Nu aan het lezen:

Flashback: Hangover Square

Flashback: Hangover Square

Eerlijk is eerlijk: de voornaamste reden dat ik voor Hangover Square koos, was omdat ik zin had om het eens over de eeuwig onderschatte Laird Cregar te hebben. Het is een naam als een Schotse burcht, die helaas enkel bij de meest verstokte cinefielen nog een belletje zal doen rinkelen. Cregar was een acteur die het talent had om een Brando te zijn, of toch op zijn minst een contender te worden, maar in plaats daarvan een van de meest tragische cautionary tales uit Hollywood werd.

Ons verhaal begint in 1944. Regisseur John Brahm had toen het onzalige idee om een remake te maken van The Lodger, de stille film die de doorbraak van Alfred Hitchcock betekende. The Lodger vertelt het verhaal van een gezin dat een kamer verhuurd aan iemand waarvan ze vermoeden dat hij wel eens Jack the Ripper zou kunnen zijn. Brahm stak goed volk in zijn cast: Merle Oberon was de heldin, George Sanders de politieman die de moordenaar op de hielen zat, en voor de cruciale rol van de huurder (die al dan niet the ripper is) koos hij Laird Cregar. Cregar was een jonge Amerikaanse acteur, die door zijn robuuste gestalte en overgewicht vaak letterlijk en figuurlijk de heavy moest spelen in films. Dat hij er minstens tien jaar ouder uitzag dan zijn eigenlijke leeftijd, hielp ook. Toch maakte hij indruk in de kleine rolletjes die hij speelde. John Barrymore bijvoorbeeld noemde hem in 1942 the one truly great young actor of the last ten years. Als de lodger was hij in elk geval een stuk beangstigender dan Ivor Norvello, die de rol in het origineel speelde.

Hollywood in de jaren veertig verschilde niet zozeer van het Hollywood van nu. Een koe die veel melk geeft, werd ook toen al leeggemolken. The Lodger was een hit, dus een jaar later kwamen Brahm, Sanders en Cregar opnieuw samen voor meer seriemoorden in een Victoriaanse setting. De film heette Hangover Square en was, daar moeten we niet flauw over doen, een weinig subtiele hervertelling van het aloude Dr Jekyll en Mr Hyde-verhaal. Cregar speelt George Harvey Bone, een componist die de laatste hand legt aan een muziekstuk dat zijn grote doorbraak moet betekenen. Bone heeft echter een probleem: hij heeft last van black-outs. Hij verliest hele periodes van tijd, waar hij zich later niets meer van kan herinneren, en waarin hij de straten van Londen onveilig maakt. In de scène waarin we hem voor het eerst zien, maakt hij een antiekhandelaar af, waarna hij zijn huis in brand steekt.

Wie zijn seriemoordenaars graag met een begeleidend doktersbriefje wil, zal van een kale reis terugkomen. Het enige wat de film duidelijk maakt is dat de black-outs getriggerd worden door plotse, hoge geluiden. Lekker handig als je een componist bent. Laat duidelijk zijn dat Bone leidt aan die heerlijk geschifte jaren 40 psychopathologie, waarin de symptomen van razernij voornamelijk bestaan uit uitpuilende ogen, een bezweet gezicht en heel veel flou artistique. Het is in deze scènes dat Cregar zich helemaal mag uitleven en het moet gezegd: hij maakt een overtuigende griezel. Maar nog veel beter is hij in de scènes waarin hij Bone, de getormenteerde componist is. Met zijn gigantische gestalte en onschuldige babygezicht maakt hij een vreemdsoortig romantisch duo met femme fatale Linda Darnell, als de nachtclub zangeres die op zijn klassieke werk neerkijkt, maar dankbaar gebruik maakt van zijn talent om populaire songs voor haar te schrijven.

Iedereen die al eens een halve film heeft gezien, voelt meteen aan dat zij het einde van het verhaal niet zal halen. En inderdaad: de scène waarin Bone haar wurgt en dan met haar vermomde lijk doodleuk een ladder beklimt om het op een grote brandstapel ter ere van Guy Fawkes Day te deponeren, is een van de beelden uit de film die je je zal blijven herinneren. Het lesje over grote kunst versus kleine kunst, krijg je er gratis bij.

Maar het hoogtepunt bewaart Brahm voor het laatst, en dat is in geen kleine mate te danken aan zijn filmcomponist Bernard Herrmann, die tijdens het laatste kwartier een open doek krijgt. Net voordat Bone het podium moet betreden voor de première van zijn langverwachte muziekstuk, krijgt hij van politie-inspecteur George Sanders (hier voor een keer aan de goede kant van de wet) te horen dat hij wel degelijk de gezochte moordenaar is en dat hij met hem mee moet komen naar het politiebureau. Bone overmeestert de inspecteur en haast zich naar de première. Het muziekstuk dat zich vervolgens ontvouwt is Herrmann op zijn best: donderend bombastisch, maar melodisch genoeg dat je het daarna de rest van de dag nog zal neuriën. Herrmann was ten zeerste te spreken over Hangover Square: ‘Je hebt mijn muziek gefotografeerd’, zei hij achteraf tegen Brahm.

Hangover Square werd een bescheiden succes, maar is in de loop der jaren in de vergetelheid gesukkeld. Op zich is dat niet zo verwonderlijk. In het subgenre van de Victoriaanse moordmysteries zijn er in die tijd films gemaakt die intrinsiek beter zijn, denk maar aan Gaslight of The Spiral Staircase. Toch trekt de intrigerende hoofdfiguur je binnen in de film en, als je hem een keer hebt gezien, is het maar moeilijk om hem nog te vergeten.

Helaas is Hangover Square de allerlaatste keer dat het publiek Cregar op het cinemascherm zou zien. Hij stierf namelijk kort na de opnames van de film, op amper achtentwintigjarige leeftijd.

De doodsoorzaak? Tomeloze ambitie gecombineerd met een overdosis zelfhaat. Cregar zat al een hele tijd niet goed in zijn vel, en dat had verschillende oorzaken. Hij was homoseksueel in een tijd dat dit niet aanvaard werd, en deed alle moeite van de wereld om zijn ware aard te onderdrukken, wat leidde tot veel eenzaamheid en een depressie. Maar ook professioneel had hij besognes. Laird Cregar had namelijk een hekel aan de typecasting van in hun handen wringende slechteriken waarin hij was terechtgekomen. Zijn droom was om een matinee idool te worden, een nieuwe Cary Grant of Erroll Flynn. Zijn gigantische lichaam stond echter in de weg. Dus liet hij een maagverkleining uitvoeren, in die tijd nog een nieuwe en gevaarlijke onderneming. De operatie was een succes, maar zijn lichaam was niet voorbereid op het gigantische gewichtsverlies en in de daaropvolgende dagen kreeg hij twee hartaanvallen, die hem fataal werden.

Het verhaal van Laird Cregar is één van die frustrerende ‘what if’ verhalen waar Hollywood Boulevard mee bezaaid ligt. De kans dat hij ooit de romantische held zou zijn geworden lijkt me klein, maar er zijn ontelbare karakterrollen die hij met verve had kunnen invullen. Het lot heeft er anders over beslist. Het laatste beeld dat het publiek van Cregar zag, was zijn laatste scène in Hangover Square, een eenzame pianist die koppig voort blijft spelen terwijl de schouwburg in vlammen opgaat, en de vlammen reeds aan zijn hielen beginnen te likken.

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken