Nederland is volledig veramerikaanst. We zijn meer bezig met Trump dan onze eigen politiek en Halloween is in populariteit Sint Maarten voorbij gegaan. Met drie horror-streamingdiensten, de goede ontvangst van Nederhorrorfilm Bumperkleef, en heel veel activiteiten rondom het Halloweenweekend is het feestje compleet.

Voor ons Halloween artikel vroeg ik aan de Cine redactie en mensen uit de Nederlandse filmwereld naar hun eerste ervaring met horrorfilms en van welke films ze als eerst echt slapeloze nachten hebben gehad. Daarnaast vraag ik om een niet-zo-voor-de-hand liggende filmtip voor Halloween weekend dit jaar. Happy Hallows Eve allemaal!

Lauren Murphy, Hoofd Content Cineville.nl

De allereerste film die ik ooit in de bioscoop zag was het Tsjechische De Grote Kaasroof, uit 1986, in de Riksbioscoop in Amsterdam. En geheel binnen het thema was volgens mij de film die me als eerst echt bang maakte Theo & Thea en de ontmaskering van het tenenkaasimperium (1989), omdat Theo & Thea hele enge grote tanden hadden, en er mensen tenenkaas aten (verschrikkelijk eng) en er iemand heel eng deed alsof hij opgehangen werd. Of echt opgehangen werd — dat weet ik niet meer.

Die nachtmerries werden gelukkig snel opgevolgd door Jack Nicholson als de Joker in Burtons Batman (die ik per ongeluk op tv keek toen ik zes was, en waar ik zo van was geschrokken dat ik er jarenlang van gedroomd heb, zo erg zelfs dat ik dacht dat mijn moeder de Joker wás, en ik haar aan haar wangen trok om er zeker van te zijn dat ze geen masker droeg); het moment dat die teringenge reus met die vieze tanden de zee uit komt in de animatieversie van BFG (dit moment ieeeehh zo veel te eng), Anjelica Hustons rimpelige opperheks in The Witches (deze reveal, Nicolas Roeg voor kids hou op met me) en David Bowie’s eng strakke legging in Labyrinth (daar is nu deze hele chille Crotch Magic remix over te vinden). En het idee dat de opperheks en de Joker toen een relatie hadden in het echt, daar kon ik al helemaal niet van slapen. Allemaal nog steeds eng eigenlijk, ik snap mezelf wel.

Elise van Dam, redacteur Cine.nl, theaterrecensent Het Parool

Voor mij was de eerste echte horrorervaring The Witches van Nicolas Roeg en dan specifiek twee scènes. De eerste is die waarin de heksen in muizen worden veranderd. Wat eigenlijk het overwinningsmoment van de film is en waarschijnlijk dus vooral euforisch moet zijn, maar de transformatie van Anjelica Hustons opperheks in een afzichtelijke muis gaf mij nachtmerries. Maar de scène die mij echt angst aanjoeg was die waarin het verhaal wordt verteld van Erica, een meisje dat op een dag verdwijnt en dan ‘terugkeert’ in een schilderij dat bij haar ouders aan de muur hangt. Ze zien haar nooit bewegen, maar ze staat elke dag ergens anders in het schilderij. En langzaam wordt ze ouder, totdat ze uiteindelijk vervaagt. Die scène is, hoe kalm verteld ook in de film, nog altijd pure horror voor mij.

De eerste echte horrorfilm waar ik letterlijk door uit m’n slaap ben gehouden is denk ik Honogurai Mizu no Soko Kara (Dark Water) van Hideo Nakata. Ik heb daarna een keer ‘s nachts in half wakkere staat zo’n Japans meisje met sluik lang zwart haar voor haar hoofd in mijn kamer gehallucineerd. Brr…

Tot slot een tip: The Blue Hour van Anucha Boonyawatana, een film die aanvankelijk een romance lijkt over twee jongens die verliefd worden en heimelijk afspreken in een verlaten zwembad, maar halverwege transformeert in een horrorfilm. En juist omdat die horrorelementen zo geleidelijk de film insijpelen en ik daar zo niet op bedacht was, joeg het me de stuipen op het lijf.

