Now Reading:

De wiebelige werelden van Damon Packard

De wiebelige werelden van Damon Packard

Tot en met 10 maart is in De Nieuwe Vide in Haarlem een expositie te zien rondom Damon Packard, waar enkele van zijn films constant getoond worden. Packard is geen overbekende naam, zelfs niet onder cinefielen, maar verdient het om meer besproken te worden. Een korte kennismaking.

Er zijn filmmakers die hun eigen mythe creëren, en wiens biografische details je met een korreltje of een wagonlading zout moet nemen. Werner Herzog is zo iemand, of Richard Stanley, en ook Damon Packard. Zijn films zijn ongewoon en zoeken de grens op tussen realiteit, fictie en waanzin, en hetzelfde geldt voor de weinige achtergrondinformatie die over de man te vinden is. Kennelijk maakte hij zijn debuutfilm Reflections of Evil (2002) na een grote erfenis van een niet nader genoemd familielid. Hij maakte voor die film zonder toestemming opnames bij Universal Studio Tours, waardoor hem naar verluid levenslang de toegang tot deze tours ontzegd werd. Zijn IMDB-biography is een verzameling absurde details (zijn moeder trouwde bijna met Keir Dullea en overleed aan ‘een vreemde ziekte’, en zijn vader verkeerde in de kringen van Orson Welles) en tongue in cheek-grappen (‘He now resides in a small cheap rented room in Eagle Rock, California, destitute, debased, and devoid of future projects’). Ook de suggestie dat de studio Packard dwong om een kotsscène toe te voegen aan Reflections of Evil, terwijl Packard deze en al zijn andere films maakte als onafhankelijke underground filmmaker, lijkt een liederlijke overdrijving.

Dezelfde absurditeit vinden we in al zijn films, die met beide voeten geplant zijn in de traditie van de trashfilm, no-budget films die bewust of onbewust flirten met slechte smaak. Aan veel van de verhaallijnen valt geen touw vast te knopen, vaak omdat de plot half geïmproviseerd werd. Zo kan het gebeuren dat in Foxfur het hoofdpersonage door een zestal verschillende actrices wordt gespeeld, op basis van wie er beschikbaar was op de dagen dat Packard geld had om te draaien. Een andere reden dat zijn films geen cultstatus gevonden hebben, laat staan bekendheid in de mainstream, is de vaak naargeestige, explosieve en schreeuwerige toon van zijn films, waarin viscerale poep- en plashumor, hysterisch acteerwerk en een grimmige low-budget look vol neon-kleuren en goedkope special effects een wedstrijdje doen voor de aandacht.

Waar trashfilms soms expres koketteren met slechte smaak, zoals in het oeuvre van John Waters, en soms juist onbedoeld blijk geven van de onkunde en het ego van de makers, zoals bijvoorbeeld bij Ed Wood of Tommy Wiseau, is het bij Packard vaak de vraag of het omarmen van slechte smaak bewust gebeurt of niet. Echt duidelijk wordt dat niet tijdens het kijken. Het doet er eigenlijk ook niet toe: zijn films geven blijk van een filmmaker met zijn eigen preoccupaties, en fascineren dankzij de tegenstrijdigheid van de verschillende paradepaardjes die langskomen in zijn oeuvre. We gaan ze langs.

Het eerste dat opvalt is dat Packard geobsedeerd is door popcultuur, die hij in zijn films perverteert door een trash-lens. Reflections of Evil is zijn ode aan Spielberg, waarin de beroemde filmmaker als personage een bijrol speelt in een ingewikkeld tijdreisplot. The Untitled Star Wars Mockumentary (2003) parodieert het maken van Attack of the Clones door het toevoegen van ranzige grappen, maar laat vooral George Lucas zijn eigen graf graven in archiefbeelden. Tales of the Valley of the Wind (2009) is een veredelde fanfilm van Miyazaki’s Nausicaä of the Valley of the Wind. Night Pulse a.k.a Fatal Pulse a.k.a Untitled Damon Packard Yuppie Fear Thriller (2018) is een soort bizarre ode aan films als Sleeping with the Enemy, Basic Instinct en Fatal Attraction en de hoogtijdagen van MTV. En SpaceDisco One (2007) is een vervolg op zowel Krull, 1984, Xanadu én Logan’s Run, en gaat daarnaast ook nog over het maken van SpaceDisco One zelf.

