LvH: ‘Hey Theodoor, hoe is het avec vous? We zagen elkaar vorige week nog in Hilversum om bandjes te kijken bij Patat Met in de Vorstin, iets wat ik al heel lang niet had gedaan. Normaal gesproken zie ik regelmatig bandjes optreden, maar dat is dan in de Vondelbunker en dan ben ik meestal ook verantwoordelijk voor de zaal of een event aan het hosten. En ik moet bekennen dat die ervaring blijkbaar ook een soort beroepsdeformatie op heeft geleverd, waardoor ik er in sommige situaties toch een knopje omgaat en ik niet geheel onbekommerd de onnozele bezoeker uit kan hangen. Case in point: tijdens het eerste bandje was één van de bezoekers, een knakker van ik schat eind veertig/begin vijftig woest enthousiast aan het dansen op de dansvloer. Zijn dansstijl deed denken aan een vierjarige die heel graag indruk wil maken op zijn ouders en/of zijn vriendjes bij de opvang, het was duidelijk een performance. Hij was constant om zich heen aan het kijken en naar omstanders aan het wuiven. En in principe deed hij geen vlieg kwaad, hij was een beetje teveel aan het manspreaden op de dansvloer misschien, maar toch maakte het me achterdochtig. Naast het feit dat ik er geen zin in heb om door iemand die lomp aan het dansen is in mijn meniscus getrapt te worden, vroeg ik me ook af of hij na een aantal biertjes wellicht echt door het lint zou gaan. Uiteindelijk viel het allemaal ontzettend mee en was onze olijke stuiteraar bij het tweede bandje door zijn energie heen of kon hij zijn choreografie niet goed aanpassen aan de folk-rock-grunge van Subterranean Street Society. Ik heb me voorgenomen om in ieder geval een poging te doen om wat meer empathie op te brengen in de toekomst, in ieder geval wanneer ik niet in functie ben. Aankomende zaterdag ga ik bij onze eigen bandjesavond PUNKER ONDER DE TRAM weer een avondje in de Vondelbunker rondhangen, dat belooft weer gezellig te worden. Het is niet zo netjes en schoon als de Vorstin, maar dat maken we weer goed met onze street cred. En smaakte het voor jou ook naar meer, Theodoor?’ 

TS: “Het was goed jullie (want ook Ruud Vos van Cine was er bij) weer in levende lijve te zien. Het eten ervoor, in de puike Vietnamese tent Ninh Binh in Hilversum, smaakte sowieso naar meer. Ik was sowieso ook wel te spreken over het Patatje Met-concept én het concert: het is altijd leuk om bandjes te zien die misschien nog geen grote zalen platspelen, maar die die potentie wel hebben. Openingsband Cloudsurfers speelde bijvoorbeeld zo hard dat je het idee had dat hun geluid alvast stond ingesteld op de Ziggodome. Ik vond de wilde bewegingen van de man voor ons in de zaal, door mij liefkozend ‘Harry, de eenmans-moshpit’ genoemd dus ergens wel begrijpelijk én aandoenlijk. Subterranean Street Society was een stuk milder, aangenaam voortkabbelende folk-rock, maar ik kon me ergens wel voorstellen dat ‘Harry’ uitgefeest was. Helaas konden geen van ons allen het laatste bandje zien vanwege vervoer naar huis, maar wat mij betreft laat een nieuw ontmoetingsmoment tussen ons Cinematties niet lang op zich wachten.

Sowieso ben ik weer wat meer naar concerten aan het gaan. Zo was ik een paar weken terug al bij een fantastische show van Merol in De Maassilo met een ietwat onstuimig publiek. Jawel, onstuimiger dan Harry. Ik verwacht dat niet bij Mitski volgende week in Tivoli Vredenburg. Ik verwacht wel dat ik ga janken, want daar is Mitski de perfecte soundtrack voor. Het geluid van een existentiële crisis mét synths. En later dit jaar zie ik als het goed is ook The Mountain Goats in Paradiso, zolang er geen nieuwe lockdown komt. 

