Nu aan het lezen:

Flashback: Ryan’s Daughter

Flashback: Ryan’s Daughter

In de jaren 50 en 60 kon David Lean niet in de buurt van een camera komen of de Oscars en dollarbiljetten vielen uit de lucht. Met films als The Bridge on the River Kwai, Lawrence of Arabia en Dr Zhivagho negeerde hij vrolijk de ‘minder is meer’ regel en gaf hij het publiek epische excuses om achter hun televisiekast vandaan te komen. Kleine bekentenis: ik heb het niet zo op de drie net genoemde films. Uiteraard bewonder ik de artistieke kwaliteit van het werk van Lean en zijn medewerkers maar emotioneel laten ze me koud. Voor mij is het een klus om naar die films te kijken. Ironisch genoeg is mijn favoriete film van David Lean de film die zowat zijn professionele en persoonlijke ondergang zou worden: het wondermooie Ryan’s Daughter.

We zien Rose Ryan (Sarah Miles) voor het eerst wanneer ze een van haar wandelingen maakt over het strand van het Ierse dorpje Killary. Een klein stipje in een woest landschap gedomineerd door ruwe kliffen en golven die genadeloos op het zand inbeuken. Heel de film lang zal Lean ons eraan doen herinneren dat we maar stofdeeltjes in de wind zijn door zijn personages te framen als dwergen in de spectaculaire Ierse kustlandschappen. Als er één film is die het waard is om op groot scherm gezien te worden, is het wel Ryan’s Daughter.

Rose is de dochter van Tom Ryan, uitbater van de plaatselijke herberg. Een stoere nationalist voor zijn stamgasten, maar achter hun rug een informant voor het Britse leger dat vlakbij het dorpje een basis heeft (we bevinden ons in 1916, net na de Paasopstand). Rose laat de politiek en het leven in het dorpje met plezier achter zich en verdiept zich in romantische verhaaltjes. Ze heeft een zwak voor de dorpsonderwijzer Charles (Robert Mitchum in een briljant staaltje anti-typecasting) een goede, timide, maar ook een beetje saaie man, die nog steeds rouwt om zijn vrouw die enkele jaren geleden overleden is. Charles en Rose trouwen. De scène waarin we zien hoe ze op hun huwelijksnacht de liefde bedrijven, terwijl op de achtergrond de dorpelingen luidkeels feestvieren, is een meesterstudietje in menselijke ongemakkelijkheid. Rose merkt al gauw dat Charles liever bezig is met zijn gedroogde bloemencollectie dan met haar. Wanneer een knappe, nieuwe majoor de leiding van de legerbasis overneemt ziet Rose haar kans schoon om haar romantische dromen werkelijkheid te laten worden.

Veel meer verhaal dan dat zit er niet in Ryan’s Daughter, en dat was meteen ook het probleem voor vele critici. Ze vonden dat het magere verhaaltje de epische speelduur van de film (3 uur en 27 minuten) niet kon rechtvaardigen. Dat Lean zo vergroeid was met zijn drang naar episch spektakel dat hij blijkbaar leek te denken dat een eenvoudige driehoeksverhouding hetzelfde brede canvas verdiende als de Russische Revolutie of het levensverhaal van T.E. Lawrence.
De film voelde al als een relikwie aan op het moment dat ie in de zalen kwam. Ryan’s Daughter is een lange film, akkoord, maar ook een film die de personages laat ademen en de tijd neemt om een plaats en tijdsperiode te schetsen. Niet met enkele snelle halen, maar met veel details en liefde. Geen enkele slechte film is kort genoeg en geen enkele goede film is lang genoeg. En Ryan’s Daughter is een heel goede film.
Wat niet wil zeggen dat het een foutloze film is. Zoals criticus Roger Ebert terecht aanhaalt is er een probleem met de dorpsbewoners in de film. Alle inwoners zijn voortdurend en masse en lijken zich steeds als één entiteit met één verstand te bewegen. Een nieuwe majoor komt toe? De inwoners staan klaar om hem op boegeroep te onthalen. Rose wordt beticht van overspel? Daar komen de inwoners, perfect op tijd, om haar met stenen te bekogelen. In een tijd toen er nog geen doodles bestonden moet het heel wat organisatie gevraagd hebben om de agenda’s van een heel dorp zo perfect op elkaar af te stemmen. Misschien was het inderdaad, zoals Ebert suggereert, de bedoeling van Lean om de dorpsbewoners als een soort Grieks koor te laten fungeren. Het komt in elk geval behoorlijk raar over.

