In de jaren 10 vielen vele maskers af en bleek onder de grote schoonheid ook grote leegte schuil te gaan. Reden genoeg om troost te zoeken in de bioscoop. Een favoriete regisseur werd in de loop der jaren Paolo Sorrentino, die me die ene avond in 2013 wist te raken met zijn barokke esthetiek in La grande bellezza.

Kynodontas / Dogtooth was in 2009 mijn eerste kennismaking met Yorgos Lanthimos, de Griek die telkens weer zijn heel eigen universum weet te verzinnen, net zoals de vaderfiguur dat in Dogtooth voor zijn twee kinderen blijkt te doen. Lanthimos combineert een gortdroge humor met een loepzuivere visuele handtekening en maakte na Alpleis / Alps (2011) probleemloos de overgang naar Engeland en Amerika met The Lobster (2015), The Killing of a Sacred Deer (2017) en The Favourite (2018). Die laatste film heeft zijn titel niet gestolen.

Ook Quentin Dupieux werd een favoriet. Op het festival Offscreen zag ik Rubber (2010), een film over een moordende autoband en ik was verkocht. Elke film van Dupieux is heerlijk bizar en absurd maar volgt een ijzersterke en consequente innerlijke logica. Lekker korte titels ook: Wrong (2012), Réalité (2014), Le daim (2019). Dupieux blijkt een grote fan van het Droste-effect want zijn films laten zich in laagjes pellen zodat je op den duur naar een film over een film over een film zit te kijken.

Zoals veel filmliefhebbers werd ik in 2012 verliefd op de ondraaglijke lichtheid (en schoonheid) van Frances Ha en vertolkster Greta Gerwig, die in de loop van het decennium minder actrice en meer maakster werd: zie Lady Bird (2017) en binnenkort Little Women (2019). Gerwigs echtgenoot Noah Baumbach maakte na Frances Ha nog meer films die als schuurpapier over de huid glijden, met recent nog Marriage Story (2019).

Grote schoonheid vond ik ook in de films van Peter Strickland die zo nodig elke krakende knisper of elk dwarrelend stofdeeltje als een kunstwerk in beeld brengt. Berberian Sound Studio (2012), The Duke of Burgundy (2014) en In Fabric (2018) waren een prikkeling voor de zintuigen. Niet strelen maar slaan deed een andere geliefde regisseur: Damien Chazelle. Ik vond Whiplash (2014) al een bommetje dat ter hoogte van het hart ontplofte, maar daarna ging het alleen maar crescendo met La La Land (2016) en First Man (2018). Ook een liefhebber van schone dingen: Chan-wook Park met Stoker (2013) en Ah-ga-ssi / The Handmaiden (2016).

Geen genre dat de hartslag van de maatschappij zo goed voelt kloppen als het horrorgenre. Dat is geen trend van de jaren 10 maar een vervolg van iets wat altijd zo geweest is. Er doken wel nieuwe namen op die hopelijk de jaren 20 zullen domineren. Zowel Jordan Peele, met Get Out (2017) en Us (2019) als Ari Aster, met Hereditary (2018) en Midsommar (2019) zeggen verontrustende maar zinnige dingen en weten die met een rake beeldtaal te brengen. Ik reken daar ook David Robert Mitchel bij met It Follows (2014) en Jennifer Kent met The Babadook (2014).

In de vele decenniumoverzichten die dezer dagen verschijnen blijft Denis Villeneuve een beetje onderbelicht maar hij maakte met Prisoners (2013), Enemy (2013), Sicaro (2015), Arrival (2016) en Blade Runner 2049 (2017) heel veel en alleen maar sterke films. Idem voor de beste Belgische regisseur van de jaren 10: Michael R. Roskam: Rundskop (2011), The Drop (2014) en Le Fidèle (2017).

De zoektocht naar schoonheid en liefde bleek een rode draad in de films die ik de voorbije jaren graag heb gezien, als aanlokkelijk antidotum tegen de harde realiteit. Het zijn er teveel om op te noemen, dus ik houd het nog bij Under the Skin (Jonathan Glazer, 2013), Her (Spike Jonze, 2013), Birdman (Alejandro González Iñárritu, 2014), Anomalisa (Charlie Kaufman, 2015), Toni Erdmann (Maren Ade, 2016), A Ghost Story (David Lowery, 2017) en Call me by your name (Luca Guadagnino, 2017). Allemaal mooi maar niet zo mooi als Paterson (2016) van Jim Jarmusch, een film die me omarmde en niet meer losliet.