Nu aan het lezen:

Flashback: The Unsuspected

Flashback: The Unsuspected

De volgende keer dat u denkt dat u het druk hebt, denk dan eens een keertje aan Michael Curtiz. Het werkpaard uit de Warner Bros stal heeft in totaal 178 films op zijn naam staan. Tussen 1930 en 1940 alleen al regisseerde hij 52 films. Dat betekent dat hij dat decennium zowat om de twee en halve maand aan een nieuwe film begon. Curtiz was een van de meest veelzijdige regisseurs uit het studiosysteem en heeft in elk genre een meesterwerk op zijn naam staan. Van westerns (Dodge City) tot musicals (Yankee Doodle Dandy), van piratenfilms (Captain Blood) over vrouwendrama (Mildred Pierce) tot gangsterfilms (Angels with Dirty Faces) en alles daartussenin. Misschien is het precies door die grote veelzijdigheid en de verbluffende kwantiteit van zijn werk dat Curtiz nooit echt serieus is genomen als een artiest.

Fans van The Adventures of Robin Hood roemen de fantastische kleurenfotografie van Sol Polito, de filmmuziek van Korngold of de atletische prestatie van Erroll Flynn in de hoofdrol. Bewonderaars van Casablanca prijzen het scenario van de Epstein-broertjes of zwijmelen weg bij de chemie tussen Humphrey Bogart en Ingrid Bergman. Over Michael Curtiz hebben ze het bijna nooit. Het lijkt wel alsof al die meesterwerken zichzelf hebben geregisseerd.

Als het dan toch eens over Curtiz gaat, is hij vaak de punchline van een grap. Curtiz was van oorsprong een Hongaar, die ergens in het midden van de jaren 20 naar Hollywood kwam. Naar eigen zeggen sprak hij vijf talen, maar geen van allen goed. Zijn korte lontje en creatieve gebruik van het Engels leverde enkele legendarische Hollywoodanekdotes op. Zo is er die keer dat hij op de set van Casablanca aan zijn assistent om een ‘poodle’ vroeg. Toen de man met het gevraagde hondje kwam aanzetten, schoot Curtiz in een Hongaarse furie. Bleek dat hij een waterpoel (puddle) nodig had. En toen Curtiz op de set van The Charge of the Light Brigade schreeuwde ‘Bring on the empty horses’ (hij bedoelde paarden zonder ruiters) vond acteur David Niven dit zo grappig dat hij er later de titel van zijn autobiografie van maakte.

Arme Michael Curtiz… Een auteur kan je hem met de beste wil van de wereld niet noemen, maar hij is zeker ook niet de broodfilmer waarvoor sommigen hem willen afdoen. Laten we vandaag eens een kijkje nemen naar een van zijn minder bekende titels. The Unsuspected is een film uit 1947. Filmliefhebbers die per se alles in een vakje willen hebben, classificeren hem vaak bij de film noirs. Ik ben niet akkoord. Hij bevat stilistisch elementen van noir, zeker, maar ook van horror en melodrama. Het is net dit hybride aspect dat van The Unsuspected zo’n vreemd beestje maakt.

Het verhaal maakt zoveel bochten dat het onmogelijk is om het in een paragraaf neer te schrijven. Laten we het houden bij het uitgangspunt. Claude Rains speelt Victor Grandison, een radiopresentator van een populair soort true crime programma waarin waargebeurde moorden op een melodramatische manier aan de luisteraars uit de doeken worden gedaan. In de omgeving van Grandison vallen echter ook regelmatig doden. Zijn steenrijke nichtje, waarvan hij de voogd is, verdween op zee en tijdens een van zijn radiouitzendingen wordt ook zijn secretaresse vermoord. Toeval, of toch niet? We ontdekken algauw dat Grandison een wolf in schaapskleren is die er een handje van heeft om moorden zo te ensceneren dat ze lijken op zelfmoord of een ongeval. Maar hoelang kan hij The Unsuspected blijven?

Iedereen die Michael Curtiz een gebrek aan stijl verwijt, moet enkel maar eens naar de eerste vijf minuten van The Unsuspected kijken en mag dan zonder probleem zijn woorden terugnemen. De moord op de secretaresse van Grandison, door een mysterieuze figuur waarvan we enkel de gigantische schaduw zien, is een expressionistisch feest in een film die bol staat van stilistische hoogstandjes. Heel veel schaduwen, een massa plafonds, dramatisch waaiende gordijnen… Wie zijn noirs graag grimmig en realistisch ziet zal zich ergeren. Wie houdt van de meer glossy variant zal ervan smullen.

