Nu aan het lezen:

Eric Rohmer in de Uitkijk

Eric Rohmer in de Uitkijk

Tijdens deze zomer zijn in de Uitkijk in Amsterdam op elke maandag films te zien van de Franse regisseur Eric Rohmer. Een favoriet van onze hoofdredacteur George Vermij die zijn liefde voor deze filmmaker met je deelt in dit essay.

Net als zijn collegacritici Jean-Luc Godard en Claude Chabrol begon Eric Rohmer als recensent bij het legendarische filmtijdschrift Cahiers du cinéma. Toch was hij in vergelijking met de experimentele Godard en de antiburgerlijke Chabrol een cineast van een heel ander kaliber, die een eigenzinnige stijl zou ontwikkelen die je terugziet in bijna al zijn films.

Zijn eerste lange film was Le signe du lion (1959), een portret van een Amerikaanse sjacheraar en componist die leeft in Parijs. In zijn picareske leefstijl lijkt hij op een bohemiens personage uit een boek van Charles Bukowski. Hij is de tegenpool van Gene Kelly in het sterk geromantiseerde An American in Paris (1951). In Le signe du lion hoort de componist dat hij een fortuin heeft geërfd. Van geleend geld geeft hij een groot feest en in een fantastische cameo speelt Godard een vreemde partycrasher, verscholen achter zijn herkenbare zonnebril.

De erfenis blijft echter uit als er sprake is van een misverstand. Met een pijnlijk realistisch oog filmt Rohmer vervolgens de componist die zonder geld rond moet komen. Als clochard bedelt hij in een wreed en onverschillig Parijs dat ontdaan is van al zijn oppervlakkige charmes. Rohmer vangt de wanhopige toestand van de hoofdpersoon op een onopgesmukte wijze en portretteert hem als een complex en koppige man. In zijn stijl doet de film denken aan Robert Bressons Pickpocket (1959), maar ook aan Louis Malles sterke Le feu follet (1963).

Le signe du lion was geen succes. Wie de film nu ziet en vergelijkt met Rohmers oeuvre, moet bekennen dat de film afwijkt van de stijl en thematiek van zijn latere films. Desondanks is het een sterke film die de relaxtheid van de nouvelle vague ademt.

Le Genou de Claire

Rohmer zou in de jaren zestig en zeventig bekend worden met de films La collectionneuse (1967), Ma nuit chez Maud (1969) en Le genou de Claire (1970). Deze films zijn delen van een serie morele vertellingen, waarin Rohmer steeds een personage in een situatie plaatst waarin hij reflecteert op zijn gevoelsleven en zijn individuele keuzevrijheid. De aanleiding van het gepeins vormen vooral plotselinge ontmoetingen met andere personages. In Rohmers oeuvre is amoureuze of erotische twijfel een belangrijk element. Het gaat om gevoelens van verliefdheid, aantrekkingskracht en sensualiteit. Daar tegenover staat een welbespraakte ratio die zorgt voor twijfels, beschermende barrières en de illusie van zekerheid.

De meeste films hebben iets weg van een sensuele polemiek tussen twee mensen die Rohmer op een intieme wijze vangt. In Ma nuit chez Maud is Jean-Louis Trintingant een man die verliefd wordt op een jong en schijnbaar vroom meisje. Dan ontmoet hij de sensuele en wereldse Maud. Door het toeval verblijft hij een avond bij haar en ze praten over filosofie en religie. Deze intellectuele gesprekken verhullen echter niet dat er ook gevoelens worden aangewakkerd die de man doen twijfelen.

Een vergelijkbare situatie doet zich voor in Le genou de Claire. Jean-Claude Brialy speelt een man die gaat trouwen. Hij reist als vrijgezel nog een keer naar het meer bij Annecy om een vriendin op te zoeken. Daar ontmoet hij de veel jongere Laura met wie hij gesprekken heeft over vriendschap en liefde. Als hij haar halfzus Claire ontmoet, valt hij gelijk op haar schoonheid. In veel opzichten is de stille Claire de tegenpool van Laura die veel intellectueler en spraakzamer is. Brialy’s fascinatie voor Claire is fysiek en gericht op haar uiterlijk en vooral haar knieën. Dit vormt een bijna Proustiaans element. Het lichaamsdeel wekt herinneringen op aan alle vrouwen die hij bemind heeft. De knie wordt het teken van de seksuele vrijheid die hij opgeeft en alle vrouwen die hij nooit zal beminnen.

L’Amour l’après-midi

In L’amour l’apres-midi (1972), een hoogtepunt in Rohmers oeuvre, leidt de getrouwde Frédéric een gemoedelijk leven in Parijs. Een gewone man die in voice-overs vertelt over hoe hij geniet van de anonimiteit van de stad. In zijn pauzes dwaalt hij door de straten en kijkt hij naar mensen. Hij hunkert naar meer vrijheid en spanning en laat zich poëtisch uit over de mooie vrouwen die hij ziet. Rohmer toont dit als een ongrijpbaar wensbeeld dat ontstaat uit de veilige verveling en routineuze verantwoordelijkheid die zijn huwelijk bij hem opwekt. De hoofdpersoon is zich bewust van deze tegenstrijdigheid en houdt het bij het dagdromen over de verleiding van vluchtige blikken en aantrekkelijke vrouwen die hij nooit zal ontmoeten.

Als Chloe, een ex van een vriend van hem, op zijn kantoor langskomt ontstaan er echter de Rohmeriaanse twijfels. Het knappe van de film is dat Chloe in de eerste scènes niet overkomt als een typische love interest. Frédéric is wantrouwig over haar motieven om contact met hem te zoeken die vooral financieel blijken te zijn. Ze leeft van dag tot dag en vormt een contrast met zijn burgerlijke bestaan. De overgang van wantrouwen naar aantrekkingskracht gebeurt geleidelijk en is in eerste instantie niet erg uitgesproken. De kijker voelt mee met de veranderende positie van Frédéric die in Chloe’s vrije leven de dingen herkent die hij heeft opgegeven.

In de jaren zeventig maakte Rohmer films die deels afwijken van de stijl die hij heeft gecreëerd met zijn morele vertellingen. Perceval le Gallois (1978) is een soort filmessay over de gelijknamige middeleeuwse held. Die Marquise von O (1976) is een minimalistische gefilmde kostuumfilm naar de roman van Heinrich von Kleist. In de jaren tachtig en negentig regisseerde Rohmer films die voortborduren op de thema’s uit de morele vertellingen. La femme de l’áviateur (1981), Le rayon vert (1986) en Conte d’été (1996) zijn bescheiden maar geloofwaardige portretten van de misverstanden die ontstaan in relaties tussen mensen.

Rohmers films zijn niet snel of flitsend. Ze hebben een intieme kwaliteit die ontstaat door lange shots van mensen die praten of kijken naar elkaar. Je wordt door de camera gewezen op kleine bewegingen en blikken die veelzeggend kunnen zijn en analyse vereisen. Het is alsof je valt op iemand en elke lichaamsbeweging, hoe banaal die ook is, gaat interpreteren als een teken of signaal. In veel scènes in Rohmers films kijken personages, en daarmee ook de kijker, naar hoe een meisje met haar haar speelt of een man een schittering lijkt te hebben in zijn ogen.

Conte d’été

De nonlineaire en schijnbaar plotloze structuur van zijn films versterken ook het realisme, waardoor de gebeurtenissen in hun ongeordendheid aanvoelen als het leven zelf. Maar niet iedereen is daar van gecharmeerd. Door bepaalde critici wordt Rohmer gezien als triviaal en saai en dat heeft hem ook een bepaalde reputatie opgeleverd. Bekend is de dubbelzinnige verwijzing in Arthur Penns Night Moves (1975), waarin de privédetective gespeeld door Gene Hackman ook naar een film van Rohmer is geweest. Zijn oordeel: ‘A bit like watching paint dry’.

Opmerkelijk is wel dat zijn eenvoudige, maar intieme aanpak misschien wel meer invloed heeft gehad dan wordt toegegeven. Wie Rohmers films kent, zal de link met Richard Linklaters Before Sunrise (1995) en Before Sunset (2004) makkelijk kunnen leggen. Ook zijn de twijfelende twintigers uit de films van Andrew Bujalski’s Funny Ha Ha (2002) en Mutual Appreciation (2005) net zozeer bezig met de conflicten tussen hun gevoel en hun verstand. Bujalski’s films, die nu worden gezien als Mumblecore, hebben ook een simpele alledaagse look die de realiteit van de situaties wil benadrukken. Rohmer is de voorloper van dit soort cinema. Hij maakt het tot zijn ambitie om het bescheidene en het schijnbaar triviale geloofwaardig uit te beelden op het witte doek.

Naast een uitgebreid filmoeuvre, waardoor hij zeker als een onafhankelijke auteurcineast aangemerkt mag worden, is er ook nog Rohmer de schrijver. Wie een idee wil krijgen van zijn kritieken, kan zijn recensies en essays teruglezen in de bloemlezing Le Goût de la Beauté. Uit die teksten blijkt dat hij een erudiet cinefiel was die met gemak kon schrijven over grote meesters als Alfred Hitchcock, Nicolas Ray en Jean Renoir, maar ook obscure avantgardisten zoals Isidore Isou.

Het schijnt dat de hoogbejaarde Rohmer dagelijks met kinderlijk enthousiasme meerdere malen naar de bioscoop ging. Zijn lange passie voor cinema stond gelijk aan zijn unieke bijdrage aan dat medium. Hij overleed in 2010, maar zijn invloed is nog steeds terug te zien. Neem het charmante werk van de Spaanse filmmaker Jonas Trueba of het schijnbaar bescheiden maar stiekem net zo ambitieuze oeuvre van de Zuid-Koreaanse regisseur Hong Sang-soo. De Uitkijk biedt je nu de mogelijkheid om Rohmers prachtige films weer te ontdekken.

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Written by

George is een kunsthistoricus en ongeneeslijke cinefiel en schrijft naast Cine voor Schokkend Nieuws, Frameland, Gonzo (Circus) en de Filmkrant. Daarnaast kun je zijn kunstkritiek lezen in Metropolis M en Tubelight. Film is alles voor hem. Een manier om te ontsnappen aan de harde realiteit maar ook het perfecte medium om diezelfde rauwe werkelijkheid te vangen en begrijpelijk te maken.

Typ en klik enter om te zoeken