Dune overdondert met spectaculaire panorama’s maar weet zich geen raad met alle pionnen in het politieke spel. Het dient een intrigerende wereld in de verre toekomst zoutloos op.

Deze verfilming van de bekende sciencefiction-boekenreeks van Frank Herbert draait om de jonge Paul Atreides (Timothée Chalamet), erfgenaam van het snel in macht oprukkende Huis van Atreides. Van de keizer van het ruimteimperium krijgen zij de eer om in plaats van het Huis Harkonnen de woestijnplaneet Arrakis te beheren. Er valt daar veel ‘spice’ te winnen, een essentiële grondstof voor de interplanetaire economie. Ondertussen krijgt Paul ‘de Ene’-achtige visioenen als zoon van een tovenares van zusterorde de Bene Gesserit, die als een soort Illuminati de toekomst van de mensheid willen sturen. Het Huis Atreides arriveert vastbesloten op Arrakis om als een verlichte despoot te mijnen en een alliantie te sluiten met de plaatselijke bevolking de Fremen. Maar al snel blijkt dat Huis Atreides om Machiavelli-achtige redenen naar de planeet is gestuurd.

De film spendeert veel tijd om een en ander op te zetten met personages die louter in expositie praten ondanks dat hun expertise suggereert dat ze beter weten. Er waart een collectivistische geest rond. Soldaten scanderen als automaten driemaal de naam van Huis Atreides terwijl iedereen getuige de dialogen denkt in politieke verbanden waar het individu niet meer telt. Leegte spreekt uit de overweldigende decors, waar de mensen als speelstukken de enige objecten vormen. Die grootse schaal volgt eerder het model van Fritz Langs Metropolis (1927) waar de pracht en praal an sich de indruk maakt in plaats van diens Nibelungen films waar deze de beproevingen van haar personages dient. Op macroniveau blijven de inzichten banaal met een gemakzuchtige allegorie naar kolonialisme tussen een Brits aandoend Atreides en een aan het Midden-Oosten denkende planeet terwijl een derde macht cartoonesk kwaadaardig een VOC-mentaliteit etaleert.

Gelukkig weet Chalamet in tegenstelling tot de ordinaire vakantiefantasie van Call Me By Your Name (2017) nu een gerond figuur neer te zetten in plaats van opdringerige glamour. De innerlijke conflicten uitspellende dialogen trotserend balanceert hij innemend tussen fragiel, ijverig en dapper. Hier staat iemand die tegen wil en dank een groots lot te wachten staat, terwijl de rest als pionnen blijft overkomen in een eendimensionaal schaakspel tussen verschillende feodaal aandoende machten.

Daarbuiten is het enige wat graaft de imponerende zandwormen waardoor Arrakis zo buitenaards aanvoelt. Hoe deze loeren in de adembenemende vergezichten van de attent gekozen locaties suggereert avontuur sterker dan de constante bombastische muziek van Hans Zimmer, maar in een wereld zo rigide, strak en artificieel vormgegeven blijft dat uit. In plaats van politieke allegorie of epische mythevorming lijkt eerder sprake van een chic product aangeprezen in een brochure. Villeneuve gaat net als in de overbodige vervolgfilm Blade Runner 2049 (2017) voor een digitale donkere glans die een volledig steriele wereld neerzet gespeend van onzekerheden. Voor een planeet vol zand – grof en ruw en het komt overal – blijft Arrakis desondanks kraakhelder.

Regisseur Justin Kurzel wist in Assassin’s Creed (2016) spektakel en extatische religieuze ervaring te vermengen tot grandeur, getuige duizelingwekkende adelaarsvluchten en de imponerende fysiek van een vechtende Michael Fassbender. Villeneuve daarentegen blijft in zijn zorgvuldigheid te kil alsof de voorspelling over de komst van de Ene slechts een boekregel betreft. Dat Dune niet verder komt dan glanzende brochure onderstreept Zendaya als Fremen Chani op het einde met een zinsnede recht in de camera die herinnert dat het hier een product betreft waar een tweede deel van uitkomt.