Nu aan het lezen:

Houd Lynch aan het lijntje: Het fiasco van Twin Peaks: The Return

Houd Lynch aan het lijntje: Het fiasco van Twin Peaks: The Return

 

Het was een sprookje. Twin Peaks (1990) keerde na 25 jaar afwezigheid terug. Maar het sprookje bleek de nieuwe kleren van de keizer. Het fiasco van Twin Peaks: The Return (2017) ontmaskert de mythe van het geniale individu. Onbeperkte creativiteit ligt David Lynch niet. Juist wanneer Lynch aan het lijntje gehouden wordt komt hij het best tot zijn recht. Het is namelijk niet alleen de regisseur die de film maakt.

Een aantal jaren voor The Return schoot Lynch nog plannen af voor een strip als vervanging van het geannuleerde derde seizoen. Toen zei hij nog stellig dat Twin Peaks wat hem betreft over was. Toch wist Showtime hem te strikken voor een terugkeer. Initieel voor acht afleveringen van een uur, maar na een terugtrekking van Lynch’ kant kreeg hij zijn gewenste achttien afleveringen en carte blanche.

‘How’s Annie?’ grinnikte Dale Cooper aan het einde van seizoen twee. Na achttien uur The Return blijft deze vraag open staan, exemplarisch voor het grote falen. Lynch en medemaker Mark Frost lijken namelijk hun eigen serie niet begrepen te hebben. De unheimische soap legde de duistere idylle van het stadje Twin Peaks bloot via haar innemende personages, die een rol speelden in het onderzoek naar de moord op de populaire scholiere Laura Palmer. Lynch betreurde het onder druk van de zender de oplossing te moeten geven (en de instortende kijkcijfers en annulering naderhand).

Toch ging de op eigen houtje gemaakte prequel Twin Peaks: Fire Walk With Me juist over Laura Palmer. Het eentonig naargeestige relaas vernietigde de mystiek rond haar persona en breidde de mythologie nodeloos uit. De ontploffende televisie aan het begin bleek uiteindelijk een teken aan de wand dat Lynch Twin Peaks meer lijkt te zien als een kapstok om elk willekeurig idee aan vast te hangen. Terwijl de kracht van de serie juist lag in de excentrieke personages, wiens belevenissen balanceerden tussen wonderlijke humor en bizarre nachtmerrie. De focus in The Return op de mythologie achter de Lodges is dus ongepast.

Lynch en Frost vullen de achttien uur van The Return tot de nok met willekeurige vignetten. Door het ontbreken van samenhang ontstaat niet de bedoelde desoriënterende spanning, maar komt de serie eerder over als solipsistisch broddelwerk. Het lijkt vooral een geste naar de oorspronkelijke acteurs dat zij als figurant in het ongerijmde spektakel mee mogen doen. Wat een futloze Benjamin Horne of onbehouwen Audrey Horne precies toevoegen blijft in het ongewisse. Nadine kijkt een beetje naar de simplistische politieke polemieken van Dr. Jacoby zonder consequenties. En het politiedepartement doet op goed geluk wat onderzoek, wat uiteindelijk overbodig blijkt.

Surrealisme is geen vrijbrief om zomaar wat te doen. Van de hemeltergende onzin van een dronkenman, een nutteloze cameo van Michael Cera tot associatief roulette in de Black Lodge, de enige verbindende factor is Lynch’ plompe regie. Waar zijn theatrale uitbarstingen en onderhuidse spanningen in een wereld van vervreemdende kitsch meestal met finesse inwerken, heeft hij hier het gevoel voor compositie verloren.

The Return is een fletse verzameling Lynchiaanse clichés, aangevuld met knip- en plakmythologie van Frost. Alle zijsprongen lijken niet zozeer een kwestie van de plank misslaan, maar neigen naar narcisme. De ellenlange concertregistraties in de Roadhouse als compilatie van Lynch’ favoriete bands, of de onbegrijpelijk grote rol van zijn personage Gordon Cole, oorspronkelijk een eenvoudig typetje voor de vrolijke noot. Het staat allemaal in schril contrast met zijn meesterwerk Lost Highway, een film die thematisch consistent het gevoel van wroeging overbracht. Hier herhaalt Lynch de sfeer van deze film om The Return op valse noot te eindigen en Dale Cooper te degraderen tot een schematisch Lynchpersonage.

Waar het pessimisme van Lost Highway emotionele resonantie heeft, is The Return vooral een grabbelton van misantropie. De serie vervangt de warmte van Twin Peaks door naargeestige kilheid en verraadt daarmee de kern van het verhaal. Wat anders herbergt de cartooneske Richard Horne dan een diepe mensenhaat? Dr. Jacoby toont het beste de omslag naar cynisme: van charmante kwakzalver tot weinig subtiele verwijzing naar professionele schreeuwlelijk Alex Jones. Het enige consequente in The Return is een constante onderliggende vrees, alsof de ondergang dreigt. Begrijpelijk in een tijd van catastrofale klimaatverandering en politieke onrust, maar het verzandt in voor de hand liggend nihilisme. In de aaneenschakeling van intermezzo’s is Bobby’s vreemde ontmoeting met een kotsend kind innemend omineus, maar daar blijft het bij.

