De documentaires in dit vierde verslag draaien elk om een vorm van verdwijnen. Van een geheugen waar gaten in ontstaan tot schipbreukelingen en stervende culturen.

In twee korte films staat een verdwijnend geheugen centraal. In de animatiefilm S P A C E S verbeeldt Nora Štrbová het door een hersentumor verwoeste kortetermijngeheugen van haar broer. Het heeft de tijd ineengeschoven als een harmonica. Wat hij vijf minuten geleden deed kan hij zich niet herinneren, een jaar geleden lijkt voor hem een dag terug. Štrbová gebruikt een variëteit aan animatietechnieken waarin vormen zelden vast zijn en lijnen elkaar soms plotseling niet meer raken. Een gefragmenteerde verbeelding van een gefragmenteerde identiteit. Want wie zijn we zonder onze herinneringen?

Die vraag klinkt ook door in Lost on Arrival, een short die indrukwekkend is in zijn simpliciteit. De film begint met de vader van filmmaker Ivar van Bekkum die vertelt over het huis waarin hij woonde toen hij werkte op Curaçao, uitzicht op zee. Vervolgens is er een beeld van een veranda dat de rest van de korte film het enige beeld blijft. Op de geluidsband zijn telefoongesprekken te horen tussen vader en zoon, waarbij enkel de stem van de vader te horen is. Die heeft zijn huis in Nederland verkocht en spullen ingepakt om zijn laatste jaren op Curaçao door te brengen.

Lost on Arrival

Het probleem is dat hij zich dat maar vaag herinnert. Hij heeft dementie en heeft de woorden van zijn zoon nodig om te weten waar hij mee bezig is. Maar ook die woorden lossen weer op in het niets. Terwijl het langzaam dag wordt, verdwijnt steeds meer van zijn geheugen, van wie hij is. Hij belt opnieuw zijn zoon. Waarom weet hij niet meer precies, maar ‘ik denk dat het verband heeft met het feit dat ik hier in een huis zit, en dat is in Curaçao denk ik.’

Een heel andere vorm van verdwijnen is te zien in New Gods, een experimentele korte film verteld vanuit het perspectief van een algoritme dat de opdracht krijgt de sporen te wissen van LonerWolf85. Deze zelfbenoemde incel liet op het internet een spoor achter van selfies, vlogs en hatelijke reacties op fora. Hij swipete ruim 50.000 datingprofiels, en scrollde langs pagina’s vuurwapens. Terwijl het algoritme al die digitale voetafdrukken naloopt, ontstaat er een (letterlijk en figuurlijk) steeds scherper beeld van de jongen die zichzelf keer op keer filmt, zittend in zijn auto en zich afvragend waarom er geen meisjes zijn die met hem uit willen. Het is jammer dat dat beeld uiteindelijk weinig inzichten oplevert en compleet fictief is. Was dit vormexperiment losgelaten op de daadwerkelijke sporen van een echt bestaande internetgebruiker, dan was de impact wellicht groter geweest.

Nothing but the Sun

Nothing but the Sun, de openingsfilm van deze IDFA-editie, volgt de poging van een man om een verdwijnende cultuur vast te leggen. Mateo Sobode Chiqueno stamt af van de Ayoreo, een inheems volk dat in onder meer Paraguay leeft in de uitgestrekte wouden. Witte missionarissen lokten hen de bossen uit en legden hen een compleet andere manier van leven op. Ze werden gedwongen te werken en zich te bekeren tot het christendom. Ondertussen werden de bossen gekapt. Wat de missionarissen achterlieten was stoffig zand en een ontheemd volk.

In de jaren zeventig kocht Mateo zijn eerste cassettebandjes en een radio waarmee hij kon opnemen. Sindsdien legt hij getuigenissen, verhalen en liederen vast; bouwstenen van een manier van leven die aan het uitsterven is. ‘Het christendom ontwortelde ons,’ zegt iemand. De missionarissen sneden hen af van al hun tradities, van alle elementen die de basis vormden voor hun identiteit. En hoewel velen oprecht overtuigd lijken dat die oude manier van leven zondig was, klinkt ook bij velen heimwee door aan hun bestaan in de bossen. Maar hoe dichtbij die bossen ook zijn, een weg terug is er niet meer.

Red Moon Tide

Tot slot staat in Red Moon Tide  de verdwijning van een mens centraal. Rubio haalde als duiker ruim veertig dode schipbreukelingen uit de zee. Maar nu is hij zelf opgeslokt door het water. Lois Patiño toont in zijn trage en poëtische vertelling hoe de dorpsgenoten zoeken naar zijn lichaam. Al is het eigenlijk meer wachten wat ze doen. Onbeweeglijk in het landschap. Bevroren in hun onzekerheid of de zee, die ‘vol ligt met verdronken schepen’, Rubio’s lichaam zal teruggeven of niet.

Red Moon Tide beweegt zich in dat onbestemde tussenland dat wachten is. Een tussenland waarin de tijd tegelijk eeuwig en vluchtig lijkt en grenzen vervagen. Tussen dag en nacht, tussen leven en dood. Het (bij)geloof van de dorpsgenoten doet spoken verschijnen, rotsen in de vorm van een golf. De film hangt soms wel erg nadrukkelijk op van symboliek zwangere beelden, maar de schoonheid van die beelden is onmiskenbaar. En voor wie de traagheid toelaat, krijgt het ritme iets meditatiefs.