Now Reading:

IDFA 2019: Oude meesters en egodocumenten

IDFA 2019: Oude meesters en egodocumenten

IDFA eerde op deze editie wat oude meesters met een lange staat van dienst. Patricio Guzmán was eregast. De Chileense regisseur heeft door de jaren heen een monumentaal oeuvre opgebouwd. Zijn belangrijkste wapenfeit is La batalla de Chile, de documentaire die in drie delen de turbulente politieke  veranderingen volgt die in Chili plaatsvonden in de jaren 70, culminerend in de gewelddadige staatsgreep door Augusto Pinochet. 

Guzmán is een veelzijdig regisseur die in zijn laatste films een meer essayistische aanpak hanteert en op basis van herinneringen verbanden legt tussen de traumatische geschiedenis van Chili en de prachtige natuur van het land. Films zoals Nostalgia for the Light, The Pearl Button en zijn nieuwste The Cordillera of Dreams doen in hun inhoud denken aan de boeken van W.G. Sebald, die de onverschillige schoonheid van de natuur ook contrasteert met de menselijke geschiedenis en een stem probeert te geven aan eenzame bannelingen en vergeten slachtoffers van oorlogen en dictaturen.

Een andere oude meester met een nieuwe film is Alan Berliner, die op een eerdere editie van IDFA een prijs won voor beste lange documentaire. Zijn ontroerende Letter to the Editor is een hommage aan zijn lievelingskrant, The New York Times. De film bestaat uit nieuwsfoto’s die Berliner heeft verzameld en die hij op associatieve wijze monteert en van commentaar voorziet. Het is een net zo essayistische methode als die van Guzmán, waarbij Berliner de wereld waarin we leven probeert te begrijpen door de beeldenstroom die dagelijks op hem afkomt te analyseren. 

Letter To The Editor

De toon is licht nostalgisch, maar ook zorgwekkend. Berliner begint zijn film met de observatie dat de krant zoals wij die kennen bijna ten dode is opgeschreven. Hij baseert die sombere voorspelling op gesprekken die hij heeft met de eigenaar van de kiosk waar hij dagelijks de The New York Times koopt. Het aantal verkochte exemplaren is drastisch gedaald en de krant moet veel moeite doen om te blijven bestaan. Een proces dat al naar voren kwam in de mooie documentaire Page One: Inside the New York Times van Andrew Rossi.

Toch begon Berliner aan het project in een heel andere tijd waarin de krant nog een onbetwist medium leek en serieus werd genomen. Letter to the Editor heeft een lange bestaansgeschiedenis en dat zie je terug in de prachtige beelden die Berliner selecteerde en die hij voor het project nauwgezet archiveerde op trefwoorden. Foto’s van oorlogen, rampen en aanslagen, maar ook van sporters, sterren en kunstwerken. Berliners overpeinzingen bij die beelden zijn altijd scherp, bescheiden en erg persoonlijk.

Letter to the Editor is een mooie en treurige afscheidsbrief aan een medium dat is ingehaald door nieuwe technologische ontwikkeling. Berliner eindigt zijn filmessay daarom gepast met het benadrukken van het belang van de vrije pers in een tijd waarin de toekomst van kritische en onafhankelijke nieuwsbronnen onzeker is.

Waar Berliner en Guzmán nog als oude en wijze meesters weten te overtuigen is Jørgen Leths nieuwste film een verschrikkelijk narcistisch egodocument dat ongemakkelijke vragen oproept over het leven van de filmmaker. Alhoewel Leth al een tijdje bezig is en een Lifetime Achievement Award kreeg uitgereikt op het festival, is hij een omstreden figuur in Denemarken. 

In I Walk documenteert de 82-jarige regisseur zijn leven nadat hij een aardbeving in Haïti heeft overleefd en niet goed meer kan lopen. Wat volgt is een worsteling met ouderdom waarin de filmmaker fragmenten van zijn gedichten voorleest terwijl er scènes uit zijn oudere films voorbijkomen. Ondertussen plant deze creatieve duizendpoot  een project in de jungle van Laos waar hij een soort low budgetversie van een Christo-achtig kunstwerk in het landschap wil maken. Dat alles om zijn creatieve kanten en zijn levenslust weer aan te wakkeren.  

I Walk

Het narcistische karakter van de regisseur blijkt wel uit de beelden die vooral gefocust zijn op Leth. Hij filmt zichzelf met een smartphone terwijl hij zijn tegeltjeswijsheidpoëzie uitkraamt en hij noemt deze stijl cinema povera. Op andere momenten komt hij erg verwend over. In een hotel in Laos bekent hij dat hij zou willen leven als de grote sterren in Hollywood die volgens hem de hele dag in een badjas rondlopen. Het zijn dit soort irritante scènes die je doen twijfelen aan Leths aanpak en of wij zijn film serieus moeten nemen. Meent hij het? Of is hij een spelletje met ons aan het spelen?

Dat zijn I Walk ook zeer ongemakkelijke momenten heeft blijkt wel uit beelden van een jonge Haïtiaanse dame die foto’s neemt van haar geslacht. Deze scène flitst even voorbij zonder verdere context waarna we weer in Leths wereld terechtkomen. Wat die korte scène zo onaangenaam maakt is de geniepige wijze waarop hij verwijst naar een controversiële passage in zijn autobiografie. In het boek beschrijft hij een seksuele relatie die hij had met een 17-jarige dienstmeid in Haïti. Leth was destijds een consul en kon naar eigen zeggen het meisje nemen wanneer hij wou. Deze ontboezeming zorgde natuurlijk voor veel ophef in Denemarken. Leth reageerde daarop door te zeggen dat de seksuele cultuur anders is in Haïti en dat zijn woorden uit hun verband waren gerukt. Met dit in het achterhoofd zijn de beelden die in I Walk te zien zijn alleen maar arroganter als een soort cynische knipoog. Het blijft verrassend hoe Leth er toch mee wegkomt en op handen werd gedragen tijdens het festival. Dat maakt I Walk tot het grootste dieptepunt op deze editie van IDFA.

Wintopia

Tegenover de saaie en verstikkende egocentrische visie van Leth staat het bescheiden maar ambitieuze project dat regisseur Peter Wintonick ondernam. Hij wilde een film maken over het idee van Utopia en reisde de wereld af om bijzondere beelden te verzamelen. Wintonick overleed voordat hij de film af kon maken en in Wintopia probeert zijn dochter Mira Burt-Wintonick de draad weer op te pakken. Wat volgt is een filmisch eerbetoon aan haar vader, waarin ze eerlijk is over hoe hij als persoon was.

Wintonick werd bekend met de documentaire Manufacturing Consent: Noam Chomsky and the Media en kon niet stilzitten als filmmaker. Zijn dochter interviewt wat mensen die met hem samenwerkten waaronder Ally Derks die jarenlang de directeur was van IDFA en onder de indruk was van Wintonicks aanstekelijke energie. Wintopia doet op momenten denken aan Kirsten Johnson Kramars Cameraperson waarin zeer verschillende beelden op associatieve wijze samenkomen. Burt-Wintonick doet iets vergelijkbaars en gebruikt haar herinneringen aan haar vader als uitgangspunt voor het samenbrengen van bijzonder materiaal. Dat maakt deze documentaire een erg persoonlijke zoektocht naar een verloren dierbare en naar hoe je die leegte kunt vullen.

Written by

George is een kunsthistoricus en ongeneeslijke cinefiel en schrijft naast Cine voor Schokkend Nieuws, Frameland, Gonzo (Circus) en de Filmkrant. Daarnaast kun je zijn kunstkritiek lezen in Metropolis M en Tubelight. Film is alles voor hem. Een manier om te ontsnappen aan de harde realiteit maar ook het perfecte medium om diezelfde rauwe werkelijkheid te vangen en begrijpelijk te maken.

Input your search keywords and press Enter.