Ik ben ook in muzieksferen wat film en televisie betreft. Ik moet bekennen dat ik héél erg uitkijk naar Elvis, de nieuwe film van Baz Luhrmann, en ik ben niet eens een supergrote Elvis-fan. Maar ik ben wél een Baz Luhrmann-apologeet. Ik ben bezig met een herkijk van The Get Down op Netflix en ben ook van plan alle Luhrmann-films de komende week opnieuw te kijken. The Get Down voelt tot nu toe wat rommelig en heeft een niet zo sterke centrale relatie waar hij de serie rondom heen bouwt. Maar alles in de marges leeft en bruist zoals we het van ome Baz gewend zijn. Sterker nog, de serie weet op vrij sterke wijze de Bronx uit 1977 neer te zetten als een wereld in beweging, waarbij rijke politici met plannen voor gentrificatie al op de deur staan te kloppen, maar de huidige bewoners nog leven in armoede en onrust. Ook de manier waarop getoond wordt hoe disco en hip-hop en andere zwarte muziekvormen langzaam worden toegeëigend door de mainstream en wat dit betekent voor de mensen van wie die muziek is, is sterk. Daarom heb ik ergens de hoop dat Elvis de titelfiguur niet met zachte handschoenen aanpakt en ook laat zien wat voor rol Elvis speelde in het salonfähig maken van zwarte muziek voor witte mensen en vooral hoe dat niet kon gebeuren zonder dat zwarte mensen uitgebuit werden. Misschien verwacht ik te veel van Luhrmann, maar ik heb ergens stille hoop. Waar kijk jij naar uit, komende weken, Luuk?’ 

LvH: ‘Ik kan Luhrmann’s films meestal wel waarderen in hun over-the-top kwaliteiten, dus ik ben op zich wel benieuwd naar Elvis. En ik ben weliswaar geen Elvisoloog, maar in de discussie over de verhouding die Elvis had ten opzichte van zwarte muziek zijn er veel argumenten dat Elvis juist al met al een positieve rol heeft gespeeld in het emancipatieproces in de VS. Een groot deel van de kritiek op Elvis was afkomstig van racistische witte Amerikanen die bang waren dat hij een soort gateway zou zijn voor zwarte muziek en cultuur. Elvis groeide op zonder een cent te makken in een grotendeels zwarte wijk in Tupelo en was van jonge leeftijd gefascineerd door Gospel-muziek, niet echt de omstandigheden die iemand racistisch maken. Natuurlijk was Elvis onderdeel van een muziekindustrie die doortrokken was van het systemische racisme in de VS in de jaren vijftig, zestig en zeventig, maar in hoeverre hijzelf verantwoordelijk zou zijn is een vraag waarvan ik inderdaad ook hoop dat die in de film aan bod gaat komen.

Ik ga dit weekend in LAB111 een portie peak pulp nuttigen in de vorm van Straight to Video tijdens Club Imagine. Miami Connection van Y.K. Kim en Richard Park is een lang in vergetelheid verdwenen cultklassieker waarin een band bestaande uit Taekwondo praktiserende wezen het opneemt tegen een bende drugsdealende ninja’s op motoren. Dat klinkt als het summum van de eighties en ik verheug me op een screening met korrelig beeld, biertjes en bijdehante opmerkingen. LAB111 heeft ook een heel relaxte tuin om in te hangen, een praatgrage kat die je spontaan gedag komt zeggen en een old-school arcade kast met Golden Axe II, allemaal pluspunten die deze bioscoop extra prettig maken om in rond te hangen.

En ik zie dat het derde seizoen van The Umbrella Academy op Netflix is verschenen. Nu Obi-Wan Kenobi is afgelopen, heb ik wel weer plek voor een nieuwe serie en de manier waarop de serie een superheldenformule invult is vers genoeg om het interessant te houden. Ik ben ook erg benieuwd hoe de rol van Elliot Page zal zijn, aangezien zijn transitie blijkbaar ook in de serie is verwerkt op een manier die voor hem erg goed was bevallen, volgens dit recente interview met Seth Meyers. Gezien de recente weerzinwekkende, schuimbekkende aanvallen op de trans-gemeenschap in de VS door de gebruikelijke van de pot gerukte galbakken is het des te belangrijker om positieve verhalen te laten zien. Zowel in interviews als in fictie. En, wat staat er verder voor jou op het programma dit weekend?’ 

