Nu aan het lezen:

Flashback: Charade

Flashback: Charade

Ik was me niet bewust van het feit dat Stanley Donen nog in leven was geweest, toen ik vernam dat hij gestorven was. De laatste keer dat ik hem zag, was op een Oscaruitreiking, ergens eind jaren negentig. Hij kreeg toen een ere-oscar. Tegenwoordig worden de (vaak legendarische) winnaars van zo’n prijs weggemoffeld in een mini-montage van enkele seconden omdat ze, je weet wel, oud zijn. Maar in die tijd kregen ze nog een prominente plaats op het podium waar ze een vaak fel gesmaakte speech mochten afsteken. Zo ook Donen. Hij  onthulde het recept van een succesvolle film, de ingrediënten waren alle legendarische sterren waarmee hij in zijn leven gewerkt had. Daarna zong hij zachtjes ‘Cheek to Cheek’ terwijl hij een voorzichtige two-step met zijn zuurverdiende beeldje deed. De man die al die aardige en vrolijke films uit de jaren vijftig en zestig had gemaakt, kwam me in het echt voor als een aardige en vrolijke man.

Geen idee wat hij in de 20 jaar tussen die Oscaruitreiking en zijn doodsbericht nog uitgehaald heeft. Blijkbaar probeerde hij zelfs nog in 2014 een film van de grond te krijgen, helaas zonder resultaat. Zijn laatste film, Blame it on Rio, dateerde al van 1984 en is, net zoals het meeste van zijn output uit de jaren zeventig en tachtig, weinig memorabel. Wat een verschil met zijn eerdere werk, toen hij de koning was van gesofisticeerde romantische komedies en musicals die barsten van een glorieuze joie de vivre. Donen wordt vaak in één adem genoemd met Gene Kelly. Samen maakten ze drie films die zelfs de grootste misantroop even aan de richting van zijn leven zullen doen twijfelen: On the Town (1949), Singin’ in the Rain (1952) en It’s Always Fair Weather (1955). Na die laatste film eindigde hij zijn samenwerking met Kelly. Officieel omdat het co-directorstatuut hen wat begon tegen te staan. Officieus wordt er gefluisterd dat er ook een amoureuze haar in de boter zat. Kelly trouwde later met Donens eerste vrouw. Toen de dagen van de grote Hollywoodmusical voorbij waren, verkaste Donen zonder veel problemen naar de romantische komedie én naar dat moeilijkste aller genres: de romantische thrillerkomedie. Een genre waarbinnen ik eigenlijk maar één meesterwerk kan bedenken: Donens Charade (1963).

Filmliefhebbers die niet verder kijken dan hun neus lang is, noemen Charade wel eens ‘de beste Hitchcockfilm die Hitchcock nooit gemaakt heeft’. Goh… Akkoord, we hebben Cary Grant in de hoofdrol en de openingstitels doen denken aan het werk van Saul Bass (maar zijn eigenlijk van de hand van Maurice Binder, ook verantwoordelijk voor de titels van vele Bondfilms) maar daar stoppen de vergelijkingen wat mij betreft. De plot van Charade is overduidelijk een pastiche op het werk van Hitchcock, al was die nooit echt geïnteresseerd in ‘whodunits’, wat Charade in wezen is.

Audrey Hepburn speelt de kakelverse weduwe Regina Lampert. Haar man werd uit een trein geduwd, maar door wie en waarom? Tijdens de begrafenis komen drie vreemdelingen (de gebeeldhouwde karakterkoppen van James Coburn, George Kennedy en Ned Glass) controleren of het lijk in de open kist wel echt dood is. Audrey ontdekt al snel dat haar man samen met de drie tijdens de Tweede Wereldoorlog een aanzienlijke som van de Duitsers heeft ontvreemd. De drie mannen geloven dat zij nu het geld heeft en stoppen voor niets om het te terug te krijgen. De enige personen op wie Audrey kan terugvallen zijn Walter Matthau, haar contactpersoon op het consulaat, en Cary Grant. Al is het bij die laatste nooit echt duidelijk aan wiens kant hij staat, dat verandert zowat om het kwartier. De charade uit de titel is het toneelstukje dat hij opvoert.

