Het voormalige Oostblok is misschien niet de plek die je associeert met horrorfilms. Toch konden ze achter het ijzeren gordijn niet nablijven toen eind jaren zestig heksen en de duivel de bioscoopzaal weer binnen waren geslopen in de vorm van films zoals Rosemary’s Baby en Witchfinder General.

Op het eerste gezicht lijkt Witchhammer (Kladivo na carodejnice) in de lijn te passen van die horrorfilms. De film opent met een monnik verscholen onder zijn zwarte kap. Zijn ogen fel opgelicht terwijl hij zich fanatieke uitlaat over de verdorvenheid van vrouwen. Regisseur Otakar Vávra toont vervolgens deze naakte schepsels terwijl ze onschuldig baden met elkaar sensueel en puur, zonder mannen. De monnik zet echter zijn bezeten betoog voort: Al het kwaad vindt zijn oorsprong in de baarmoeder. De vrouw is vleesgeworden zonde en een ongekend gevaar voor de vrome mens! Het is een krachtige en expliciete openingszet die sterk contrasteert met de daaropvolgende scène. We zien dezelfde vrouwen nu strak in 17eeeuwse kledij. Hun gezichten verraden het ongemak waarmee ze nu stijf in de kerk staan, terwijl ze door andere mannen begerenswaardig worden bekeken.

Het zijn turbulente tijden. De Turken voeren een beleg aan de poorten Wenen. In de Boheemse uithoek van het Habsburgse rijk waar de film zich afspeelt, lijkt het nog rustig. Maar het duurt niet lang voordat de spreekwoordelijke pleuris uitbreekt en dat door een schijnbaar onbeduidend incident.

Als een oud arm vrouwtje tijdens de mis een hostie steelt wordt zij door een achterbaks koorknaapje verklikt. De vrome pastoor spreekt er schande van ook al probeert het zielige oudje het goed te praten. ‘Het is voor de hongerige koe van een buurvrouw!’, zegt ze smekend. Te laat. De twijfel over haar ongoddelijke daad houdt iedereen bezig. Zou die oude tang niet een vieze heks zijn? Die gebruiken hosties immers voor hun duistere praktijken en om het lichaam van Christus te besmeuren. Tijd om de professionals in te schakelen.

Een adellijke dame die zich over het stadje ontfermt stuurt haar bedienden eropuit om een geschikte inquisiteur te vinden. In een kroeg komt hij twee flodderige types tegen. Het zijn Boblig von Edelstadt (Vladimír Šmeral) en zijn kruiperige hulpje. Hij slijt zichzelf als een ervaren heksenjager die de Malleus Maleficarum (beter bekend als de Heksenhammer) als geen ander kent en zo weet hoe heksen te bestrijden zijn. In een gesprek met de bezorgde jonkvrouw doet hij zich voor als een gecultiveerd mannetje. Hij wil lauw water bij zijn wijn en met zijn pink roert hij schijnbaar mondain in zijn drankje. Een shot laat echter zien dat hij loopt op vieze en versleten schoenen.

Hoe lachwekkend en grotesk deze parvenu ook is, zijn methodes zijn dat niet. Het fragiele oudje krijgt al gelijk de duimschroeven om. Haar buurvrouw wordt het volgende slachtoffer en zo gaan de beschuldigingen als een lopend vuurtje door de stad. En van vuur is het maar een klein stapje naar de brandstapel.

Tegenover de opportunistische Boblig is er een geleerde priester die nog gelooft in een mate van tolerantie en vergiffenis. Met zijn lange haar en snor lijkt hij op de filosoof René Descartes. De verlichting is op komst! Maar door de angst die Boblig op machiavellistische wijze uitbuit valt de stad weer terug naar de primitieve middeleeuwen. Het zal Boblig een worst wezen. Gretig maakt hij gebruik van oude martelmethoden die effectief zijn in het breken van alle weerstand. Als een stoomwals dendert hij over iedereen heen die maar een beetje kritiek heeft. Bezittingen neemt hij vervolgens in beslag als een deel van zijn honorarium.

Witchhammer heeft wonderbaarlijk veel gelijkenissen met Ken Russells The Devils (1971). Beide films zijn gebaseerd op echte heksenprocessen en hebben een priester als protagonist die zich tegen een bloedige inquisitie keert. In dat opzicht zijn dit geen traditionele horrorfilms, maar eerder historische drama’s met een flinke scheut gruwelijkheid. Vávra weet het vakkundig te brengen: Close-ups van archaïsche martelwerktuigen. De wraakzuchtige monologen van de vurige monnik die door de film opduiken. Gezichten van de vermoeide verdachten terwijl ze worden uitgerekt op de pijnbank of naakt op duivelse tekens worden gecontroleerd.

De film is ook moeilijk los te zien van de politieke situatie in het Tsjecho-Slowakije tijdens de Koude Oorlog. Na de vrijheden van de Praagse lente werd het land door Russisch militair ingrijpen weer een gehoorzame satelliet van de Sovjet-Unie. Dat zorgde voor een angstcultuur waar mensen gedwongen werden om anderen aan te geven. Filmcritica Kat Ellinger haalt in een video essay over de film ook een interessante link aan met Milada Horáková. Een Tsjechische verzetsheldin en vrouwenrechtenactiviste die door de nazi’s gevangen werd genomen. Na de Tweede Wereldoorlog werd zij door de communisten gezien als een dissidente en na een vals showproces opgehangen. Deze verbanden zijn niet zo gek als je weet dat Witchhammer deels door Ester Krumbachová is geschreven. Zij schreef het scenario van de feministische cultfilm Daisies (Sedmikrásky, 1966) en het script voor het psychedelische en erotische Valerie and her Week of Wonders (Valerie a týden divů, 1970).

De film past qua stijl en thematiek ook naadloos aan bij andere Oost-Europese films over religie en de dreiging van heidenen zoals Mother Joan of the Angels (Matka Joanna od Aniołów, 1961), Andrej Roebljov (1966) en Marketa Lazarová (1967). Zelfs het recente November B(2018) van Rainer Sarnet heeft elementen van Vávra’s film overgenomen zoals de gestolen hostie. Dat bewijst dat Witchhammer nog steeds een krachtige film is die je onderdompelt in verschrikkelijke historische feiten die helaas minder ver verwijderd zijn van onze moderne tijd dan we durven toe te geven. Zullen we ooit nog eens iets leren van ons besmet verleden?

Dit artikel verscheen eerder in filmmagazine Schokkend Nieuws. Het blad is al sinds 1992 geliefd en gelezen door genrefans, cinefielen én de filmpers. Voor slechts 30 euro per jaar heb je een jaarabonnement.