TS: ‘Ik ben bezig met het verwerken van de interviewvragen met Bertrand Mandico, waarover ik het een aantal weken geleden al had in Het Weekend van Cine. Ik kan je beloven, het wordt een prikkelend interview. 

Ik zag deze week een aantal films waarvan ik hoop dat je er over mee kunt praten. Ik weet sowieso dat je Crimes of the Future hebt gezien, en dat je wat ambivalent was, toch? Ik ben dat zelf ook. Zoals ik het tegen een vriend van mij omschreef: de film mist focus. Het lijkt alsof Cronenberg heel veel wil aanstippen, thema’s die hij eerder behandeld had zelfs, maar het voelt alsof hij ze niet helemaal diep genoeg uitwerkt. Daardoor kan de film op allerlei metaforische wijzen gelezen worden: zelf noemde Cronenberg het in een interview al een metafoor voor trans zijn en voor abortus en hoewel beiden elementen zeker aanwezig zijn, lijkt hij enkel lippendienst te bewijzen aan de thema’s. Ik heb bij Cronenberg zijn aanpak van queer thema’s altijd het idee dat hij een beetje van buitenaf kijkt. Zeker aan het begin van zijn carrière leek hij wars van queerlezingen van zijn werk. Zo heeft hij zich wel eens negatief geuit tegenover mensen die The Fly lazen als AIDS-metafoor. Later in zijn werk flirtte hij opzichtelijker met queer thema’s, zoals in M. Butterfly, Crash en Dead Ringers, maar ook hier voelt het als een morbide fascinatie: geen begrip van binnenuit, maar een blik van buitenaf. Ik geloof overigens niet dat je een queer persoon hoeft te zijn om queer films te maken. Zo vind ik Ken Russell een maker van queer films, alhoewel hij in het echte leven voor zover we weten een cis hetero man was. Maar terug naar Crimes of the Future: ik vind het eigenlijk een beetje jammer dat deze film bestaat. Maps to the Stars, een film die ik beschouw als een van Cronenbergs meesterwerken, is een veel beter slotstuk. Ook hier grijpt hij thema’s aan die hij eerder aangepakt heeft, zoals groepsdenken, incest, de evolutie van het menselijk lichaam, de verbintenis tussen lichaam en geest en de economische commodificatie van lichamelijke processen. Maar in die film zaten thema’s die hij niet eerder had aangepakt, zoals alchemie, een aanklacht tegen kwakzalverij, Hollywood-satire en het al dan niet bestaan van geesten. Crimes of the Future voelt als een herhaling van zetten, vergeleken met Maps to the Stars. Een regressie, geen vooruitgang. 

Ook zag ik RRR, een Indiase masala-film, wat in wezen betekent dat de film van alles wat heeft: een lach en een traan, danssequenties en actiescènes, heldenepossen en familiedrama. Het is Heel Veel Film, in de beste zin van het woord. Alsof Michael Bay, en daar is ‘ie weer, Baz Luhrmann samen een film maken, maar dan beter dan beide mannen zouden kunnen. Of Zack Snyder, maar dan wél leuk en plezierig. De film staat in het Hindi op Netflix, terwijl hij oorspronkelijk in het Telugu gesproken is, maar de dubbing is vrij goed gedaan, zodat het niet storend is. Mijn tip van de week, als je van maximalisme houdt. Had jij RRR al gezien, Luuk?’

LvH: ‘Ik heb me er nog niet aan gewaagd, maar de lof die jij en Ruud uitspraken over de film maakt me wel benieuwd! Ik zal heel eerlijk bekennen dat Indiase cinema en ik nog geen klik hebben gehad: ik heb een hele tijd geleden een handjevol films gekeken en waarschijnlijk was het geen geweldige lichting, want het greep me toen niet. Ik zag een aantal jaar geleden op Imagine het vermakelijke Eega en het eerste deel van het misdaadepos Gangs of Wasseypur, verder heb ik beschamend weinig gezien. Genoeg om de knipogen naar Bollywood-films in Ms. Marvel te kunnen snappen, maar het is de hoogste tijd om mijn horizon te verbreden. Zodra ik drie uur vrij kan maken, ga ik RRR kijken.

