Nu aan het lezen:

Filmacademie Lichting 2019

Filmacademie Lichting 2019

 

Diversiteit is het sleutelwoord in het openingspraatje van Bart Römer, directeur van de Nederlandse Filmacademie. En wie de afstuderende makers van lichting 2019 hun films ziet inleiden, ziet die verscheidenheid al wel voorzichtig terug. Maar diversiteit zit niet alleen in de kleur of het gender van de makers, maar vooral ook in de stem die zij meebrengen. En wat in deze lichting afstudeerfilms nu net wat te weinig hoorbaar blijft is die eigen stem, het persoonlijke onderzoek naar het medium film.

Qua onderwerpkeuze blijven vrijwel alle makers dicht bij zichzelf. De enige die zichzelf ook letterlijk tot onderwerp maakt, is Martijn de Vos die met (nader te bepalen) de problematiek onderzoekt van de grote keuzevrijheid van de huidige generatie jongeren en de enorme druk die dat met zich meebrengt. Hij doet dat met een film vol zelfspot die tegelijk te bedacht en geënsceneerd voelt. Ergens onderschrijft hij ook zijn punt door vooral een verzameling ideeën te zijn die je als toeschouwer doen afvragen wie Martijn de Vos nu zelf is en wat hij wil.

Een duidelijk persoonlijk vertrekpunt kenmerkt ook Shalky en Porfotto, waarvoor respectievelijk Lance Hossein Tangestani en Edson da Conceicao hun jeugd in Diemen en de Rotterdamse wijk Spangen als inspiratie namen. Hossein Tangestani kiest voor een overwegend komische benadering met een zoektocht naar autosleutels als leidraad voor een reeks vignet-achtige scènes over het leven en rumoer dat zich veelal op straat ophoudt. Porfotto is een stuk rauwer van toon. De film, waarin drie vrienden een overval plegen en vervolgens elk hun weg gaan in de nacht, is sterk geacteerd, maar het scenario van Bodil Matheeuwsen is uiteindelijk vrij voorspelbaar.

Un chanteur invisible (Hannah van Tassel)

Zowel Lieke Heil als Hannah van Tassel vonden hun onderwerp tijdens een reis. Van Tassel trok naar de Provence voor haar documentaire Un chanteur invisible, over de koude mistral die de bewoners en het landschap teistert. Haar benadering is associatief en poëtisch en ze weet veel te halen uit de miniportretjes van de mensen die ze daar ontmoette. De mooie muziek van Nico Maas is soms een tikje te aanwezig als je gewoon even wilt luisteren naar het ruisen en gieren van de wind, maar Un chanteur invisible is wel een van de films die op momenten echt een gevoelige snaar raakt. Voor Lieke Heil begon Ik moet niks tijdens een vakantie jaren geleden op Ibiza, waar ze de toen achtjarige Toebie ontmoette die niet naar school ging en een alternatieve opvoeding genoot. Ze filmde hem over een periode van jaren, waarin het gezin een tijdje in Nederland en daarna in Frankrijk resideerde. Heil heeft niet altijd grip op de hoeveelheid beeldmateriaal die ze verzamelde. Er wordt wel erg veel door de tijd heen en weer gesprongen en dusdanig veel aspecten aangestipt dat we uiteindelijk alsnog niet echt dicht komen bij Toebie en wie hij is.

Waar Ik moet niks een alternatieve levensstijl laat zien, daar toont Als je later groot bent het patroon waar zovelen van ons in vallen. ‘Thuis wakker worden en naar school gaan’, vat Toebie het leven van doorsnee kinderen. Vervang het woord ‘school’ door ‘werk’ en je vat dat van de volwassene. Met stilstaande kaders, zonder gesproken woord, observeren regisseur Max Baggerman en cameraman Tom Enzler die patronen. Van het wachten op de tram in een ontwakende stad, via de routines op kantoren en in fabrieken tot de terugkeer huiswaarts. De invloed van Nikolaus Geyrhalter, die door Baggerman ook genoemd werd in zijn inleiding, is duidelijk zichtbaar. Maar Baggerman toont zich iemand die het onderzoek naar vorm zichtbaar durft te laten zijn.