Net zoals elke andere David Lean film, was ook het productieproces van Ryan’s Daughter geen wandeling door het park. De notoir perfectionistische Lean dreef zijn medewerkers tot het uiterste. Het fictieve dorpje Killary moest helemaal vanuit het niets worden opgebouwd. Lean stond erop dat de huisjes ook van binnen volledig zouden worden ingericht. Elke dag moesten de weerberichten worden opgevolgd om te weten wanneer het weer voldoende onstuimig zou worden om de beroemde stormscène te kunnen opnemen. Voor de vele strandscènes was het dan weer vaak te bewolkt naar de smaak van Lean. Dus verhuisde hij de compagnie voor enkele strandscènes naar Kaapstad in Zuid-Afrika, meteen het antwoord op de vraag waarom de zee er soms zo hemelsblauw bij ligt. De opnames zouden meer dan een jaar voortslepen.

Robert Mitchum, de mens geworden laconiekheid, zag het allemaal met zijn beroemde lede ogen aan. Als Hollywoodlegende was hij sowieso de vreemde eet in de bijt vol Engelse acteurs. Hij slaagde er snel in om zich aan te passen, hij komt Ierser over dan sommige echte Ieren in de cast. Toch kreeg ook hij het op den duur op de zenuwen van de perfectionistische Lean. De twee weigerden op den duur om nog met elkaar te praten. Toch gaf Mitchum later grootmoedig toe dat Ryan’s Daughter een van de hoogtepunten op zijn cv was. Mitchum hield zich nuttig bezig tijdens de lange opnameperiode. Hij had in zijn achtertuin een wietplantage aangelegd en zorgde ervoor dat cast en crew tijdens het lange wachten voldoende pretsigaretten hadden.

Minder makkelijk was het voor Christopher Jones, die de rol van de jonge Major Doryan speelde. Jones werd door Lean gecast op basis van zijn prestatie in de film The Looking Glass War. Wat Lean niet wist is dat Jones in die film gedubd was, om de simpele reden dat hij niet kon acteren. Dat manco kwam pijnlijk tot uiting tijdens de opnames van de film. Jones, diep in de rouw na het overlijden van zijn goede vriendin Sharon Tate, kon of wou zich niet inleven in zijn passionele romance met Sarah Miles, met wie hij helemaal niet zo goed kon opschieten. Lean probeerde zijn dialoog zoveel mogelijk te beperken. Gelukkig had Jones wel een zekere presence, zijn silhouet dat tegen de heuvels afsteekt en zijn woordeloze entree in de film zijn visueel best wel knappe momenten.
Toch werd het mislukken van de film voor een groot deel op zijn schouders geschoven, hij zou pas in 1996 de moed vinden om nog één keer voor de camera’s te verschijnen. Veel gewonde ego’s bij deze film.

Ryan’s Daughter won uiteindelijk twee Oscars. Eentje voor de verbluffende fotografie van Freddie Young en eentje voor de vertolking van John Mills als Michael, de dorpsidioot. Zelfs toen al was de Academy niet ongevoelig voor acteurs die mensen met een beperking spelen. Helaas is Mills’ vertolking ondertussen pijnlijk gedateerd geraakt, zowel Robert Mitchum als Trevor Howard die de pastoor speelt die er niet voor terugdeinst om zijn parochianen een draai rond de oren te geven, staan sterker te acteren dan Mills.
Toen Lean zijn film in 1970 uitbracht vierde de tegencultuur hoogtij en kwam de academische opgeblazen romantiek die hij hier opvoert ongetwijfeld als gedateerd over. Je kan niet anders dan denken dat, moesten de critici zien wat voor films anno 2019 de zalen doen vollopen, ze wat meer respect zouden hebben opgebracht voor het verbluffende vakmanschap van Lean en zijn chef fotografie Freddie Young. Lean was het niet gewend om een kritische pandoering te krijgen en was oprecht gekwetst door de negatieve reacties op zijn film. Hij bracht de jaren 70 mokkend door en ging pas in 1984 opnieuw achter de camera staan, deze keer voor het eveneens lichtjes onderschatte A Passage to India. Hij werd toen al een regisseur uit een lang vervlogen tijdperk. Autoritair, eigenzinnig en met een kort lontje. Het zou zijn laatste film worden. Klassiek en tijdloos, net zoals Ryan’s Daughter.

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken