Die Wannsee Konferenz toont het plannen van de Holocaust als een procedure in een verfilming van het beruchte congres. Het wrede en onredelijke van nazisme drijft boven in de bureaucratische rompslomp.

Toen een stel vertegenwoordigers van de SS en ministeries samenkwamen in een villa aan de Berlijnse Wannsee op 20 januari 1942 beseften ze zich nog niet hoe dit later gezien zou worden als een historisch moment. In dit gefictionaliseerde verslag druppelen ze een voor een binnen voor een verplicht nummertje. SS-kopstuk Reinhard Heydrich nodigde hen uit om een en ander te stroomlijnen bij de uitvoering van Görings bevel voor de Endlösung der Judenfrage. Omdat deelnemer Martin Luther zijn kopie niet vernietigde bleven de notulen bewaard. Op dat document baseren scenarist Magnus Vattrodt en regisseur Matti Geschonneck zich in navolging van een eerdere Duitse film over dit voor de Holocaust significante moment.

Het congres duurde kort, waardoor met slim elliptisch snijden Die Wannsee Konferenz de vergadering zoveel mogelijk in werkelijke tijd kan volgen met wat onderonsjes hier en daar. Cinematograaf Theo Bierkens schiet alle interacties recht door zee, van Eichmann die keuvelt met de notuliste over personeelsuitjes tot het schuiven met Alfred Meyers naamplaatje om te voorkomen dat die zich al te prominent gedraagt. Niet eens de Nazivlaggen brengen kleur aan in het grauwe decor van de villa aan een ijzig meer in de winter. Door het zo procedureel te registeren trommelt Geschonneck het historische belang niet opzichtig op.

Waar Robert Bresson in het eveneens op notulen gebaseerde Procès de Jeanne d’Arc (1962) zakelijk blijft staat hij het ensemble acteurs een blasé spontaniteit toe. Beleefd glimlachen de deelnemers en tikken het ene na het andere punt af onder de dwingende doch galante blik van Philipp Hochmair als Heydrich. Het doet denken aan een doorsnee kantoorvergadering waar niemand zin in heeft.

Wie denkt aan marcherende Nazi’s komt in deze film dus bedrogen uit. Bureaucratie heeft hier weinig van doen met een ijzeren kooi. Het doet denken aan Harry Mulisch’ beschrijving in De ontdekking van de hemel hoe de gouden muur die de rommelige bevolking van de machtshebbers scheidt een illusie is en aan beide kanten hetzelfde gebeurt. Pietluttige kantoorpolitiek en met name de wirwar aan clubjes met elk hun eigen vaag omschreven verantwoordelijkheid getuigen van ad hoc handelen achter de schermen. In deze villa lijkt iedereen meer begaan met goed nieuws terugbrengen naar hun overste. Dat de coördinatie van alle reeds begonnen pogingen de Joden uit te roeien zo soepel zou gaan had Heydrich dan ook niet verwacht.

Alle bureaucratische rompslomp begraaft bijna de waanzin van de Holocaust als men losjes praat over ‘evacuaties’. Een dubbel gevoel komt op als er wrijving ontstaat over definities van half-Joden, waarin staatssecretaris Stuckart zich vastbijt in bestaande regels en Heydrich hem apart neemt voor een gespannen gesprek onder vier ogen. Het legt het redeloze van Nazi logica bloot. En in algemenere zin hoe abstracties voorbijgaan aan concreet menselijk lijden.

Stuckart breekt daar al mee door als compromis de sterilisatie van alle half-Joden voor te stellen, omdat het grote publiek anders onrustig zou raken. Het dubbele praten over grove immorele daden onthutst verder in het informele laatste deel, waarin men met kopje koffie in de hand zich zorgen maakt of de Duitse soldaten het moorden mentaal wel aankunnen. Daar legt Die Wannsee Konferenz wel gretig de historische duiding op als Heydrich te midden van de groep laconiek meedeelt dat iedereen nu van de Endlösung weet. Desalniettemin geeft de film het unheimische gevoel dat het plannen van de Holocaust zo onceremonieel en als een ‘moetje’ voor de deelnemers gegaan had kunnen zijn.