Als je later groot bent (Max Baggerman)

En precies dat onderzoeken en experimenteren miste ik in een aantal andere films. Wat dat betreft is de korte VFX-film Mania een interessante uitzondering. Weliswaar is de film onvoldoende uitgewerkt, er spreekt uit die zeven minuten wel een plezier in experimenteren, alsof de makers bij deze film even waren vergeten dat ze bezig waren zich te presenteren aan de buitenwereld. Een bewustzijn dat in de andere films juist vaak opzichtig waart. Kwaliteit is er zonder meer. Talent ook. Maar de eindproducten blijven vaak erg braaf en binnen de lijntjes. Zo heeft Niels Beth met Thuishaven, over bewoners en begeleiders in het Judith van Swethuis voor mensen met chronische psychiatrie, een integere, intieme en op momenten geestige korte documentaire gemaakt. Hetzelfde geldt, in iets mindere mate, voor Marlies Smeenges Traag naar de Hemel, over drie nonnen in een klooster in Mechelen. Ook een observerende, zij het tikje stuurloze, documentaire. Vooral Thuishaven zou zeker niet misstaan op de publieke omroep, wat enerzijds een compliment is, maar ook duidt op een zeker gebrek aan persoonlijkheid in de film.

En zo komt toch de discussie om de hoek kijken die werd aangezwengeld door een artikel van filmjournalist Karin Wolfs naar aanleiding van de Filmmakersenquête. Wolfs noemde daarin onder meer de rol van de Filmacademie die teveel als vakschool zou opleiden, met te weinig ruimte voor experiment. Filmacademiedirecteur Römer reageerde met een stuk waarin hij verdedigde dat artistieke ontwikkeling juist hoog in het vaandel staat en de komende jaren nog wordt uitgebouwd. Waarschijnlijk is beide een beetje waar en dat is precies de lastige spagaat waar de academie in zit. Je wilt je filmstudenten immers niet opleiden voor een werkloos bestaan en je zet ze af in een filmlandschap waar het geld ook niet bepaald gaat naar de meest spannende projecten. Veiligheid loont. Helaas.

Over het geheel gezien is de kwaliteit van de documentaires consistenter. In de fictie is de hoeveelheid sciencefiction en genrefilms opvallend. Zoals The Underground van Max Everett en Myrte Ouwerkerks OFFBEAT. Wat beide films parten speelt is dat ze de alternatieve wereld waarin ze zich afspelen niet begrijpelijk en tastbaar genoeg weten te maken. Daarbij heeft vooral The Underground te kampen met een scenario waarin de voorziening van informatie erg clunky is. Soms te weinig, dan weer te letterlijk in de dialoog verwerkt. Het leidt ertoe dat je zelden op het juiste moment genoeg informatie hebt om echt te begrijpen waar de personages mee bezig zijn en waarom dat belangrijk is.

Porfotto (Edson da Conceicao)

Genrefilms brengen altijd een sloot aan conventies en verwachtingen met zich mee en de crux is wat je daar als makers mee doet. En helaas blijkt daarin vaak het gebaande pad gevolgd te worden. Zoals in de western El muerto, van Loïs Dols de Jong, die helaas nooit meer wordt dan een opeenstapeling van clichés. Er is goud, er zijn paarden, er is een priester, er is een man die zijn illusies wegdrinkt en een vrouw die voor zichzelf kiest. En vooral: er is onderling wantrouwen. De film weet geen moment te verrassen, niet in de plot en ook niet in de cinematografische aspecten. De soundtrack, cameravoering en spelbenadering blijven hangen in referenties, zonder dat er sprake is van ironie.

De film die mij nog het meest verraste was de afsluiter van de dag, Ningyo, geregisseerd door Timo Ottevanger en geschreven door Perla Vita Beerens. Opnieuw sciencefiction, ditmaal over een wereld waarin vrouwen het handelswaar zijn van mannen en een groepje vrouwen dat daartegen in opstand komt. Ningyo is het soort film waar ik eigenlijk de hele dag op wachtte: waarin risico genomen wordt in vorm en vertelstructuur. Niet alles pakt goed uit, maar de film is memorabel. En er zit een gevoel van urgentie in. Natuurlijk is het erg makkelijk om vanaf de zijlijn te zeggen dat je meer experiment wil, terwijl voor deze jonge mensen veel afhangt van hun afstudeerfilm. Maar die druk lijkt hier en daar de durf toch echt te drukken. De durf om de teugels te laten vieren, de durf om uitzonderlijk te zijn.

De afstudeerfilms van de bachelorstudenten van de Nederlandse Filmacademie zijn van 2 t/m 6 juli te zien op het festival Keep an Eye in EYE Amsterdam. 

Leuk? Deel het even!
Written by

Redacteur bij Cine, schrijft daarnaast ook nog onder meer over film bij Biosagenda.nl en over theater bij Theaterkrant.nl. Daalt graag af naar de obscure krochten van cinema en houdt bijna net zoveel van slechte sciencefiction als van goede sciencefiction.

Typ en klik enter om te zoeken