Now Reading:

Doctor Sleep

Doctor Sleep


Doctor Sleep
is een parasitaire film. Mike Flanagan zuigt het bloed uit Stanley Kubricks The Shining in zijn bijna veertig jaar latere vervolg.

Uiteraard is Flanagans film ook een bewerking van het gelijknamige boek van Stephen King. Maar Flanagan is evengoed schatplichtig aan Kubrick, zoals duidelijk wordt nog voordat de film goed en wel begonnen is: het Warner Bros.-logo wordt al begeleid door Wendy Carlos’ versie van de Dies irae, waarmee Kubrick zijn King-verfilming ook begon. Hoewel die film enorm afweek van de roman (zoals de meeste goede verfilmingen), is Kubricks versie van het verhaal de versie die in Doctor Sleep ‘echt gebeurd’ is. Desalniettemin is King te spreken over Flanagans film, die verder een tamelijk trouwe bewerking is van zijn boek.

Danny Torrance, in The Shining een jongetje dat getraumatiseerd raakt wanneer zijn vader bezeten raakt in het behekste Overlook Hotel, is inmiddels een volwassen man (Ewan McGregor). Hij heeft nog steeds zijn shining, zijn bovennatuurlijke gave. Daarmee communiceert hij met Abra (Kyleigh Curran), een dertienjarig meisje dat doelwit blijkt van de gevaarlijke sekte The True Knot: een soort vampiers die de levenskracht uit ‘shinende’ mensen zuigen.

Eng wordt dat niet. True Knot-leider Rose the Hat (Rebecca Ferguson) en haar volgelingen zien we te veel en begrijpen we te goed om ze echt griezelig te maken. Ondanks de vele helicoptershots en variaties op Carlos’ muziek voor het origineel slaagt Flanagan er nooit in die unheimische sfeer te recreëeren. Het goede nieuws is, dat het merendeel van zijn film daar ook niet bij gebaat zou zijn. Doctor Sleep is helemaal geen horrorfilm, maar een amusante, best vlotte thriller, met een sympathiek heldenduo en een paar leuke set-pieces. Dan heb ik het over het anderhalfuur in het midden van de tweeëneenhalfuur durende film. Het eerste half uur kun je eigenlijk overslaan: daarin krijgen we overbodige flashbacks (Alex Essoe doet trouwens een prima imitatie van Shelley Duvall, godzijdank zonder digitaal bewerkt gezicht) en de introductie van verhaalelementen die later nogmaals geïntroduceerd zullen worden. Alsof de film gemaakt is voor mensen die te laat de bioscoopzaal binnenkomen.

De finale gaat nog meer de mist in. Danny en Abra bezoeken het inmiddels gesloten Overlook, een gedetailleerde kopie van het hotel zoals het in Kubricks film verscheen. Alle vreemde, ongemakkelijke elementen uit die film (de zusjes in de gang, de feestgangers, de vrouw in de badkuip) worden veilig gecategoriseerd als monsters die je kunt opsluiten in een kist. Flanagan leent van alles van Kubrick, maar geen moment vangt hij de geest van The Shining. Deze versie van het Overlook klópt, zoals die van Kubrick dat juist niet deed. Flanagans parasitisme doet eerder denken aan Steven Spielbergs potsierlijke Shining-‘eerbetoon’ in Ready Player One dan aan Kubrick.

Maar misschien is parasitisme toch niet het goede woord. Een parasiet maakt immers de gastheer zwakker, en dat is hier niet het geval; de imitatie laat vooral zien hoe goed het origineel is. Bovendoen: een parasiet lééft van zijn gastheer. Doctor Sleep komt juist tot leven wanneer Flanagan wegblijft van Kubrick.

Written by

Redacteur bij Cine, Schokkend Nieuws en The Cult Corner. Schrijft ook voor Hard//hoofd. Daarnaast editor en scenarist. Houdt van lange openingstitels.

Input your search keywords and press Enter.