegelijk portretteert hij onvermijdelijk de huidige oorlog die in het land gaande is, tussen regeringstroepen en de door Rusland gesteunde separatisten.

Entell heeft wat moeite om een goede balans te vinden tussen zijn persoonlijke zoektocht en die naar de huidige staat van Oekraïne en de parallellen die hij wil leggen tussen heden en verleden komen niet altijd goed uit de verf. De centrale vraag die hij stelt, hoe het toch kan dat de mens bij elk conflict opnieuw in geweld vervalt, is ook een onmogelijke vraag om te beantwoorden. Maar hem stellen is, zoals Like Dew in the Sun toont, daarom niet minder belangrijk of interessant. Regelmatig in de film zien we beeldhouwwerken ter herinnering aan voorbije oorlogen. De heroïek van die beelden contrasteert pijnlijk met het Oekraïne dat Entell op zijn pad vindt. Een land en volk uitgeput door een schijnbaar nooit aflatende spiraal van geweld.

Ook in Skulls, of My People staat een zoektocht naar het verleden centraal. De documentaire speelt zich af in de aanloop naar 2 oktober 2015. Precies 111 jaar eerder gaf generaal Von Trotha opdracht tot het vermoorden van leden van de Herero- en Nama-stammen in wat toen Duits-Zuidwest-Afrika heette en tegenwoordig Namibië. Tienduizenden kwamen om in wat door de VN is aangemerkt als de eerste genocide van de 20e eeuw.

Regisseur Vincent Moloi volgt een aantal mensen en groeperingen die van de Duitse regering erkenning en excuus eisen voor de genocide die toen plaatsvond. De Namibische regering staat achter die eis, maar wordt ook geremd door de angst de grote sommen ontwikkelingsgeld die het land ontvangt van Duitsland te verliezen. Skulls, of My People is zeker niet een van de beste documentaires die draaien op het IDFA, maar wel eentje die pijnlijk duidelijk maakt dat Europese landen nog altijd niet in het reine zijn met het koloniale verleden. En ook hoe moeilijk het voor een land is om werkelijk vooruit te komen, als het verleden niet wordt erkend.

Een andere manier waarop een erfenis uit het verleden kan drukken op een land zien we in The Giant is Falling, waarin Rehad Desai de omwenteling onderzoekt die bezig is plaats te vinden in Zuid-Afrika. De zwarte Zuid-Afrikanen lopen tegen de grenzen van hun in 1994 herwonnen vrijheid aan. En een vrijheid met grenzen is geen vrijheid. Het ANC was jarenlang voor Zuid-Afrikanen de enige valide optie als het om regeren ging. Niet op het ANC stemmen zou als verraad voelen aan hen (en eigenlijk voornamelijk hem, Nelson Mandela) die de Apartheid omver hadden geworpen en het land nieuwe hoop hadden gegeven. Dat is volstrekt begrijpelijk en toch zit daar precies het probleem. Want, hoe wrang ook, onbedreigde macht leidt vrijwel zonder uitzondering tot zelfverrijking en corruptie.

Huidige president Jacob Zuma begint daar inmiddels het symbool van te worden. Hij omringt zich binnen de partij met jaknikkers en liet voor miljoenen aan overheidsgeld de familievilla ‘veiliger maken’ met onder meer een zwembad. Met de val van het ANC, staan andere partijen op. Zoals de Economic Freedom Fighters van gewezen ANC-lid Julius Malema. The Giant is Falling toont een land op een breek- dan wel keerpunt. De Economic Freedom Fighters zijn wellicht niet het antwoord en Malema niet zonder gebreken, maar vooral de studentenbewegingen bieden hoop dat nieuwe generaties het land een nieuwe richting op kunnen sturen.

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Written by

Redacteur bij Cine, schrijft daarnaast ook nog onder meer over film bij Biosagenda.nl en over theater bij Theaterkrant.nl. Daalt graag af naar de obscure krochten van cinema en houdt bijna net zoveel van slechte sciencefiction als van goede sciencefiction.

Typ en klik enter om te zoeken