Daarnaast is er zo’n groot scala aan verwijzingen, van vergeten Hollywood-films en hitsongs als Donna Summers cover van MacArthur Park, tot bizarre popcultuurmomenten als Ken Russells deelname aan Celebrity Big Brother UK, dat het effect haast hoofdpijnopwekkend is. De hoeveelheid clichés en verwijzingen lijkt vooral een commentaar op de alomtegenwoordigheid van populaire cultuur. Door de mash-up van al deze films worden de tot in den treure herhaalde formules en clichés pijnlijk zichtbaar. Geek culture blijkt vermoeiend maar er valt ook niet aan te ontsnappen. De enige uitweg lijkt overgave.

Hoewel Packard zelf meerdere malen zijn teleurstelling heeft uitgesproken dat hij geen tweede Spielberg is geworden, is er duidelijk sprake van een haat-liefde-verhouding. Als filmmaker zit hij ook niet in het straatje van Spielberg, maar heeft hij meer overeenkomstig met Neil Breen, wiens no-budget new-age mumbo-jumbo trashfilms dermate hilarisch en vervreemdend zijn dat ze cultcuriosa zijn geworden. Packard is net als Breen een complotdenker, al heeft hij een hekel aan die term. Wel spreekt hij in interviews vaker zijn geloof in pseudowetenschap uit, zijn vertrouwen in alternatieve nieuwsbronnen, en zijn wantrouwen richting mainstream media en nieuwszenders. In zijn films komen ook veel bekende complottheorieën langs. In Reflections of Evil is er een subplot rondom chemtrails, Foxfur (2012) speelt zich volledig af in new-age kringen en gaat over de vermeende invloed van buitenaardse rassen op onze cultuur en de grote slechteriken van Night Pulse zijn de Illuminati.

Veelbesproken namen in zijn films zijn David Icke — de beruchte antisemitische complotdenker die gelooft in een buitenaards ras genaamd ‘reptillians’ — en Trump-favoriet Alex Jones, die zijn geloof in zo’n beetje alle complottheorieën denkbaar ventileert op zijn rechts-conservatieve betaalkanaal InfoWars. De films van Packard hebben dezelfde koortsachtige ‘kwaliteit’ als het geraaskal van deze paranoïde profeten. Het levert films op die zich het best fragmentarisch laten bekijken, en die inspelen op de onderbuik. De films van Packard voel je, en het gevoel is vaak onprettig en een beetje vies. Net als bij het lezen van een stevige complottheorie blijft er een unheimisch gevoel achter, waar de vinger niet op te leggen valt. Een andere lens op de werkelijkheid die weliswaar onzinnig is, maar ook ontregelt. Want een goede complottheorie bevat naast onzin vaak elementen die waar zijn of logisch lijken.

De overeenkomst tussen nerdcultuur en complottheorieën is dat beide een extreme vorm zijn van patroondenken. Evolutionair biologen geloven dat de mens verhalen is gaan vertellen omdat we als diersoort baat hebben bij het herkennen van patronen. Het is immers handig te weten welke bessen goed zijn en welke niet. Of wat de weerpatronen zijn in onze leefomgeving. Dit patroondenken uit zich ook in de wens onze levens als verhalen te zien. Of natuurlijke fenomenen zoals de zonsopgang en ondergang toe te schrijven aan goden, en over deze goden mythen te vertellen. De wens alles te passen in een sluitend verhaal zien we in nerdcultuur, waarbij fans de handelingen van Spider-Man in The Amazing Spider-Man nummer honderdenzoveel proberen te rijmen met zijn handelingen in weer een heel ander nummer van X-Men. De Heiligheid van de Canon is een vaak frustrerende eigenschap van nerdcultuur, die creativiteit remt. Maar dat Packard de plotlijnen van Krull, 1984 en Logan’s Run in hetzelfde universum weet te plaatsen is een geflipte en geïnspireerde vorm van het combineren van verschillende canons. Net als bij complottheorieën wordt een scala aan onverenigbare feiten en losse toevalligheden gecontextualiseerd in een groter verhaal, waarin er schaduworganisaties zitten achter alle vreemde feiten en willekeur.

Op het raakvlak van geek culture en complottheorie vinden we media-filosofie. Gekscherend zou je kunnen zeggen dat veel van de ideeën in de academische wereld niet ver af staan van de van de pot gerukte fantheorieën en het vergezochte complotdenken. Neem bijvoorbeeld Jean Baudrillard. Zijn theorie over simulacra is niet makkelijk te beschrijven, en ik verontschuldig me al voor het feit dat ik hem dermate ga versimpelen dat hij zich om zou draaien in zijn graf.

Kort gezegd stelt Baudrillard dat de realiteit zich schikt naar de weerspiegeling in onze media, en dat de media zich weer spiegelen aan de realiteit, en dat dit proces zich blijft herhalen. Daardoor is het niet meer mogelijk, in deze postmoderne cultuur, te herkennen wat echt is en wat slechts een weerspiegeling is van onze media-denkbeelden. Alles is irreëel geworden, en betekenisloos, als ware het een kopie zonder origineel, wat Baudrillard een simulacrum noemt. Het nieuws is een toneelstukje, onze sociale cultuur is een toneelstukje, onze televisieseries zijn een toneelstukje. Volgens Baudrillard is deze constante vermenging van het echte en het onechte en de gigantische hoeveelheid van de beelden en symbolen die we dagelijks tot ons nemen, een reden om alles te bevragen. Zelfs onze realiteit. Deze wiebelige houding ten opzichte van onze echte wereld zien we ook in de films van Packard, waar popcultuur, complottheorieën en de echte levens van mensen zo met elkaar vervlochten zijn dat alles en iedereen compleet paranoïde is geworden.

Volgens Baudrillard geldt de onechtheid van de wereld ook voor de geschiedenis. In zijn boek The Illusion of the End stelt hij dat onze cultuur zich door deze vorm van zelfkannibalisme niet meer ontwikkelt, en dat we de geschiedenis constant herhalen via onze media. Er is geen vooruitgang meer, waardoor volgens Baudrillard een einde van de wereld en onze geschiedenis ook nooit zal komen of misschien al geweest is. Onze toekomst bestaat niet, want ook het idee van vooruitgang is een simulacrum.

Het geloof dat de wereld geëindigd is en dat we daar niet van op de hoogte zijn is een idee dat Packard ook aanhangt. De postmoderne lawine aan beelden is aanwezig, net als het pessimisme over onze huidige popcultuur en politieke landschap. Packard gelooft dat het idee van originaliteit en waarheid in de mainstream media ergens eind jaren 80 of begin jaren 90 is verdwenen, iets wat zijn personages letterlijk stellen in SpaceDisco One en Night Pulse.

Hij maakt Baudrillards idee van de illusie van het einde vrij letterlijk in zowel Foxfur als Night Pulse. In de eerstgenoemde film blijkt dat in 1984 de wereld is opgehouden te bestaan en het leven in de vroege jaren 2000 een simulatie is, gemaakt door aliens. In Night Pulse zijn de Illuminati, bestaande uit Hollywoodproducenten en -sterren, letterlijk van plan de tijd te bevriezen, omdat ze van mening zijn dat de cultuur haar piek heeft bereikt.

Sowieso schets Packard een weinig rooskleurig beeld van Hollywood. Baudrillard stelt in zijn boeken dat het idee van Hollywood zelf ook een simulacrum is, mede omdat het beeld dat we krijgen in films van Los Angeles en Hollywood niets van doen heeft met de echte wereld. Packard toont ons het echte L.A., waarin eendagstoeristen de Universal Studio Tours bezoeken om het idee te krijgen dat ze Hollywood hebben bezocht, terwijl het een attractie is verwijderd van de echte actie. In Packers L.A., net als in de echte wereld, verdienen professionele imitators de kost met het nadoen van sterren (en hij cast deze mensen als de sterren zelf in Night Pulse). Op de straten zien we schizofrene zwervers, sekswerkers, bendeleden, drugsverslaafden en uitbaters van pandjeshuizen, goedkope motels en slijterijen, waar de met graffiti besmeurde rolluiken al vroeg in de avond omlaag gaan. Het Los Angeles in de films van Packard is, net als bijvoorbeeld Inland Empire van David Lynch, een plek waar de schrijnende levens van mensen in de marge extra schrijnend worden door de nabijheid van droomfabriek Hollywood. Het is ook de realiteit van Packard: een underground trashfilmmaker, die zich in L.A. een slag in de rondte werkt, maar nooit de toegang heeft gekregen tot het koninkrijk.

In zijn werkwijze loopt Packard vaak tegen muren op: door gebruik te maken van materiaal waar copyright op ligt, zoals beelden van de Star Wars-prequels in The Untitled Star Wars Mockumentary, Spielberg-films in Reflections of Evil en erotische thrillers in Night Pulse, is distributie op grote schaal vrijwel onmogelijk. Ook het filmen zonder vergunningen op de straten van Los Angeles en in het geval van Reflections of Evil, de Universal Studio Tours, heeft hem vaak in problemen gebracht met de rechterlijke macht. Financiën zijn dus ook vaak schaars, waardoor Packard noodgedwongen gebruik moet maken van crowdfunding. Dat zijn films slechts sporadisch vertoond worden op festivals (en nu dus in De Nieuwe Vide) is een schrale troost. De films zijn dermate uitdagend voor het publiek — en zelfs voor cinefielen — dat ze ook zonder de financiële en juridische problemen nooit veel mensen zouden bereiken.

Het is een treurige conclusie, die de boodschap in de films van Packard misschien een beetje ontkracht. De waarheid is namelijk dat de wereld geen geheimzinnige kwaadaardige organisaties als de Illuminati nodig heeft om de mensen in de marge het moeilijk te maken. Het kapitalisme is al erg goed in het vernietigen van dromen, financiële zekerheden en toekomstperspectief. Dat de mensen die buiten de boot vallen, of het nu alternatieve kunstenaars zijn of complotdenkers of nerds, hier proberen chocola van te maken levert interessante materie op. Trashfilms, geek culture en complottheorieën zijn bij uitstek manieren om de discoursen en ideeën van de mensen met macht, zij het popcultureel of politiek, naar de eigen hand te zetten, te perverteren en te ontkrachten. De films van Packard zijn niet voor iedereen, maar het zijn wel uitermate krachtige films, die je na een kijkbeurt ook anders doen kijken naar mainstream media. Want de manier waarop Damon Packard de grote boze wereld toont, zorgt ervoor dat je bij het zien van een film van Spielberg of een nieuwsuitzending onbewust denkt aan de koortsachtige hysterie van Reflections of Evil.

De expositie rond Damon Packard is nog tot 10 maart in De Nieuwe Vide in Haarlem te zien. De tentoonstelling omvat de films Fatal Pulse, Foxfur, The Untitled Star Wars Mockumentary, Reflections of Evil en verzamelde curiosa. De toegang is gratis. Op 9 maart zal Cine-redacteur Theodoor Steen in de Nieuwe Vide om 15.00 een lezing houden over Trash Cinema in het algemeen.

Written by

Theodoor Steen is een 29-jarige Utrechtse filmprogrammeur (voor onder andere Camera Japan) en filmjournalist (voor Cine en Schokkend Nieuws) voor wie het woord ‘bombast’ werkt als een rode lap op een stier, of een vlam op een mot. Film is voor hem voornamelijk een visueel medium, en plot, hoewel belangrijk, acht hij van ondergeschikt belang voor een interessante kijkervaring. Hij vindt Canada één van de meest ondergewaardeerde film-industrieën. Vrienden vragen hem om in godsnaam op te houden over Southland Tales, de Wachowskis, Ken Russell, religieuze symboliek, The Leftovers, LGBTQIA-cinema, en ‘waarom Nederlandse film wél geweldig is’. Begin niet tegen hem over Zack Snyder, Ruben Ostlund of Jagten, want het gejeremieer dat je dan te horen krijgt is niet van de lucht.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Input your search keywords and press Enter.