Elk jaar wroeten op het IDFA filmmakers in hun familiegeschiedenis. Om te ontdekken waar ze vandaan komen, de wortels te vinden van wie ze zijn.

In Rebel Objects keert Carolina Arias Ortiz na tien jaar in het buitenland terug naar haar geboorteland Costa Rica. Teruggaan naar waar je opgegroeid bent is niet zomaar terugkeren naar een plek, benadrukt ze in een voice-over. Het is het ‘herontdekken van je herinneringen’. Toch lijkt de documentaire in eerste instantie niet te gaan over haar familie, maar over de stenen bollen waarvan er zo’n driehonderd te vinden zijn in Costa Rica. Sommigen met een diameter van twee meter en meer dan drieduizend jaar oud. Hoe en waarom ze gemaakt werden is een mysterie, en voer voor mythen.

Soms bijna ongemerkt kruipt de familiegeschiedenis van Ortiz de film in. Het naderende sterven van haar vader, die lijdt aan alvleesklierkanker, fotoboeken waar ze doorheen bladert. Het ‘archeologische enigma’ wordt steeds nadrukkelijker een metafoor voor onze omgang met onze familieherinneringen. Het steeds weer herontdekken van waar we vandaan komen en hoe dat ons gevormd heeft. En tegelijk wijzen die bollen, die voor de eeuwigheid in de natuur liggen, op de vergankelijkheid van een mensenleven, dat maar een fractie is in de tijd.

In de korte film Ndagukunda déjà reist de Canadese journalist Sébastien Desrosiers naar Rwanda, het land van zijn vader. Die vader was voor hem lange tijd alleen een naam en een land. Pas op zijn 28e ontmoet hij hem. Ze blijken amper vijf minuten bij elkaar vandaan te wonen in Montréal, maar de wortels van zijn vader liggen in Rwanda. En om die wortels beter te begrijpen, en daarmee ook een kant van zijn identiteit die hij jarenlang een beetje wegstopte, bezoekt hij dat land. In Rwanda ontmoet hij de familie van zijn vader. Of wat daar althans nog van over is. Tijdens de genocide van 1994 werd het grootste deel van zijn familie vermoord. Helaas gaat de film niet in op de impact daarvan op het leven van zijn vader (die sowieso nauwelijks aan het woord komt), maar blijft Desrosiers te dicht bij zichzelf. En ondanks zijn oprechte ontroering, valt Ndagukunda déjà daarmee in een val die bij dit soort documentaires altijd in de buurt is: dat het verhaal te particulier wordt.

Socks on Fire

Dat je ook op een fascinerende manier naar je eigen navel kunt staren toont Socks on Fire. In de opening van de film glijdt de camera in een lange take door het huis van de oma van maker Bo McGuire. Een huis waarin heden en verleden samenvloeien in krulspelden en gele gordijntjes. In de kern pluist Socks on Fire een familievete uit. Wanneer de oma van McGuire overlijdt, blijkt dat ze niets op papier heeft gezet over wat er met haar bezittingen moet gebeuren. Misschien was het uit minachting voor de dood, misschien uit vertrouwen in haar kinderen. Feit is dat haar huis aan de bossen uitgroeit tot een splijtzwam, waarbij McGuire’s oom John – ‘gay, drag queen, fabulous’ – door diens zus Sharon het huis uit wordt gewerkt.

Maar buiten een ontrafeling van die geschiedenis, is Socks on Fire vooral een poging van McGuire om zijn wortels te traceren. Al voelt de film op momenten ook als een exorcisme van die wortels. Dat het uitgerekend zijn tante Sharon is die zich zo opstelt doet pijn. Haar levenslustige eigenzinnigheid was een voorbeeld voor hem als kind, ook in het durven ontdekken van zijn homoseksualiteit. En hoewel de film het maar kort expliciet aanroert, vermoedt hij op z’n minst een vleugje homofobie in de onmin tussen haar en oom John. McGuire vermengt interviews met familieleden met oude opnames van het gezin en nagespeelde scènes en elk van die elementen werpt zijn eigen gedachten en vragen op rond identiteit. Socks on Fire is daarmee soms wat overprikkelend, maar vooral prikkelend.

The Metamorphosis of Birds

Tegenover het extroverte Socks on Fire staat het in zichzelf gekeerde The Metamorphosis of Birds. In deze documentaire vertelt de Portugese filmmaker Catarina Vasconcelos het verhaal van haar opa en oma, Henrique en Beatriz. Hij is marinier en vaak maanden achtereen op zee terwijl zij thuis voor hun zes kinderen zorgt. Ze schrijven elkaar smachtende brieven, al blijkt later dat de woorden die we daarvan horen verzonnen zijn door Vasconcelos. De echte brieven zijn er niet meer. Net als Sarah Polley weergaloos deed in Stories We Tell, reconstrueert deze documentaire een familiegeschiedenis met deels fictieve bouwstenen en gaat zo vooral over de manier waarop Vasconcelos naar het leven van haar grootouders kijkt.

Vasconcelos verpakt dat in beelden als tot leven komende stillevens. Ook zij laat scènes naspelen. De kinderen die rennen door het huis, zich achterover laten vallen in het struikgewas. Maar waar McGuire de kunstmatigheid van dit soort nagespeelde scènes ten volle uitbuit, daar voelen de beelden in The Metamorphosis of Birds soms onbedoeld gekunsteld. En dat geldt voor meer in de documentaire. Want hoe mooi het camerawerk ook is, hoe uitgedacht de composities van de shots, het balanceert geregeld op de rand van kitsch en mist wat aan inhoudelijke gelaagdheid en complexiteit.