Het idee dat er iets gruwelijk mis is in de wereld lijkt voor Lynch en Frost voldoende, en behoeft geen nadere uitwerking. Alle personages slechts pionnen voor een spel waarvan het regelboekje zoek is. Het spervuur aan lariekoek en de futiliteit van welke actie iemand dan ook onderneemt vormen een draaikolk van betekenisloosheid. Voor zover er thematische consistentie in The Return gevonden kan worden, is dat het resultaat van de menselijke gave overal een patroon in te ontdekken. Het computerspel Life is Strange weet wel dreigende doem om te buigen naar fijngevoelige inleving, dankzij de ontroerende vriendschap tussen hoofdpersonen Max en Chloë. Daarmee doet dit moderne meesterwerk precies wat The Return nalaat, en is het de ware Twin Peaks seizoen drie waar iedereen naar uitkeek.

De mensenhaat die aan het duistere van The Return ten grondslag ligt is niet alleen gericht op de personages, maar ook voor het publiek. De achttien uur is als een middelvinger in slow motion, iets wat verward wordt met moedige onafhankelijkheid. Tergende traagheid is hier niet een keuze om sfeer op te bouwen, maar om het bloed onder de nagels vandaan te halen. Lynch verkneukelt zich als zijn callgirl zo langzaam mogelijk de kamer verlaat, voordat hij met collega Albert een irrelevante dialoog kan houden. De iconische kwaadaardige entiteit Bob komt hatelijk spottend ten einde door een misplaatste parodie op superhelden. De Engelsman verantwoordelijk voor dit lot is volgens beproefd schrijven op het laatste moment geïntroduceerd door een banale monoloog, want Lynch en Frost vonden het blijkbaar niet interessant genoeg om ook maar iets van de achtergrond van dit personage te tonen.

Het meest beledigende aspect van The Return is echter de behandeling van Dale Cooper. Voordat hij een vlak Lynch-cliché wordt, wandelt hij urenlang rond als een tweedehands kopie van Monsieur Hulot. De cynische belediging lijkt geen ander doel te dienen dan commentaar leveren op nostalgische fans (terwijl het verhaal zelf gebaseerd is op een oud script dat de heren nog hadden rondslingeren). De immer optimistische koffiedrinkende kersentaartboeddhist van Twin Peaks stond symbool voor de goedhartigheid van deze serie. Dat een herhaling van zetten 25 jaar later teleurstellend zou zijn, betekent niet dat een rancuneuze deconstructie nodig is voor de observatie dat Twin Peaks natúúrlijk is veranderd. De uiteindelijke ontknoping, die en passant laat zien dat alle FBI-onderonsjes voor niks waren, is een wrange kers op de taart van excrement die The Return is.

Toch is er iets leerzaam aan de achttien uur durende martelgang. Deze artistieke ramp laat de tekortkomingen zien van de auteurtheorie. Onder invloed van Franse filmcritici begon men vanaf de jaren 1950 de regisseur als de auteur van een film te zien. Zijn autonome visie maakte de film. Inmiddels heeft dit gegeven in de filmkritiek geleid tot een verheerlijking van de regisseur als het genie. Een reflectie van een hyper-individualistische samenleving, waarin isolatie een voorwaarde is voor efficiënte productie. Zo neemt een regisseur als David Lynch een mythische vorm aan, wiens persoon bejubeld wordt als ongrijpbaar. Narcisme ligt hier op de loer, door Showtime beloond met de bizarre beslissing één persoon alle macht te geven (Frost trok zich terug na het schrijven en zei op Lynch’ frequente aanpassingen ja en amen).

Dit terwijl Twin Peaks altijd een groepsinspanning is geweest. Vanaf het begin waren schrijvers Harley Peyton en Robert Engels betrokken en gaven diverse regisseurs mede vorm aan het Twin Peaks universum. Frost heeft uiteindelijk ook meer schrijf- en regiecredits gehad in de oorspronkelijke serie. Lynch kwam na de fatale beslissing om de moordenaar bekend te maken alleen nog terug voor de finale.

Film en televisie zijn inherent democratische media. John Cassavetes noemde de regisseur ooit een initiatiefnemer. Iemand die mensen bij elkaar brengt om gezamenlijk een werk met een eenduidige visie te creëren. De regisseur is wellicht de belangrijkste persoon, maar kan het alleen voor elkaar krijgen met de inbreng van anderen. Waar zou bijvoorbeeld Ingmar Bergman zijn zonder Sven Nykvist, of Yasujiro Ozu zonder Kogo Noda? Of David Lynch zonder Angelo Badalamenti?

De kwalijke mythe van het geniale individu zorgt ervoor dat Lynch’ talenten worden verkwanseld. Zijn levendige verbeelding rangeert van excentrieke typetjes tot morbide ambiance. Iets wat in toom moet worden gehouden. Fantasie zonder grenzen resulteert in alles en daardoor niets,  zoals The Return ten overvloede duidelijk maakt. Niet voor niets zijn Lynch’ betere werken (Lost Highway, de oorspronkelijke Twin Peaks en The Straight Story) dikwijls (mede) geschreven door anderen. Hij floreert binnen de kaders.

De terugkeer van Twin Peaks is dus uiteindelijk niet het sprookje dat het had kunnen zijn, maar een parabel. Dit is wat er gebeurt als een artiest op basis van mythologisering volledige autonomie krijgt. Houd Lynch dus aan het lijntje voor rijke bezieling, of trotseer de storm.

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken