The Fury (1978) is een film over een vader die zijn zoon wil redden – niet van alcohol of drugs, maar van snode overheidsorganisaties die misbruik willen maken van zijn telekinetische krachten. Dat klinkt als een roman van Stephen King (die over dit thema schreef in Firestarter en onlangs nog in The Institute), maar The Fury is een film van Brian De Palma. Zelf was hij niet zo tevreden met het eindresultaat. Maar zelfs een mindere De Palma blijft een interessante De Palma.

Brian De Palma was in 1976 ook al niet helemaal tevreden met zijn filmversie van Carrie, naar het boek van –  weer hij – Stephen King. Volgens De Palma ontbrak het de film aan een duidelijke en bekende mannelijke protagonist, alsof de aanwezigheid van Amy Irving, Piper Laurie en Sissy Spacek niet genoeg was om de film kredietwaardig te maken. Amy Irving mocht toch terugkeren in The Fury en opnieuw kreeg ze een soort gedeelte hoofdrol, maar de echte ster van de film was dit keer Spartacus zelf: Kirk Douglas, 62 jaar op dat moment, maar nog steeds alive and kicking, zoals de openingsscène ons toont.

Douglas (in februari 2020 op 103-jarige leeftijd overleden) speelt ex-CIA-agent Peter Sandza en in een wedstrijdje zwemmen op vakantie in Israël legt hij zijn zoon Robin (Andrew Stevens) nog steeds het vuur aan de schenen. Je merkt zo dat Peter en Robin een uitstekende relatie hebben en dat Peter het type ruwe bolster met de blanke pit is. Speciaal voor zijn zoon wil hij terugkeren naar Amerika, waar ze op zoek gaan naar een leven dat past bij Robins telekinetische krachten.

Als The Fury iets voor heeft op het werk van King dan is het dus de aanwezigheid van de sterke mannenrol die Douglas speelt. In Kings werk moeten kinderen het grotendeels alleen rooien in een wereld waarin volwassenen vaak afwezig, ongeïnteresseerd of onbetrouwbaar zijn. Niet in de roman van John Farris, die zelf ook instond voor het filmscenario. The Fury zet in op de angst van de vader om zijn zoon te verliezen. In de haast romantische openingsscène – zon, zee, strand – wordt die angst werkelijkheid. Een oud-collega van Peter, Ben Childress (John Cassavetes) ontvoert Robin. Peter is machteloos.

Het verhaal dat Brian De Palma daarna ontspint is de zoektocht van vader naar zoon. De weg is hobbelig en neemt verhaaltechnisch gezien veel omwegen. We maken eerst kennis met de Amerikaanse highschoolstudente Gillian Bellaver (Amy Irving) die ontdekt dat ze over kinetische krachten beschikt. Gillian en Peter kunnen met elkaar shinen – King is nooit ver weg in deze film. De twee zijn de Romeo en Julia van de telepathie. Daarmee zijn de pionnen bekend: Peter zoekt zijn zoon; Gillian kan hem daarbij helpen; Childress is de slechterik die de krachten van de kinderen wil gebruiken voor een schimmig overheidsdoel.

Deze mengeling van Carrie, Scanners, The Dead Zone en Firestarter is natuurlijk een kolfje naar de hand van Brian De Palma, al moet gezegd dat The Fury onevenwichtig is. De film probeert veel balletjes in veel genres omhoog te houden, zelfs in het komische. De scène waarin Peter, ontsnapt uit zijn hotelkamer, pardoes het appartement van een kibbelend stel binnenvalt, slaat als een tang op een varken. In de staart van The Fury zit dan weer een explosieve, bloederige scène die niet  zou misstaan in de betere bodyhorrorfilm.

Gelukkig staat De Palma zelfs in eerste versnelling nog altijd garant voor enkele visuele pareltjes, mooi ondersteund door een Bernard Herrmann-achtige score van John Williams vol barokke bombast. Een prachtig gevisualiseerde achtervolging in de mist leidt naar een verlaten bouwterrein. Gefilmd vanuit een helikopter volgt de camera een busje dat zich als een Lego-autootje op de parkeerplaats manoeuvreert. Een langgerekte ontsnappingsscène is dan weer helemaal in slow motion gefilmd: een poëtische opeenvolging van beelden die abrupt tot een einde komen wanneer een auto een vrouw de lucht in schept. Gruwelijk mooi.

Snelheid is niet het ordewoord in The Fury. De film neemt uitgebreid de tijd om de twee protagonisten met elkaar in contact te laten komen. In het laatste kwart staan alle stukken tegenover elkaar op het schaakbord. De vader heeft de zoon gevonden. Niet veel later bungelen ze samen aan de dakgoot van een huis. De vader probeert zijn zoon met een laatste krachtinspanning omhoog te tillen. De afloop is anders dan hij gehoopt had. Er is hen geen scène gegund waarin ze elkaar op de schouder kloppend in de armen vallen.