Eurovision Song Contest: The Story of Fire Saga is een parodie op het Eurovisie Songfestival, maar geen typisch Amerikaanse kritiek op eurotrash.

Will Ferrell heeft twee soorten films: de niemendalletjes voor het grote publiek, waarbij je moet denken aan titels als Get Hard en Daddy’s Home en de totaal absurdistische passieprojecten als Casa de mi Padre, The Spoils of Babylon en A Deadly Adoption. Zijn samenwerkingen met Adam McKay vallen ergens tussen deze twee stijlen in en zijn eigenlijk zijn beste werken. Het is niet voor niets Anchorman, Step Brothers en The Other Guys nog steeds gelden als komedieklassiekers.

De trailer van Eurovision Song Contest: The Story of Fire Saga deed vermoeden dat we te maken hadden met een film van het kaliber van Get Hard, maar even googelen leert ons: dit is een passieproject voor Ferrell. Zijn vrouw is Zweeds en zij heeft ervoor gezorgd dat Ferrell fan is geworden van het Eurovisie Songfestival. Doordat de film ergens tussen passieproject en publiekskomedie inzit, net zoals de films die hij eerder maakte met McKay, is het misschien niet verbazingwekkend dat we hier te maken hebben met de leukste Ferrell-film in jaren.

Het grootste probleem met Eurovision Song Contest: The Story of Fire Saga is dat de humor, toch een belangrijk onderdeel van een komedie, niet altijd even effectief is. Er zijn momenten die te veel leunen op slapstick, onderbroekenlol en het geschreeuw van Ferrell. Zijn tegenspeelster Rachel McAdams is een stuk subtieler en daardoor ook een stuk grappiger. Ze speelt alsof ze in een drama zit en het contrast met de ontwikkelingen om haar heen is daardoor extra komisch.

Ferrell is eigenlijk altijd op zijn best wanneer hij bizarre oneliners mag spuien, of wanneer de komedie wat grilliger wordt en hij minder hoeft te vertrouwen op zijn stemvolume. De beste momenten in Eurovision Song Contest: The Story of Fire Saga zijn ook de scènes die leunen op excentriekere humor, zoals de bovennatuurlijke verschijnselen die uit de lucht komen vallen, of de manier waarop Ferrell, die een niet bijster talentvolle IJslandse muzikant speelt, de confrontatie opzoekt met Amerikaanse toeristen. De oneliners die dan volgen zijn absurd, grappig, maar vooral ook specifiek.

Humor zit namelijk vaak in de details en veel van de details in Eurovision Song Contest: The Story of Fire Saga kloppen. Er valt af te dingen op de geografie van Europa in de film en ook van de regels van het Songfestival zoals die in de film getoond wordt klopt geen moer. Maar wat de film wél exact weet te vatten is de muziek, de kostumering en de algehele sfeer van het Songfestival. Je zou verwachten dat dit een makkelijke Amerikaanse film zou zijn waarin stereotypes over Europeanen gepropageerd worden, maar dat valt alleszins mee. De passie van de makers (inclusief Ferrell als producer) voor het Songfestival is duidelijk. De liedjes zijn soms kitschy en campy, net als bij het echte Songfestival, maar ze worden nooit tot in het belachelijke getrokken. Belangrijker: ze zouden allemaal succesvol kunnen zijn op het festival zelf.

Dat uiteindelijk een hele sloot songfestivaldeelnemers hun opwachting maakt in cameo’s zegt genoeg. Deze film is zowel liefdevolle ode als plagerige parodie. Maar het is het slotakkoord, waarin Ferrell en McAdams een prachtig nummer ten gehore brengen, dat de film naar een hoger niveau trekt. Net als bij een écht goed Songfestivalliedje is het puur effectbejag, waarbij licht, geluid en choreografie op exact het juiste moment in worden gezet voor een geforceerd kippenvelmomentje. Maar net als bij het echte Songfestival werkt het en zat ik toch met natte ogen op de bank te kijken. Dat is het soort film dat Eurovision Song Contest: The Story of Fire Saga is: een pastiche, maar eentje die zo dicht bij het origineel ligt dat de geneugten van het echte festival niet achterwege blijven.