‘’Ben jij allergisch voor de 21e eeuw?’’ Het zou zomaar de ondertitel kunnen zijn voor een toekomstige sequel van Safe, de eerste film van de Amerikaanse cineast Todd Haynes (Far From Heaven, Carol). Dit broeierige kunststuk stelde in 1995 dezelfde vraag over de 20e eeuw en liep daarmee vast vooruit op toekomstige symptomen.

Julianne Moore vertolkt Carol White, een schuchtere huisvrouw die in Los Angeles een bovenmodaal appartement bestiert met haar echtgenoot Greg (Xander Berkeley). De regelmaat van dat burgerleven wordt bedreigd als Carol te maken krijgt met ongewone ziektesymptomen. Plots reageert ze allergisch op tal van stoffen waar een mens dagelijks mee in aanraking komt; van de uitlaatgassen in het stedelijk verkeer tot de chemicaliën in het keukenkastje. Haynes haast zich niet om toe te lichten waarom Carol’s immuunsysteem instort. Het is het gegeven dat zij zich zo voelt dat ertoe doet. Moore vertolkt haar personage met een monotone stem, beweegt zich statisch en onzeker door haar eigen huis en worstelt met haar neurotische trekjes. Zo laat ze een andere set meubelen aandragen omdat de kleuren niet matchen en heeft ze een opmerkelijke drankverslaving: melk (één van de vele visuele toespelingen in de film op Carol’s achternaam). Haynes toont de misère van Carol zonder haar te ridiculiseren. Dit is een vrouw die zonder het echt te merken de grote afwezige is in haar eigen leven, waarbij ze zichzelf alle geluk en aandacht ontzegt die ze als mens zo hard nodig heeft. Het is tekenend dat Carol zich geen moment afzet tegen haar extreem apathische echtgenoot.

Hoewel Safe op microniveau een knappe karakterstudie is, dient zich wel degelijk een thema aan dat het leven van de protagoniste ontstijgt. Carol’s symptomen, en dat is ook exact haar eigen overtuiging, verhouden zich namelijk tot de toenemende vervuiling van haar stedelijke leefomgeving door veelsoortige dampen, stoffen en (uitlaat)gassen. Als Carol zich na een bloeduitstorting bij de dokter meldt, geeft die alleen aan geen concrete aanwijzingen te zien dat het milieu haar symptomen aanwakkert. Zijn patiënte is ervan overtuigd dat hij ernaast zit, en na een tv-advertentie en enkele positieve geluiden van kennissen trekt ze naar Wernwood, een privékliniek in de woestijn van New Mexico.

Het woord ‘klimaatverandering’ mag dan niet vallen (Haynes gebruikt ook niet ‘climate’ maar ‘environment’), anno 2020 is het lastig om de film niet door die lens te bekijken. Je zou in dat verband kunnen zeggen dat de film z’n tijd vooruit was: afgelopen december publiceerde de NOS nog een artikel waarin het fenomeen ‘klimaatdepressie’ besproken werd. Toch is het belangrijk om te erkennen dat Haynes geen profeet pur sang is, maar vooral zijn eigen context voor ogen heeft gehad. In een interview op de Criterion-editie van de film (2014) verwijst de regisseur enkel zijdelings naar Amerikaanse publicaties in de vroege jaren negentig die ingingen op het fenomeen ‘environmental illness’. Mede daarom ligt het zwaartepunt in Safe waarschijnlijk ook bij Carol zelf en niet bij het bredere ecologische probleem en de politieke discussie hierover. Hierdoor is het ook een stuk minder belangrijk of het milieu daadwerkelijk de boosdoener is of dat de symptomen eigenlijk van een andere aard zijn. Daarnaast is (filmische) aandacht voor de destructieve invloed van de natuur op het individu (onder meer door de doorgeslagen industrialisatie) zeker niet alleen van deze tijd. Neem bijvoorbeeld Michelangelo Antonioni’s Red Desert (1964), waarin een vrouw (Monica Vitti) tegen het decor van stomende fabriekspijpen onwel wordt van de moderniteit zelf. Haynes heeft zich ongetwijfeld laten inspireren door deze klassieker, die z’n diagnose enkel iets abstracter stelt.

Interessant is dat het helingsproces op Wernwood vergezeld gaat van een bijzondere focus op individualisatie en zelfverwerkelijking. De retoriek die gebruikt wordt door een schrijver van zelfhulpboeken (“projecteer de liefde die je in je hebt op de buitenwereld”) zou niet misstaan op een New Age-conferentie of in de ideeën van de (bijna voormalige) Democratische presidentskandidate Marianne Williamson. Een bondige speech van de schrijver annex mental coach kan op veel enthousiasme van de aanwezigen rekenen, al roept de behoudende reactie van de op dat moment nog nauwelijks gesettelde Carol nog even de vraag op of Haynes drama stiekem zal gaan verruilen voor subtiele humor met een randje ideeënkritiek. Uiteindelijk houdt de karakterstudie de overhand.

In Safe én in het veelvuldig gedeclameerde klimaatdecennium van de waarheid zijn holistische denkwijzen en ecospiritualiteit manieren om de geest tot rust te brengen en een positieve houding naar de wereld aan te wenden. Een vraag die in Safe nog niet zo urgent aanwezig is, is wat er gebeurt als de tand des tijds mensen het gevoel geeft dat het einde nabij is en dat zij nu moeten optreden. Is er dan nog ruimte om een stapje terug te zetten en te kalmeren, of is de mens zo doordrongen van angst dat de balans zoek is? Omdat Safe gemaakt werd in een periode dat het debat rond klimaat en milieu er anders uitzag en nog minder op de spits was gedreven in de politiek en de media, rest de vraag wat Haynes hier in Dark Waters (2019) over te zeggen heeft. Deze film, die vanaf 23 januari te zien is in de Nederlandse zalen, verhaalt over een advocaat die de misdaden van een groot chemisch bedrijf op het spoor komt. Gelukkig begeeft Haynes’ oeuvre niet in het franchise-circuit en kunnen we die eerder voorgestelde sequel van Safe dus gewoon vergeten, om in plaats daarvan nog eens binnen een goede double bill naar zijn beste werk te kijken.