Ik vond Crimes of the Future een stuk beter te pruimen dan Maps to the Stars, waarin ik het idee had dat Cronenberg zelf de weg een beetje kwijt was. Ik verwijs eventjes naar mijn duo-recensie in de rubriek Luuk Vs. Luuk met mijn olijke naamgenoot Luuk Imhann. Desalniettemin valt er behoorlijk wat aan te merken op de nieuwe Cronenberg: Crimes of the Future is op de beste momenten een Greatest Hits-album en op de minste momenten voelt het aan als een pilot-aflevering van een serie die niet is opgepikt. Cronenberg was altijd erg goed in zijn World Building waardoor de meest bizarre plot-ontwikkelingen en buitenissige ideeën gegrond zijn in een setting die geloofwaardig overkomt. In Crimes of the Future miste ik dat: we horen tussen neus en lippen door halverwege de film dat niemand meer pijn voelt en dat dit de reden is dat iedereen vrolijk in zichzelf en anderen aan het snijden is, zonder enige uitleg of context. De keuze voor afgeragde, bouwvallige gebouwen suggereert een post-apocalyptische wereld, maar verder dan de suggestie gaat de film niet. Ik heb al een tijdje over Crimes of the Future nagedacht en ik denk dat de film beter was geweest als er meer duidelijke keuzes waren gemaakt. De constant afgetakelde Saul Tenser (gespeeld door Viggo Mortensen) zou symbool kunnen staan voor het patriarchaat en zijn partner Caprice (Léa Seydoux) en de nerveuze ambtenaar Timlin (Kristen Stewart) zijn dan onderdeel van een nieuwe generatie vrouwen die de maatschappij zullen overnemen. In de film wordt een driehoeksverhouding opgezet tussen Tenser, Caprice en Timlin maar die gaat als een nachtkaars uit. En niet omdat Cronenberg preuts is geworden op zijn oude dag, gezien de compleet overbodige naaktscène waarin twee vrouwelijke technici/huurmoordenaars zich ontkleden om in het chirurgische bed van Tenser te springen, waarna de film suggereert dat Caprice zich bij hun voegt. Eenieder die wil suggereren dat ik baal dat Cronenberg ons een goed gemotiveerde seksscène tussen Seydoux en Stewart door de neus heeft geboord, heeft natuurlijk ook een beetje gelijk, maar ik steun mijn dorstigheid graag met inhoudelijke motivatie. Goed, tegenvallende Cronenberg is nog altijd beter dan geen Cronenberg en ik vond het in ieder geval weer een stapje in de goede richting na Maps of the Stars.

En dat levert meteen een krampachtig bruggetje op naar mijn volgende onderwerp: speedrunning! Voor Kaboom willen Eline en ik dieper ingaan op dit fascinerende fenomeen waarin gamers gebruik maken van glitches, slimme trucjes en hun uitmuntende skills om een spel in recordtijd af te maken. Nou ben ik in games meestal net zo’n slome duikelaar als IRL en ik wil toch graag in de speedrunning mindset komen, dus heb ik voor de Nintendo Switch de nieuwe game Neon White aangeschaft. Ik ben er alleen nog niet aan begonnen. Zijn er voor jou nog nieuwe ontwikkelingen op game-gebied, Theodoor?’

TS: ‘Er was pas een gigantische sale in de E-shop voor de Switch, maar ik heb maar een paar games gekocht, waar ik nog niet aan begonnen ben. Unravel Two, PuyoPuyo Tetris 2 en Tales of Vesperia. Ik zal binnenkort wel laten weten wat ik van de spellen vind. Ik ben sowieso ook wel benieuwd naar Neon White, want ik heb begrepen dat het voor een actie-game een vrij toegankelijk spel is. Ik was ook erg fan van het vorige spel van de maker van Neon White, Ben Esposito. Dat was de heerlijk absurdistische game Donut County, en ook dit ziet er weer erg origineel uit, hetzij ietwat hectisch. Speedruns zijn sowieso niet echt mijn ding: ik heb een nogal wiebel reactievermogen en prefereer games waarover ik wat langer na kan denken. Maar ik begin langzaam uit de comfortzone van puzzel-games en turn-based RPG’s te komen, en me ook te wagen aan actiespellen. Misschien dat ik binnenkort Hades of Neon White aanschaf, games waarvan ik begrijp dat ze a: te doen zijn, en b: je uitdagen om steeds beter te worden, waarbij de leercurve zo intuïtief aan schijnt te voelen dat je als vanzelf groeit als speler. 

Ik ben verder veel met muziek bezig. Ik wil de muziekminnende Cine-lezer graag naar een bijzonder project doorsturen dat vreemd genoeg onder de radar lijkt te vliegen van zowel recensenten als publiek. Vliegen is hier een bewust gekozen woord want het gaat om For The Birds: The Birdsong Project. Het is een compilatie die in vijf delen wordt uitgebracht, een per maand, waarvan de eerste twee delen al verkrijgbaar zijn op alle streamingkanalen. De vinyl-versies zijn peperduur, maar het geld gaat dan ook naar een goed doel, de Amerikaanse non-profit The National Audubon Society, dat zich inzet voor zangvogels in Amerika. De premisse van de boxset is dan ook dat de muzikanten allemaal gevraagd zijn een nieuw nummer, of een cover, op te nemen met als thema vogelzang. Dat levert soms wat clichématige nummers op, waarbij op gemakzuchtige wijze vogelgeluidjes worden toegevoegd aan de mix, én heel veel teksten over weg kunnen vliegen als de vogels. Maar de creatievere muzikanten schieten enorm raak. Zo is de openingstrack van de compilatie van Nick Cave en Warren Ellis, Wood Dove een prachtig nummer, waarbij de melodie is geïnspireerd door het koeren van een houtduif. Jawel, de producers van For The Birds hebben Nick Cave weten te strikken, en daar blijft het niet bij. De lijst van deelnemende muzikanten op alleen de eerste twee delen is al gigantisch: Nick Cave, Beck, A.G Cook, Kurt Vile, Jim James, Damon Albarn, UNKLE, Beach House, Terry Riley, Richard Reed Parry, Jarvis Cocker, Karen O, Adam Green, Dan Deacon, Elvis Costello, The Flaming Lips, Jeff Tweedy, Calexico, Michael Penn, Girlpool en Yo-Yo Ma doen allemaal mee bijvoorbeeld, naast een hele rij minder bekende namen. Ook worden de nummers regelmatig onderbroken door gedichten, vertolkt door acteurs, schrijvers en andere bekende namen. Ook hier is de star power gigantisch: Robert Pattinson, Tilda Swinton, Sean Penn, Jeff Goldblum, Bob Balaban, Matthew McConaughey, Natasha Lyonne, Tim Blake Nelson en zelfs de schrijver Jonathan Franzen. De bedoeling is dat uiteindelijk meer dan 220 mensen meedoen aan het project, en dat deze compilaties in totaal 12 uur aan audio gaan beslaan. Een bijzonder project, met vrijwel niets te vergelijken, qua grandeur en schaal. Niet alles is raak, verre van zelfs, want dit is een project dat zich duidelijk ook richt op kwantiteit. Maar ambitie kan de makers niet ontzegd worden, en het is voor een goed doel. De moeite van het opzoeken waard. Heb jij nog iets bijzonders gezien waar je onze lezers op wilt wijzen, Luuk?’

LvH: ‘Ik heb zelf een geweldig weekend achter de rug waarin ik spontaan met een groep leuke mensen, zowel oude bekenden als nieuwe kameraden en onbekenden tot laat in de kroeg bleef hangen en fantastische bandjes in de Vondelbunker heb gezien. Het is misschien wrang als je kijkt naar alle narigheid in de wereld, maar ik kan onze lieve lezers eigenlijk vooral adviseren om jezelf die ontspanning af en toe te gunnen. Tot volgend weekend luitjes!’