Dicktatorship belicht de Italiaanse machocultuur. Dat levert frappante stukjes etnografie op waar een air van geveinsde nederigheid en quasiwetenschappelijke onderbouwing afbreuk aan doet.

Italië staat om veel prachtige zaken bekend, maar het cliché van de Italiaanse macho behoort daar niet toe. Van de latin lover in oude films tot de bunga bunga-feestjes van Silvio Berlusconi lijkt het patriarchaat diep ingebakken in de cultuur. Of is het machismo toch deels biologisch bepaald? Filmmakers Gustav Hofer en Luca Ragazzi gaan naar aanleiding van een geënsceneerde huiselijke discussie op onderzoek uit om die vraag te beantwoorden. Gustav, doordrongen van de kwalijke machocultuur van Italië, probeert scepticus Luca, die alle klassieke tegenwerpingen te berde brengt, te overtuigen dat het allemaal niét meevalt.

De film tracht zo ongeveer elk facet van de machocultuur te bespreken en kan daardoor vissen uit een grote poel. Berlusconi blijkt geen incident maar exemplarisch voor de cultuur. Van een beroemde pornoster die praat als een pick-up artist tot middelbare scholieren die hopen dat hun hypothetische zoontje niet met Barbies wil spelen, alles verteld met de zekerheid dat het hier gezond verstand betreft. Dicktatorship laat op straat sprekers zelf bewijzen hoe door de machocultuur denkbeelden van bijvoorbeeld bezoekers van een aan Priapus gewijd seksfestival overeenkomen met die van de aanhangers van een streng katholieke partij. Er komt urgentie bij als een dader van huiselijk geweld schuldbewust over zijn mishandelen vertelt. Diens trillende lip waar een traan over rolt neigt richting kitsch, maar net als Luca’s VR-ervaring als vrouwelijk slachtoffer resoneert desalniettemin de confrontatie.

Dicktatorship laat het echter niet bij vattende etnografie. Luca als advocaat van de duivel onderzoekt mee met als beloning het vooruitzicht eindelijk met Gustav te trouwen, maar de discussies blijven kalm, alsof dit geen grote splijtzwam is voor het stel. Ze converseren luchtig de boel aan elkaar met grapjes als het staren naar een universiteitsgebouw dat ze doet denken aan een vibrator. Die gespeelde nonchalance projecteert het duo als verlichte geesten die al dondersgoed weten hoe de machocultuur in elkaar steekt. Zulke verhevenheid culmineert in een koddige climax waar ze met moeite een straat hernoemen naar de eerste universitair afgestudeerde vrouw ooit – gemakzuchtige symboliek.

De film etaleert een soort intellectuele arrogantie. De houding van de makers is die van de humblebrag, het veinzen van nederigheid om heimelijk superioriteit te claimen. In de tijd van factchecking weerklinkt de roep naar de deskundigen te luisteren zonder stil te staan bij de vraag of die deskundigen wel weten waar ze het over hebben. Menig ‘deskundige’ blijkt niet veel meer dan een titel, getuige bijvoorbeeld het bagatelliseren van de risico’s omtrent covid-19 door velen. De appeal to authority vervangt kritisch denkvermogen en de factcheckers humblebraggen over hun kennis. Ook Gustav en Luca luisteren ademloos naar zogenaamde experts om de machocultuur wetenschappelijk te bestrijden, zoals de sociale psychologie (Diederik Stapels vakgebied kampend met een gigantische replicatiecrisis) of de sociologie, waar een vergelijking tussen apen en mensen in ieder geval wel boven het niveau van Jordan Petersons kreeft ligt.

Deze retoriek van de humblebrag roept de vraag op wie Dicktatorship nu bewust wilt maken van de machocultuur in Italië. Een enkele intrigerende gast die zich al jaren inzet voor alternatieve positieve rolmodellen voor mannen ten spijt, lijken dat niet de macho’s zelf. Die kan men beter scherp de les laten lezen door YouTube-ster Contrapoints in plaats van dit flegmatische duo en ‘deskundigen’ in Dicktatorship.