Abdel Chaouch, filmjournalist 

Mijn allereerste aanraking met horror in film kwam toen ik als stoer 8-jarig jochie mijn tante – die zich op een herfstige zaterdagavond had opgegeven als oppas voor mij en mijn twee jongere zusjes – wist over te halen mij toe te staan John Landis’ horrorklassieker An American Werewolf in London (1981) te kijken op televisie. Ik had de televisiegids erop nageslagen en wist op die manier aan te tonen dat de film officieel geclassificeerd was als een komedie. Gevolg van dit onbevreesde gedrag: een jaar lang onrustig slapen. Zwetend wakker worden in het donkerst van de nacht om vervolgens angstig uit mijn raam naar buiten te staren, vrezend dat er iets dierlijks op mij stond te wachten daarbuiten. Iets dat gevoed werd door een onverzadigbare honger en agressie. Na die ene avond was ik verkocht. Eeuwig gefascineerd door het feit dat horror zoveel in een mens los kan maken.

Mijn tip voor Halloween dit jaar is Session 9. Deze low-budget horror exercitie van regisseur Brad Anderson (The Machinist) weet op subtiele manier onder je huid te kruipen. Ondanks het feit dat het verhaal niet bijster origineel oogt, slaagt Brad Anderson er alsnog in zijn publiek keer op keer te verrassen. Niet alleen in de vorm van tactische audiovisuele beslissingen die bijdragen aan een beklemmende sfeer, maar vooral in de sluwe manier waarop Anderson op cruciale momenten weigert informatie prijs te geven aan het publiek over de personages in zijn film. De kijker krijgt gefragmenteerde herinneringen en warrige geluidsopnames voorgeschoteld en wordt in staat geacht het puzzeltje zelf in elkaar te zetten. Kortom, intelligente horror met een sterke cast en realistische atmosfeer.

Julius Koetsier, redacteur Cine.nl

Als kind verslond ik de boeken van Paul van Loon, waaronder het Griezelhandboek, een soort mini-encyclopedie over allerlei enge zaken. Daarin werd de film Vampire in Brooklyn besproken. Een komische vampierfilm met Eddie Murphy in de titelrol. Hoewel ik gek was op griezelboeken, was ik bang voor horrorfilms: ik werd al misselijk van de reconstructies in 12 steden, 13 ongelukken. Maar ik wist dat eentje de eerste moest zijn, en als groot Murphy-fan leek een vampierkomedie me een goede instapper.

Vampire in Brooklyn was echter veel duisterder en vooral bloediger dan ik had verwacht. Ik schrok me dood toen ik Murphy als vampier iemands hart uit z’n borstkas zag trekken. Daarna spoelde ik die scène wel meteen terug, en keek ik hem net zo vaak tot hij me niet meer choqueerde. Twee jaar later zat ik regelmatig met de buurmeisjes op mijn bed, kussens in de rug, fles cola erbij, alle Friday the 13th-films te kijken op mijn kleine tv-tje. Die films, hoe slecht ze ook zijn, koester ik nog steeds. Maar mijn liefde voor het genre begon bij die malle kruising tussen Dracula en Coming to America.

Carmen Felix, auteur 

Mijn allereerste echt goeie horrorervaring was Rose Red. Mijn ultieme tienerverjaardag was met een woonkamer vol vriendjes en vriendinnetjes horrorfilms kijken met magnetronpopcorn en Croky Bolognese.  Over dat spookhuis van Stephen King heb ik nog wel wat nachtmerries gehad. Maar de kwaliteit is natuurlijk zo belachelijk dat het nu vast superlame is. Ook flink bang werd ik van stiekem — in het donker —  The X-Files afleveringen op m’n ouders hun slaapkamer kijken als zij beneden zaten. Favoriet blijft voor altijd de aflevering over de inteeltfamilie (Home) en die ene over die gast die door ventilatiebuizen glibbert.

Luuk van Hüet, redacteur Cine.nl, organisator Klik Animatiefestival 

Ik was op Lowlands in 1994 of 1995 toen ik samen met mijn high school sweetheart en haar beste vriendin de beslissing nam om Braindead te kijken. Nou waren we veel bekenden tegen gekomen die dag en elke ontmoeting was wel beklonken met het draaien en roken van een stevige joint. Zo hadden we die dag in een zachte, weldadige roes doorgebracht, maar toen de film eenmaal begon, bekroop mij een ander gevoel dat ik niet eerder had gehad na het blowen: irrationele en compleet onlogische paranoia.

Naarmate de film vorderde werd ik er steeds meer van overtuigd dat er elk moment een echte zombie-aanval plaats zou vinden. Het hielp niet dat bij elke ranzige gebeurtenis mijn teerbeminde keihard aan het lachen was, haar beste vriendin in mijn oor gilde en dat voor elke schrikscène iemand achter me keihard ‘Boe!’ riep. Na de film had ik een Luuk-vormige afdruk in het plafond achtergelaten en bleef ik de rest van de nacht wakker omdat ik er van overtuigd was dat mijn vriendinnetje mijn hersens op wilde eten.