Charade jongleert met tonen dat het een lieve lust is. Wanneer Cary Grant en Audrey Hepburn in beeld zijn, waan je je in een van de grote screwballs uit de jaren dertig.  Het leeftijdsverschil (Grant was 59, Hepburn 33) is een bron van heel wat grapjes. Hepburn is de jager hier (‘How do you shave in there’ vraagt ze terwijl ze over het putje in zijn kin wrijft), maar wanneer de eerste kus eindelijk volgt heb je het gevoel dat de personages dit verdiend hebben. De twee barsten van de stijl en charme, en zijn zonder meer fantastisch samen. Grant zou na Charade nog maar twee films maken, bezorgd als hij was om te verouderen op het scherm. Hun heerlijke double act zou geen vervolg meer krijgen.

Wanneer het drietal boeven de film kaapt, switchen we moeiteloos naar suspensethriller. Donen regisseert de actie en achtervolgingen met dezelfde zwierigheid als waarmee hij zijn beroemde musicals maakte. Het mysterie (wie heeft het geld en waar zit het verstopt) is boeiend genoeg om onze aandacht vast te houden en het geweld (als het komt) komt in korte, verrassend gruwelijke stoten. Het verwrongen gezicht van James Coburn wanneer hij stikt in een plastic zak is iets wat je niet meteen verwacht in een glossy komedie als deze.

Al is het voor moderne kijkers niet altijd duidelijk hoe glossy Charade precies is. De film zit in het public domain, wat betekent dat elke hond met een hoed op hem op dvd mag uitbrengen. Vele honden met hoeden deden dit ook, met als resultaat een lawine aan afgrijselijke prints waarin Cary Grant er uitziet alsof de zonnebank en de bus paarse haarlak tegelijkertijd in zijn gezicht zijn ontploft. De versie die de fotografie van Charles Lang het best tot zijn recht laat komen is die van de Criterion Collection, al zou er op de b-kant van de remake The Truth About Charlie ook een betrouwbare kopie van Charade staan. Je moet er dan wel de hoofdfilm bijnemen, waarin Marky Mark tevergeefs zijn innerlijke Cary Grant zoekt.

Het heerlijkst aan films als Charade is hun onschuld, die in deze harde en cynische tijden zeer verfrissend aanvoelt. Dit is het soort film waarin Grant een memo aan zijn collega op de ambassade dicteert om te vragen of die zijn deur niet meer open laat staan tijdens zijn lunchpauze, zodat er geen ongenodigde gasten binnenkomen. Tegenwoordig zouden die gasten een viervoudige bodyscan moeten ondergaan om zelfs nog maar tot in de lobby te komen.

Oh, en als je al heel je leven zit te wachten op een film waarin Grant tijdens een feestje een minuut lang met zijn gezicht een sinaasappel op het lichaam een rondborstige matrone laat balanceren, dan is dit jouw film! Nergens een hashtag te zien.

Donen probeerde drie jaar later opnieuw om dezelfde bliksem in een potje te vangen met Arabesque. Opnieuw had hij een leading man met een Hitchcock-achtergrond (Gregory Peck) die geflankeerd werd door een veel jongere schone (Sophia Loren) die samen een ingewikkelde internationale intrige moesten doorploegen. Zoals het wel vaker gaat met goocheltrucs was de magie de tweede keer heel wat minder betoverend.

Is Charade de beste Hitchcock die Hitchcock nooit gemaakt heeft? Nee, die eer geef ik aan The Talented Mr Ripley. Het is wel de beste romantische thrillerkomedie ooit. En dat is ook al heel wat!

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken