Deerskin tracht tevergeefs onder de huid te kruipen. De film bouwt gedegen een absurde wereld op, maar de vraag is wat die wereld voor revelaties te bieden heeft. De inzichten reiken niet verder dan wat gegniffel over maffe praktijken. 

Net als het banale In Fabric eerder dit jaar combineert Deerskin moordlust met mode, maar dan op intrigerender wijze. De mysterieuze Georges (Jean Dujardin) schaft een kek jasje aan gemaakt van 100% hertenleer en is daar dolgelukkig mee. Gelukkig maar, want hij lijkt te vluchten voor echtelijke problemen thuis naar een naamloos dorpje in de Franse Pyreneeën. Daar gebruikt hij de van de verkoper gekregen filmcamera voor opnames en liegt de cinefiele barvrouw Denise (Adèle Haenel) voor dat hij filmmaker is. Zijn geld raakt op, zijn outfit breidt zich uit en het verhaal maakt wat bokkensprongen die de logica tarten. 

De stoïcijnse benadering geeft de enscenering een licht surreëel karakter. Rond Georges hangt niet alleen mystiek door een summier achtergrondverhaal, maar ook door Dujardins stalen gezicht. Dat maakt zijn kinderlijke enthousiasme voor kledingstukken van hertenleer geestig, als hij zich voorzichtig laat gaan voor de spiegel. Haenel blijkt daarentegen verborgen intens onder de gespeelde naïviteit, net zoals zij in Portrait d’une jeune fille en feu opgekropte hartstocht speelde. Regisseur Quentin Dupieux (ook bekend als muzikant Mr. Oizo) brengt Georges’ dwepen met hertenleer en latere agressie naturel, alsof alles wat gebeurt de gewoonste zaak van de wereld is. Daar zit ook duistere geestigheid in. 

Al snel worden de alledaagse taferelen een tikkeltje vreemd. Net als in het superieure Realité zakt de film ongemerkt dieper weg in drijfzand waar het moeilijk uit ontsnappen is. Dupieux heeft niet de gemakzuchtige overstimulatie van David Lynch nodig om een bizarre wereld te creëren, noch het poseren van Peter Strickland in In Fabric. Ook cinematografie en montage voor zijn rekening nemend schept hij die wereld sec in zakelijke beelden. Production designer Joan le Boru, die vaker met Dupieux werkt, geeft die wereld een subtiele gloed waardoor het dorpje laat aanvoelt als buiten de realiteit staand. Ook de stijlvol ontworpen kostuums van Isabelle Pannetier (Intouchables) spelen daarin een rol.

De vraag is wat deze film nu werkelijk brengt. Films als Deerskin lijken vaak pure stimulans, waar nihilistische humor het enige is wat beklijft. Dupieux zet situaties op die in de verte doen denken aan die van Luis Buñuel (vooral aan diens Cet obscur objet du désir), maar mist Buñuels speelsheid en psychologische diepgang. Het genre-overstapje naar de slasher is voornamelijk sadistische gemakzucht, met als duveltje uit een doosje de bizarre snuffobsessie van Denise. Dit verwrongen vermaak is exemplarisch voor een gedomesticeerde samenleving waarin men speelse driften kanaliseert, met dit soort banaliteit tot gevolg. Het is een verzanden in nihilisme. Georges’ zwendelarij voordat de moorddadige verdraaiing plaatsvindt was een stuk spitsvondiger gevonden. Uiteindelijk kruipt Deerskin niet zo onder de huid als Realité