Lees toch gewoon een boek, met een lekker glas wijn en een bijpassend kaasje! Dat was mijn eerste gedachte toen ik enkele jaren geleden voor het eerst over het fenomeen escape rooms hoorde. Mensen die zichzelf vrijwillig laten opsluiten in een of andere kamer om allerlei puzzels en codes te ontcijferen? Dankjewel Dan Brown! Zoals wel vaker werd mijn mening door de wereld straal genegeerd en popten overal escape rooms op. Zo ook in Hollywood: dit is al de derde film in drie jaar tijd met als titel Escape Room!

Het uitgangspunt van de meest recente versie? Zes vreemdelingen zitten samen in de wachtkamer van de nieuwste, hippe escape room. Alle zes werden ze op een geheimzinnige manier uitgenodigd: door middel van een puzzel die, wanneer hij op de juiste manier geopend werd, het adres van het anonieme gebouw in Chicago onthulde. Nog voor de zes goed en wel zijn voorgesteld, sluiten de ramen zich en beginnen er verwarmingselementen te branden. De wachtkamer verandert in een broodrooster en de kandidaten gaan naarstig op zoek naar tips die ervoor moeten zorgen dat ze niet eindigen als ontbijttoast. Het is de eerste in een hele reeks kamers die ze moeten zien te overwinnen. Zo heb je ook nog de winter wonderland kamer, een ondersteboven café en een kamer die werd samengesteld uit overschotjes uit de garageverkoop van de decorbouwers van de Saw-films. Waar onze zes deelnemers eerst nog de realiteit van de uitdagingen prijzen, wordt al snel duidelijk –namelijk wanneer het eerste dodelijk slachtoffer valt– dat het de makers van de escape room menens is en dat elke fout met de dood bekocht zal worden.

Escape Room is een van die films die lijken te zijn samengesteld uit bestanddelen van andere, betere films. De vergelijking met Saw is onvermijdelijk, al is Escape Room PG-13, wat wil zeggen dat bloed en gore uit den boze zijn.  Verder traceer je sporen van David Finchers The Game (is dit nu echt of niet?) en Cube, maar dan iets minder out there. Ondanks het weinig originele uitgangspunt doet regisseur Adam Robitel (u kan hem kennen van Insidious: The Last Key, van vorig jaar) best wel wat dingen juist.

Leuk om te zien dat onze zes hoofdrolspelers niet de gebruikelijke jeugdige topmodellen zijn, maar een heus doorslagje van de bevolking. Een truckchauffeur van middelbare leeftijd (het is zelfs geen redneck!), een yuppie, een ex-militair (Deborah Ann Woll, u kent haar van Daredevil op Netflix), een loser, een sociaal gestoorde wiskundestudente en een Escape Room geek. De personages zijn grof geschetst, maar hun interactie is interessant genoeg om ons te blijven boeien en, altijd een plus in horrorfilms, ze zijn alle zes gezegend met een minimum aan verstand.

Robitel geeft elke nieuwe kamer een compleet nieuwe visuele identiteit, waardoor het lijkt alsof je elke tien minuten in een nieuwe wereld gekatapulteerd wordt. Elke kamer bevat ook een leuke twist. Zo moeten de spelers in de winter wonderland kamer (waarin de temperaturen tot ver onder nul zakken) met hun zessen één winterjas delen en speelt tijdens de scène in het ondersteboven café een compleet gedementeerde versie van Petula Clarks Downtown in een eindeloze loop op de juke-box.

Tot en met die scène is Escape Room onderhoudend genoeg. Helaas verliest de film daarna de pedalen. In plaats van ons gewoon nog een paar andere leuke kamers te voeren, begint Robitel namelijk zijn plot te ontvouwen. We komen te weten dat de kandidaten niet zomaar lukraak gekozen zijn, ze hebben allemaal iets gemeen. Wat volgt is een vergezocht complot, dat niemand echt interesseert. De film strompelt het laatste halfuur verder naar het onvermijdelijke open einde dat ruimte moet maken voor de al even onvermijdelijke sequel. (Quizje voor op café: noem vijf horrorfilms van de afgelopen 20 jaar die een gesloten einde hebben!).

Een andere doorn in het oog is een voor mij onbegrijpelijke structurele flater. De openingsscène van de film is een flash forward. Je weet dus al in het begin wie van de zes zeker tot het einde zal overleven. Voor de rest houdt de film zich keurig aan het beproefde recept van de tien indiaantjes, in elke kamer sneuvelt er één kandidaat. Bekijk de film eens, monteer de openingsscène in gedachten op de chronologisch logische plaats, en herhaal bij jezelf Maria Von Trapp’s tip voor overijverige editors: ‘Let’s start at the very beginning: a very good place to start’. Je zal een spannendere film zien.

Escape Room is een film die een beetje tussen de wal en het schip valt. Te bloedeloos en derivatief voor de echte horrorfans en te intens voor een gezinsuitstapje. Eigenlijk heeft hij veel gemeen met een echte escape room. Het is entertainend en je amuseert je zolang het duurt, maar tegelijkertijd is er die knagende zekerheid dat je eigenlijk iets beters met je tijd zou kunnen doen. Een goed boek lezen bijvoorbeeld, met een lekker glas wijn en een bijpassend kaasje.