De aanlokkelijke beelden van Ema zijn een opvoering waarin enig psychologisch inzicht de dans ontspringt. De ogenschijnlijke reflectie op de waarde van familie lijkt eerder een excuus voor een demonstratie van secuur uitgevoerde camerabewegingen.

De familie is niet meer als de film begint. Danseres Ema (Mariana di Girolamo) en haar oudere man Gastón (Gael García Bernal), de regisseur van Ema’s dansgroep, hebben na een jaar hun adoptiekind Polo weer afgestaan. Het kind haalde te veel streken uit zoals iemands haar in de fik zetten. Het blijft in het midden in hoeverre dat lag aan Ema en Gastón zelf, wat terugkomt in hun relatie die lijdt in de nasleep. Tot ieders verbazing claimt de manipulatieve Ema moedergevoelens en houdt de hoop Polo ooit weer te zien.

Associatief vloeien de gebeurtenissen in elkaar over, bij elkaar gehouden door zinnelijke dansscènes strak gecomponeerd door regisseur Pablo Larraín. Het lijkt wel fysiek commentaar op alle discussies, mijmeringen en verleidingen als Ema in beweging komt met een gewaagd plan om Polo terug te krijgen. Na Dheepan (2015) en een album bedoeld als begeleiding bij The Color of Pomegranates (1968) waagt houseproducent Nicolas Jaar zich wederom aan een soundtrack. Muzikaal gezien brengt dit niet de vervoering teweeg van zijn album Space Is Only Noise (2011), maar gelinkt aan de strakke bewegingen van Ema’s gezelschap verhoogt het Spartaanse gebliep het artificiële karakter van de film.

Op een gegeven moment ontvlamt Gastón in een tirade over het kwaad van de monotoon bonkende reggaeton, een nogal plompverloren opleving getuige Bernals bij vlagen verbouwereerde gezichtsuitdrukking. Ironisch genoeg valt die kritiek toe te passen op Ema zelf. De film zit vast in een ritme van hypnotiserende beelden die op technisch vlak een fraaie uitvoering kennen, maar op psychologisch gebied te wensen over laten. Typerend zijn de sporadische scènes met Polo zelf. Hij staart wat voor zich uit, alsof hij een plotexcuus is voor de gewiekste manipulaties van Ema. Grond voor Ema’s moederliefde of Polo’s idee eindelijk een moeder te hebben gevonden ontbreekt. Ze houden beiden hun gezicht strak in de plooi voor een koele blik de camera in.

Di Girolamo’s stijf gekamd blond kapsel accentueert haar stalen gezicht, wat vooral uit de plooi gaat om mensen te verleiden. Op die verleiding speelt de camera traag in, deinend als op een dansritme. Haar sluwheid verzandt in een afstandelijk hedonisme met zich aan seksueel genot overgevende figuren glinsterend in het neonlicht. Larraíns regie doet hier qua aanpak denken aan de pompeuze coolheid waarmee Nicolas Winding Refn erotiek tot iets zakelijks reduceert in The Neon Demon (2016).

De vraag is welk punt dit soort koude kunstmatigheid nu dient. Ema beweegt naar het doel van een uitgebreide familie niet per se gebaseerd op bloedverwantschap, maar reflectie op deze conclusie ontbreekt in het hedonisme. De ostentatieve symboliek van Ema met vlammenwerper doet er nog een schepje bovenop qua stoer doen. Zo verliefd als iedereen wordt op Ema, zo verliefd lijkt Larraín in ieder geval op de trage zoom en cameradraai. Daarmee lijkt het punt van alle artificialiteit in Ema voornamelijk mooifilmerij.