Été 85 pakt in met een idyllische liefde. De opgeklopte spanning van de gedoemde romance stuurt echter ondanks een vernuftige behandeling van de dood aan op een anticlimactische conclusie.

In een Normandische badplaats geniet de zestienjarige Alexis (Félix Lefebvre) alleen de zomervakantie van 1985, totdat hij op een onbedachtzaam moment zijn zeilbootje laat kapseizen. Gelukkig komt net de jongen van zijn dromen aanvaren, de flamboyante David (Benjamin Voisin). De vonk slaat meteen over. David lijkt weer de oude na zijn vader te hebben verloren en Alexis twijfelt over verder literatuur studeren of blijven werken in Davids winkel waar hij het gezelligste zomerbaantje ooit heeft. Na drie films met gewichtiger onderwerpen begeeft regisseur François Ozon zich ogenschijnlijk in luchtiger sferen. Toch zit ook hier een duistere kant. Alexis blikt terug op de romance in afwachting van zijn hoorzitting na Davids dood.

Doem blijft ver weg van de Normandische kust ondanks dat de tussen heden en verleden wisselende vertelstructuur daaraan herinnert. Een zinderende omgeving waarin de personages met smaakvolle kleding rondlopen en losjes contact leggen zoals met de aangewaaide au pair Kate (Philippine Velge) doet denken aan de Franse meester van vakantiefilms Éric Rohmer (Le rayon vert, Conte d’été). Été 85 schetst een vergelijkbare wereld van vertier die heimelijk een rol opeist. Lefebvre zet aandoenlijk een onschuldige jongen neer met ontzag voor de stoere David. Het broeit tussen hem en Voisin, die de zonnebril op de motor niet nodig heeft om er koen uit te zien. Het kan niet anders dan dat dit idyllische badplaatsje leidt tot een intense romance.

Sterk melodramatisch doet die liefde welhaast vergeten dat het sterfgeval als een zwaard van Damocles boven het stel hangt. Door het plotmechanisme van de terugblikkende Alexis komt er snel spanning los bij het gebruik van een stiletto achtige kam, maar deze opzetjes leiden uiteindelijk tot niets. Dat pareren doet afbreuk aan de gevoelige climax als Alexis een belofte aan David nakomt. Kate wandelt er tussendoor als externe dreiging, want Lefebvre en Voisin zijn te perfect als droomkoppel om geloofwaardig een breuk neer te kunnen zetten.

Zo bereikt Été 85 niet de tragiek van Ozons Frantz (2016). Als het aangekondigde lijk komt gaat dat gepaard met een bijna kluchtige scène van deceptie door Alexis en Kate. Het anticlimactische karakter verweeft echter de thematiek van de dood zoals aangekondigd door Alexis vernuftig door de film als een grote afwezige. Het frisse karakter en de scherpte van de door Hichame Alaouié geschoten beelden zetten een steriel en zorgeloos jaren 1980 neer, een recente trend van nostalgie waar de pastiche van Stranger Things exemplarisch voor is. In tegenstelling tot het dwepen met onnozel avontuur van die televisieserie zorgt de retrosfeer hier voor een verleidelijke sluier over de onontkoombaarheid van de dood.

Een parallel met de spektakelmaatschappij trekt zich op. De dood is daar ook een grote afwezige – oudere onproductieve elementen worden weggemoffeld in bijvoorbeeld verpleeghuizen. Men kan denken aan de Nederlandse coronastrategie van “maximale controle” oftewel bewuste verspreiding waardoor zich daar een stille ramp voltrekt. Ondertussen draait de BV Nederland door. Ook in Été 85 draait de naamloze vennootschap Normandië door, met de gillende jongens in de achtbaan of op make-over kledingjacht. Die versluiering van de thematiek geeft het melodramatische liefdesverhaal van Été 85 wat extra cachet.