Bas Devos debuteerde in 2014 veelbelovend metViolet, maar een opvolger liet lange tijd op zich wachten. In 2020 verscheen opeens een tweeluik: Hellhole, een duistere film over de nasleep van de Brusselse metro-aanslag, en Ghost Tropic, een lichtere zijde van hetzelfde verhaal.

Hellhole, dat eerder dit jaar verscheen, is een ander beest dan Ghost Tropic, en de films laten zich het best kijken als een dialoog. Ghost Tropic is rechtlijnig waar Hellhole uitwijdde in verschillende verhalen: de focus ligt volledig bij de schoonmaakster Khadija en haar nachtelijke tocht door Brussel, op weg naar huis vanaf een rangeerterrein nadat ze in slaap viel in de laatste metro. Waar Hellhole bij vlagen haast onduidbaar leek, en bewust prikkelde met shots die zich niet meteen lieten interpreteren, daar is Ghost Tropic een stuk eenduidiger.

De boodschap van Ghost Tropic is er namelijk een van warmte, menselijke compassie en verbinding. Khadija kan tijdens haar nachtelijk tocht vertrouwen op de goedheid van vreemden, en dat is wederzijds. Een groot verschil met de pessimistische, haast kille inborst van Hellhole, een film die leek te stellen dat het trauma van de aanslagen collectief was en een beeld schetste van een samenleving waarin mensen steeds verder ontworteld raakten. En waar Hellhole zich grotendeels overdag afspeelt, daar is de nacht het terrein van Ghost Tropic. De nacht, waarin alles magisch lijkt, en alles kan gebeuren. En hoewel hetgeen wat gebeurt klein is, bevat de film toch een magische touch.

 

Hoewel de films van elkaar lijken te verschillen hebben beiden toch het kenmerkende signatuur van Devos. Want hoewel de films geschoten zijn door twee verschillende cameramannen, Nicolas Karakatsanis bij Hellhole en Grimm Vandekerckhove bij Ghost Tropic, zijn beide films visueel uit hetzelfde hout gesneden. Devos is observerend en heeft oog voor details, zoals de manier waarop het licht over een oppervlak strijkt, of de grilligheid van een muur. De brille van de film schuilt in het vermogen om het alledaagse op te tillen naar een iconisch niveau, waarbij een klein gebaar van een acteur, een plantje in de berm of een alledaagse zin opeens een wereld aan mogelijkheden in zich kan dragen.

Het doet denken aan het werk van Jem Cohen (Museum Hours, Chain), ook zo’n meesterobservator die het alledaagse en echte weet te versmelten met het bedachte en geregisseerde. Devos vindt de balans tussen gestileerd en uit het leven gegrepen: zijn films zijn tegelijkertijd afstandelijk en diep in het moment.

En net als Cohen blinkt ook Devos uit in de kleine menselijke emotie: prachtige schijnbaar onbeduidende gesprekken, die een poging tot toenadering bevatten. Achteloze gebaren die alles zeggen. En voor de liefhebber is er de magisch-realistische touch: het gevoel dat deze wereld er een net buiten de onze is, waarin een stad opeens kan veranderen in een jungle, een treinraam in een sterrenstelsel en een hond gered kan worden door pure wilskracht.

 

Waar Hellhole grote, complexe vragen oproept, daar lijkt Ghost Tropic vrij simpel, rechtlijnig en klein, tot het laatste shot, dat moeizaam aansluit op het voorgaande. Het voelt als een stijlbreuk, een kleine vergallopering: een shot dat uit een andere film, een ander universum lijkt te komen.

Hellhole gaat over de nasleep van een collectief trauma, Ghost Tropic over de puurheid en schoonheid in menselijke interactie. Beide films, gezamenlijk gezien, komen anders over tijdens de coronacrisis. Samen kunnen ze een landkaart vormen in de nasleep die deze periode gaat hebben. Hellhole waarschuwt voor de gevolgen van een collectief trauma, en waakzaam te zijn voor een vervreemding tussen mensen. Ghost Tropic toont ons een ideale wereld, vol aanrakingen en compassie, en een geloof dat de mens in wezen goed is. De boodschap is simpel, om het onsterfelijke ‘t Schaep met de 5 Pooten te citeren: ‘We benne op de wereld om mekaar te helpen, niewaar?’

Ik zit zeker niet te wachten op de talloze films die gemaakt gaan worden over de coronacrisis en de quarantaine, maar als ik één filmmaker zou mogen kiezen om zich vast te laten bijten in die materie, dan zou het Bas Devos zijn. Hij bewijst met zijn derde film een groot filmmaker te zijn, van internationale allure, en de juiste man om een film te maken over compassie en menselijk contact in traumatische tijden.