Curtiz maakt handig gebruik van het feit dat zijn hoofdrolspeler een radiovedette is. De geluidsdichte kamer waar Grandison zijn programma’s opneemt en de vele microfoons die in zijn huis zijn geïnstalleerd om gesprekken van zijn gasten mee op te nemen, zorgen voor efficiënte suspense-scènes. Maar de grootste troef die The Unsuspected heeft is zonder twijfel Claude Rains. Een van die onschatbare karakterkoppen uit de Warnerfabriek, een van die acteurs die zelfs aan de grootste onzin een gravitas en waarachtigheid kon geven. Vaak was hij de slechterik van dienst of zat hij in bijrollen en kreeg hij maar enkele scènes om zijn magie te laten werken (zie bijvoorbeeld Casablanca). Hier kan hij zich vastbijten in een hoofdrol en hij doet dat met verve. Grandison is een ijskoude psychopaat, des te meer beangstigend omdat hij zich steeds voordoet als zorgzaam en beleefd. De rest van de cast kan hem niet altijd helemaal volgen en bestaat voornamelijk uit B-sterren uit de noirwereld (Audrey Totter, Joan Caulfield). De film zakt merkbaar in wanneer zij de boventoon voeren.

Al is dat lang niet het enige probleem dat de film heeft. Visueel is Curtiz hier in topvorm, maar narratief laat hij meerdere steken vallen. Let er eens op wat een puinhoop hij maakt bij de introductie van de hoofdpersonages. Zelfs voor de meest aandachtige kijker duurt het een goed uur voordat duidelijk is wie de verschillende personages zijn en welke relatie ze met elkaar hebben. Koppels worden afzonderlijk van elkaar geïntroduceerd, familiebanden worden vaag gelaten of niet benoemd; het is een waar zootje, een regisseur van de status van Curtiz onwaardig. De verwarring wordt er niet beter op door het feit dat de drie vrouwelijke hoofdrolspelers ook nog eens heel erg op elkaar lijken en dezelfde soort kledij aanhebben.

Curtiz wordt ook niet echt geholpen door het script dat erin slaagt om een aantal clichés waar zelfs in de jaren 40 al wat haar op stond, te gebruiken. Zo hebben we de schipbreukelinge die vanuit het niets weer opduikt, net zoals dat goeie oude geheugenverlies, toevluchtsziekte van elke scenarist die het even niet meer weet. De mankementen die in The Unsuspected te vinden zijn, zijn te groot om te negeren. Toch is dit een film waar ik graag naar terugkeer, op momenten dat mijn suspension of disbelief groot is en mijn zin om plotgaten te doorprikken klein. Die schaduwen, weet u wel. En die wapperende gordijnen.

Nog een opmerkelijk weetje om mee af te sluiten. Sommige situaties uit The Unsuspected worden zowat rechtstreeks uit andere films gelift. Heel wat recensenten hebben al op de gelijkenissen met Otto Premingers Laura gewezen. Maar er is ook een bijzonder vreemde scène waarin Claude Rains een haast letterlijke reprise doet van een scène die hij een jaar daarvoor, in Alfred Hitchcocks Notorious al eens had mogen spelen. Ik heb het over de legendarische vergiftigingsscène (je weet wel, die met het gigantische koffiekopje op de voorgrond en Rains die Ingrid Bergman probeert te laten drinken op de achtergrond). In The Unsuspected is Rains opnieuw met gif in de weer. De twee scènes zijn haast identiek in hun cameravoering, alleen is de gigantische koffiekop vervangen door een gigantisch glas champagne en is slachtoffer Joan Caulfield iets minder bedreven in het overbrengen van het dramatische van de situatie dan Ingrid Bergman. Een mens kan hopen dat Curtiz Hitchcock op zijn minst op een lekkere lunch in Chasen’s heeft getrakteerd voor deze schaamteloze copy/paste. Al was Curtiz blijkbaar iemand die niet geloofde in het concept lunch, wat hij als tijdsverspilling beschouwde. Er moesten namelijk films gemaakt worden.

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken