Now Reading:

Emotionele waarheid boven politiek? De stem van de regisseur in The Act of Killing

Emotionele waarheid boven politiek? De stem van de regisseur in The Act of Killing


In Eye Filmmuseum is van 22 maart tot en met 22 mei het filmprogramma Shell Shock te zien, waarin de traumatische ervaringen van mensen na een periode van oorlog en geweld centraal staan. Bij Cine besteden we uitgebreid aandacht aan een aantal films die vertoond worden. Tim Bouwhuis verdiept zich dit keer in de confronterende documentaire The Act of Killing.

In 1965 en 1966 martelden en vermoordden aanhangers van Muhammad Suharto’s anti-communistische regime in Indonesië tenminste een half miljoen mensen. De daders werden nooit officieel veroordeeld. De loop van de militaire geschiedenis is een dictaat van de winnaars. Hun opvattingen van rechtvaardigheid hebben de potentie om het grootste kwaad te begrijpen als noodzaak.

Oneigenlijke gedachten van deze aard helpen om een beeld te vormen van een surrealistisch aandoende scène aan het begin van Joshua Oppenheimers The Act of Killing (2012). De re-enactment van een militaire executie op het dak van een dorpspand is een schrikbarende showcase van een zelfbenoemde oorlogsheld. Misschien verwacht je hier spijt te zien, een besef van het onwerkelijke. In feite is het trots die overheerst. Voor Anwar Congo lijkt het naspelen van de moord een schrikbarende banaliteit.

De re-enactments in The Act of Killing laten zich niet gemakkelijk scheiden van de bepalende rol van de regisseur. Oppenheimer fungeert als initiator en bemiddelaar, en zijn rol groeit naarmate zelfreflectie en emotioneel besef Congo’s oorspronkelijke gevoelens van heldhaftigheid langzaam overstijgen.

Anwar Congo: Did the people I tortured feel the way I do here? I can feel what the people I tortured felt. Because here my dignity has been destroyed … and then fear comes, right there and then. All the terror suddenly possessed my body. It surrounded me, and possessed me.

Joshua Oppenheimer: Actually, the people you tortured felt far worse—because you know it’s only a film. They knew they were being killed.

Anwar Congo: But I can feel it, Josh. Really, I feel it. Or have I sinned? I did this to so may people, Josh. Is it all coming back to me? I really hope it won’t. I don’t want it to, Josh.

In dit essay ga ik in op één van Oppenheimers fundamentele keuzes in het regieproces: de beslissing om de waarheid van de film te bemiddelen via een confronterende verkenning van Congo’s psyche. Deze benadering neigt naar een stijlbreuk met de manier waarop veel documentaires omspringen met politieke thema’s. Er is in The Act of Killing geen intersubjectieve ruimte waarbinnen een overspannend politiek argument geconstrueerd wordt. Ook is er geen sprake van een expliciete morele retoriek. Deze elementen zijn niet per definitie absent, integendeel; ze dienen echter nooit als de hoofdmoot van Oppenheimers leidende narratief. In welke mate, kunnen we ons dan afvragen, weegt deze persoonlijke en ogenschijnlijk apolitieke benadering op tegen Oppenheimers eigen artistieke, morele en pragmatische overwegingen?

De psyche en de polis

In haar essay Unsettling Redemption (2016) stelt de Britse rechtsgeleerde Sara Kendall dat het belang van Congo’s psyche in The Act of Killing het belang van de polis (het grotere politieke systeem in Indonesië) neigt te overstijgen. Deze opmerking is gegrond als je kijkt naar de manier waarop de film is opgezet: Kendall beargumenteert terecht dat er buiten de inleidende tekstkolom aan het begin nauwelijks sprake is van historische duiding. Hoewel de psychologische ontwikkeling van Congo mogelijk gezien zou kunnen worden als een metonymia voor het politieke systeem, wordt dit verband nergens expliciet gelegd. Kendall concludeert dat het risico van deze nadruk op het persoonlijke besloten ligt in een eventueel prevaleren van de psyche boven de polis, of, zoals ze het zelf uitdrukt, ‘with privileging affective sentiments concerning the individual over political transformation.’ De Australische historicus Robert Cribb uit een scherpe kritiek op de film als hij stelt dat The Act of Killing nergens probeert het waarheidsgehalte van Congo’s bekentenissen onder het voetlicht te plaatsen: ‘despite persistent indications that he is mentally disturbed (…) the film presents [the] claims [of Congo and his friends] without critique.’

Het is begrijpelijk dat The Act of Killing een problematische spanning kan creëren voor moreel betrokken kijkers, met name omdat Oppenheimer en zijn crew op het oog weigeren de zelf-reflecties van de oorlogsmisdadigers te sturen of af te keuren. Mijn eigen argument is dan ook niet dat deze kritiek niet valide is, zeker niet als je haar beziet in de specifieke context van deze oorlogsmisdaden. Wel denk ik dat een tegengestelde benadering, waarbij het uitlichten van politiek-ideologische achtergronden een claim van collectieve aansprakelijkheid had kunnen dienen, nooit het uiteindelijke psychologische effect had kunnen hebben dat The Act of Killing als film onderscheidt.

Voorbij de maskerade

In de loop van de film krijgen we steeds sterker mee hoe de oorlogsmisdadigers hun eigen begrip van de massamoorden de afgelopen decennia in stand hebben kunnen houden. ‘De winnaars van een oorlog bepalen wat een oorlogsmisdaad is. Ik ben een winnaar’, zegt één van hen. Dit perspectief is door de jaren heen steeds verder doorgedrongen tot de psyche van Congo en zijn partijgenoten. Vanuit die status quo moet Oppenheimer de nood gevoeld hebben om Congo op een niet-cognitieve manier te benaderen. De waarheid van het onderbewuste en het kunstmatige besef van het bewuste hebben aan de bemiddeling van woorden nooit genoeg.

Deze observatie helpt ook om in te zien hoe zinloos het geweest zou zijn om een uitgesproken politieke documentaire te maken, waarin Kendalls begrip van de ‘polis’ alle aandacht had kunnen krijgen. In The Act of Killing kan alleen het individu Congo toegang verlenen tot de polis waar Oppenheimer zo naarstig naar op zoek is. ‘The boundaries between Anwar as a person and the political regime have been dissolved. He’s holding it all. I could not have had any kind of political ending; it had to solely reflect Anwar’s psychological state’, stelde de regisseur zelf.

De sleutelscène voor dit argument draagt bij aan het gevoel van afronding en verlossing waarin de film uiteindelijk voorziet. Waar The Act of Killing nog aanvangt met een zingende, dansende en moreel onbezwaarde Congo, laat één van de meest besproken slotscènes zien hoe hij overgeeft en zijn lichaam niet langer kan controleren. De ingrijpende transformatie die hier heeft plaatsgevonden sterkt de claim van Alex Edney-Browne dat herinneringen die het officiële narratief van de polis tegenspreken diep worden begraven in haar sociaal-politieke onderbewustzijn.

Nog één performance

Onbemiddelde registratie en observatie ondersteunen Oppenheimers impliciete claim dat de fysieke reactie van Congo authentiek is, en dat Oppenheimer dit moment op geen enkele wijze aan de Indonesiër heeft ontlokt. De gerenommeerde documentairemaker Errol Morris, die net als Werner Herzog als uitvoerend producent aan The Act of Killing verbonden is, twijfelde of het overgeven niet ‘nog één laatste performance voor hem en voor ons’ was, terwijl Robert Cribb zelfs stelde dat Congo en de anderen door Oppenheimer in de val waren gelokt, enkel om hun ‘bizarre en smakeloze fantasieën’ te ridiculiseren.

De sceptische houding van Morris en Cribb is exemplarisch voor de paradox die besloten ligt in de opzet van de film. The Act of Killing is geen politiek essay, maar een filmische verkenning van herinneringen en toch ontkomen we er niet aan over waarheidsclaims te spreken. Is dit dan de eeuwige vloek die rust op ons begrip van de term documentaire, in ogenschouw nemende dat The Act of Killing in die categorie ook een Oscarnominatie (2013) kreeg? In dat geval is het misschien maar goed dat Oppenheimer uiteindelijk niet won.

‘The images of art do not supply weapons for battles. They help sketch new configurations of what can be seen, what can be said and what can be thought and, consequently, a new landscape of the possible. But they do so on condition that their meaning or effect is not anticipated.’

Jacques Rancière in The Emancipated Spectator

Dit essay is een vrije vertaling vanuit het Engels, de originele tekst werd enkele maanden terug gepubliceerd op timbouwhuis.nl. Voetnoten en Engelse quotes zijn zoveel mogelijk omgevormd of verwijderd om de Nederlandse tekst zo leesbaar mogelijk te maken. Voor de gebruikte literatuur en bijbehorende referenties verwijs ik dan ook graag naar de Engelse versie.

Written by

Is tevens redacteur voor Indebioscoop, Filmmagie, Filmvandaag en zijn persoonlijke website (timbouwhuis.nl). Wil het liefst alles lezen, delen, zien, bewonderen en begrijpen, maar beseft zich ook dat dat volstrekt onmogelijk is. Heeft geschiedenis en film gestudeerd, maar is de collegebanken nog niet zat. Kan zich een werktoekomst zonder film lastig voorstellen.

Input your search keywords and press Enter.