Nu aan het lezen:

Flashback: Farväl Falkenberg

Flashback: Farväl Falkenberg

De Zweden zijn rossige, bonkige kerels die stevige films maken. De camera losjes op de schouder, de acteurs dicht op de huid: zeemansretoriek. De door weer en wind verweerde stijl contrasteert sterk met de gevoelige inhoud. De debuutfilm van Jesper Ganslandt, Farväl Falkenberg, is daar de perfecte illustratie van.

Over het Zweedse plaatsje Falkenberg staan in de Nederlandstalige Wikipedia precies vier zinnen. Het stadje ligt aan het Kattegat, de zeestraat die zich tussen Zweden en Denemarken wurmt. De ruimte die Wikipedia voor Falkenberg inruimt, weerspiegelt wellicht het belang ervan. Er is niets te zien, niets te doen, niet te beleven. Wie uit de saaiheid van Falkenberg wil ontsnappen, moet naar Göteborg, na Stockholm de tweede grootste stad van Zweden. Göteborg is een moderne havenstad met een overdekt winkelcentrum, boeiende musea, een bruisend uitgaansleven. Göteborg heeft een universiteit. Het is de stad van Björn van ABBA, van Stellan Skarsgård en Emma Green. Göteborg heeft een mooi uitgebouwde Wikipedia-pagina.

Maar Falkenberg is de stad van regisseur Jesper Ganslandt, een jonge, gedreven filmmaker. Ganslandts nerveuze cameravoering herinnert aan de Dogma-films van de jaren negentig. Maar het poëtische tegengif dat zijn debuutfilm Farväl Falkenberg uitstraalt, verbergt toch een grotere complexiteit. Ganslandt morst met beelden, maar de schoonheid ervan is intens groot. De film was in 2006 de Zweedse inzending voor de Oscars. Dat was het jaar dat Tsotsi van de inmiddels naar Amerika verkaste Gavin Hood won.

In Farväl Falkenberg rekent Ganslandt af met zijn kinderjaren en jeugd, maar het is niet duidelijk of dat van harte is. In het begeleidende interview op de DVD-uitgave van De Filmfreak beweert Ganslandt dat slechts een deel van zijn film autobiografisch is. De rest noemt hij een collectieve herinnering van een jeugd. Niet noodzakelijk die van hem, maar ook die van het groepje vrienden waarmee hij zijn kindertijd in Falkenberg doorbracht.

Die vrienden transformeerden in Ganslandts verbeelding tot personages in een film. Daarna begon hij samen met cameraman en vriend Fredrik Wenzel aan een scenario te schrijven dat uitmondde in meer dan twee uur filmmateriaal. Het was de ervaren producente Anna Anthony (Brødre, Fucking Åmål) die samen met editor Michal Leszczylowski orde in de chaos bracht.

Toch is van een narratieve draad aanvankelijk maar weinig te merken. Farväl Falkenberg is in eerste instantie een associatieve beeldenbrij: eerder mooi om te zien dan interessant. Pas later duwt een verhaal zich naar de oppervlakte. Maar ook dat stelt niet veel voor.

Vooral dodelijke verveling staat centraal. Geniaal is een scène vroeg in de film, waarin we zien hoe tientallen auto’s verzamelen op een troosteloos industrieterrein: oude, vierkante dozen met uitgeleefde, eenzame mensen in. De drive-in bingo die ze spelen getuigt van een ontzettende eenzaamheid. De details die Ganslandt in beeld brengt, maken iedere vorm van gesproken tekst overbodig: trillende handen, witte kousen in sandalen, uitgebluste snorren, sjofele trainingsjasjes.

De treurnis van Falkenberg is een slang die je langzaam wurgt. In het plaatselijke café gaan de gesprekken soms over de weersvoorspelling, soms over de aanwaaiende toeristen, maar meestal over helemaal niets. In een keuken bakt een verkreukelde man spek als ontbijt. Hij ziet er moe en depressief uit. Zijn moeder merkt het op, maar hun gesprek loopt naast elkaar heen.

Wie in Falkenberg opgroeit, moet depressiviteit met het leidingwater ingelepeld krijgen. Ganslandt in het eerder vermelde interview: ‘Een Roemeense vrouw sprak me na het bekijken van de film verrast aan. Ze was verbaasd over de Zweedse mentaliteit die het toeliet om depressief te zijn.’ Depressie als luxe? Misschien wel. Want het leven in Falkenberg kan ook mooi zijn, al is het de schoonheid van een eenzame sproeier die oneindig rondjes draait op een grasperk.

Gebeurt er dan werkelijk niets in deze film? Uiteraard wel. Farväl Falkenberg is het coming of age verhaal van vier jongens die hun laatste zomer in het stadje beleven. Ze hangen rond in huizen van mensen die op vakantie vertrokken zijn, knappen dromerig her en der wat klusjes op, hangen in de zetel en hollen, trippend op paddo’s, door de natuur. Zorgen of problemen zijn even ver weg als de wolken in de lucht. Voor meisjes is in een geïdealiseerde kindertijd geen plaats. Er zit geen verliefdheid of seks in hun leven, maar liefde des te meer.

De voice-over die we horen leest dagboekfragmenten voor van één van de jongens die op het einde van de zomer een belangrijke beslissing neemt. Hij heeft het over de onbetrouwbaarheid van herinneringen en over hoe we het grootste deel van ons leven niet vooruit kijken, maar achterom. Farväl Falkenberg is niet alleen een collectieve herinnering aan Ganslandts jeugd, maar aan die van ons allemaal. Alsof dat zo nog niet duidelijk genoeg is, monteert Ganslandt tussendoor ook nog eens 8mm-beelden van de hoofdrolspelers als kleine kinderen.

De keuze van Ganslandt om de hoofdrollen door zijn echte jeugdvrienden te laten spelen, pakt goed uit. Niemand kent hun rol beter dan zijzelf. In het begin vallen de personages moeilijk van elkaar te onderscheiden. De inwoners van Falkenberg zijn bijna allemaal blond, groot, gespierd en bebaard. Maar Ganslandt gebruikt gelukkig af en toe titeltjes met namen van acteurs om het materiaal vorm en structuur te geven. De dromerige David, de broers John en Holger en de bij zijn vader wonende Jesper (de regisseur zelf), komen langzaam tot leven.

Zo bekruipt en besluipt de film je langzaam, zoals ook herinneringen een parasiet zijn die zich in je hoofd nestelen. De muziek van Erik Enocksson blijft lange tijd nazinderen, net als de beelden van mist die over velden kringelt, wapperende was in de wind, lege straten met trieste lantaarnpalen of een eenzame fietser onder een wollig wolkendek. De onheilspellende stiltes laten vermoeden dat er iets te gebeuren staat, een gebeurtenis die zo ingrijpend is dat het leven nooit meer hetzelfde zal zijn.

De aanloop naar die dramatische scène is zoals een warme, lome, drukkende dag die uitmondt in een onweer. Toch is de bliksemschicht of donderslag op zich niet het toppunt van de dag. Het pakkendst is het moment net na het onweer, als alles weer rustig is, maar de geur onherroepelijk veranderd is. Zo is het ook in Farväl Falkenberg: de scène net na de climax is aangrijpender dan de climax zelf.

Farväl Falkenberg is een film die lang blijft hangen. Dat komt omdat Ganslandt je niet met de voorhamer knock-out slaat, maar met een klein hamertje blijft slaan, ook in de uren en dagen na het bekijken van de film. Gaat het leven in Falkenberg gewoon verder? Vast wel. De drive-in bingo op het oerlelijke fabrieksterrein draait op volle toeren. Maar de vrienden? Gaan ook zij verder? Lonkt de vrijheid van Göteborg, van het echte leven? Misschien.

Als regisseur liet Jesper Ganslandt na Farväl Falkenberg zijn jeugd achter zich. Zijn tweede langspeler, de improvisatiethriller Apan, is verhaaltechnisch van een volledig ander kaliber. Ganslandt laat in die film een man ontwaken met bloed aan de handen, zonder dat hij zich kan herinneren wat er gebeurd is.  Maar Ganslandts handtekening blijft ook in Apan herkenbaar.

Samen met onder meer Ruben Östlund (Involuntary) en Tomas Alfredson (Let the Right One In) tekent hij mee aan de toekomst van de Zweedse cinema. De eenzaamheid van bal, plein en muur die ze in hun films schetsen, is somberder dan het filmische landschap waarin ze thuishoren.

Leuk? Deel het even!
Written by

Hans studeerde Taal en Letterkunde. In 1993 publiceerde hij zijn eerste recensie en sindsdien is hij voor diverse media blijven schrijven over film, waaronder sinds 2007 voor Schokkend Nieuws. Verder kijkt hij theater en leest hij boeken.

Typ en klik enter om te zoeken