Met De Oost maakt filmmaker en scenarist Jim Taihuttu (Rabat ; Wolf ) een on-Nederlandse film over een heet hangijzer uit de Nederlandse geschiedenis. On-Nederlands, omdat De Oost met zijn ontsporende junglepatrouilles en soldaten die tegen zichzelf vechten onmiskenbaar gemodelleerd is naar Amerikaanse filmbeelden van Vietnam. Een grove veertig jaar nadat Amerikaanse filmmakers voor het eerst fictie inzetten om pertinente oorlogstrauma’s het hoofd te bieden, heeft Nederland zijn eigen Platoon.

Chaos is een ladder

De negentienjarige Johan de Vries (Martijn Lakemeier) sluit zich in 1945 aan bij een van de militaire eenheden die orde moet scheppen in de chaos van de dan nog Nederlands-Indische archipel. De aartsvijand heet Soekarno, weten Johan en zijn militaire kameraden al snel, en de jungle is een vermeend broeinest van guerrilla’s en rebellen. In de chaos van suggesties en beschuldigingen die je niet kunt controleren is ‘berechten’ een relatief begrip. Vlakbij Johans kamp woont een huurling (Marwan Kenzari) die de vieze spelletjes van de jungle slinkser en venijniger speelt dan de Nederlandse oversten. Chaos is een ladder, en dus werkt deze Raymond Westerling zich geleidelijk op, tot hij uiteindelijk zelf als overste aantreedt. Johan volgt en leert in zijn kielzog, maar raakt steeds verder vervreemd van het mensbeeld dat zijn meester in hun onderlinge gesprekken uit de doeken doet.

De juiste vijand?

Het is geen toeval dat een film als De Oost nu pas kan verschijnen. Een film over de onafhankelijkheidsoorlog is in de Nederlandse context te allen tijde een film over de veteranen die daar onder de Nederlandse vlag opgetreden hebben. Kun je preken tegen eigen parochie zonder met een beschuldigende vinger te wijzen? Taihuttu probeert het niet eens, maar zijn reflectie is niet op de man gespeeld en ook niet volledig toegespitst op het optreden van veteranen. Zo laat het racisme in De Oost  niets aan de verbeelding over; zelfs Sinterklaas en Zwarte Piet passeren nog even de revue. Specifiek op dit vlak toont de film zich van zijn minst subtiele kant, alsof Taihuttu wil benadrukken dat racisme in deze context geen latent en sluimerend proces is (geweest). In een vroege scène wordt een aap op niet mis te verstane wijze afgeschoten en aan het spit geregen.

In het tonen van oorlogsgeweld gaat Taihuttu vervolgens veel verder dan een literatuuradaptatie als Oeroeg (Hans Hylkema, 1993), die zich concentreerde op de bedreigde vriendschapsband tussen een Nederlandse militair en een Indische jongeman, ooit kon of wilde gaan. Precies die excessen zullen voor veel kijkers de druppel zijn. Begrijpelijk vanuit het perspectief van Nederlanders die naar een film over Nederlanders kijken. Het is altijd gemakkelijker voor een regisseur om nóg een oorlogsfilm over het verzet tegen de Duitsers te maken. Je zult namelijk nooit het verwijt krijgen dat je de verkeerde vijand hebt belicht. Alleen al daarom is het zo belangrijk dat Taihuttu de film heeft gemaakt. Zo lang filmmakers de lastigste vragen blijven ontwijken, valt er ook niets te reflecteren, of de uiteindelijke producties nu in hun opzet slagen of niet. En juist dat reflecteren is in de context van de onafhankelijkheidsoorlog al heel lang hard nodig. De Oost is een vlam die gerust de juni-editie van het IFFR had mogen ontsteken. Misschien was dat een brug te ver?

Twéé Nederlandse oorlogsfilms

We weten namelijk dat Duitse soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog de grootste wandaden hebben begaan, maar wat valt er te zeggen over de schaduwzijden van ons eigen militaire optreden? Het is een vraag waar De Slag om de Schelde, die andere grote Nederlandse oorlogsfilm die nu wordt uitgebracht, nauwelijks in blijkt te zijn geïnteresseerd. De grootste morele tweestrijd voltrekt zich daar voor de ogen van soldaat Van Staveren (Gijs Blom), een Nederlandse jongen die vrijwillig in een Duits trainingskamp belandde maar breekt op het moment dat hij de meest brute bevelen moet uitvoeren. Op dat laatste vlak heeft Van Staveren veel gemeen met Johan in De Oost : als het er echt op aankomt, kunnen beide soldaten alleen met grote walging doen wat zij niet goed achten, óók als het verzoek afkomstig is van hun eigen oversten. Het grote verschil is dat Johan vecht voor de eigen linie. Van Staveren heeft een achtergrondverhaal, er is een verzachtende verklaring om het publiek gerust te stellen: hij is misleid door valse ideologische beloftes, en herkent nu pas de ware aard van zijn oversten. In De Oost scheidt alleen de tand des tijds de hoofdpersoon van iedere andere willekeurige Nederlandse jongen. Iedere jongeman van nu had toen Johan kunnen zijn. Eén kanttekening: Johan leeft en beleeft nog altijd in het kader dat de film aan zijn publiek presenteert.

Film en werkelijkheid

Dat laatste is precies waarom sommige veteranen en woordvoerders van betrokken organisaties (zoals het Veteranen Platform, Maluku4Maluku en Federatie Indische Nederlanders) vóór én na bezichtiging veroordelend reageerden op de film. Johans confrontatie met de gruwelen van de jungle impliceert dat veteranen tijdens de onafhankelijkheidsoorlog tot vergelijkbare gruwelen zijn overgegaan of aangezet.  Sterker: in het trailer-en postermateriaal herkenden betrokkenen al in een vroeg stadium bewuste associaties met nazi-Duitsland en de SS. Laat ik duidelijk zijn: deze recensie is geen poging om de getoonde gruwelen te staven aan de historische werkelijkheid en daar een oordeel aan te verbinden. Voor een dergelijke visie is meer nodig, meer ook dan de inmiddels veelgehoorde observatie dat het beeld van het Nederlandse militaire optreden gewoonweg ongenuanceerd, eenzijdig en negatief is. Het wachten is op historici die deze belangrijke taak op zich willen en kunnen nemen, en daarbij ook voorbij de gereduceerde vorm van een lespakket denken.

Wiens verhaal?

Oordelen is ook zonder dergelijke studies mogelijk, maar dan met oog voor het kader dat de film presenteert, en specifiek voor de vraag wiens verhaal Taihuttu eigenlijk vertelt. Het antwoord werpt namelijk direct al een nieuw licht op de veronderstelde associaties met nazi-Duitsland en de SS. In beginsel lijdt het weinig twijfel dat Raymond Westerling (Kenzari) zich hier ontpopt tot de archetypische slechterik van de oost, en dat zijn martelpraktijken zonder meer vergeleken kunnen worden met het nazistische beulenwerk in het eerder besproken De Slag om de Schelde. Dit is alleen niet zijn film, en Westerling is niet de belichaming van ‘Nederlandse oorlogsmisdaden in Nederlands-Indië’,  maar de spil in het gewetensconflict van de hoofdpersoon. Wie De Oost benadert zoals de film naar mijn idee bedoeld is, namelijk als een slopende karakterstudie, moet een complexer plaatje zien: Johan is niet alleen constant in gevecht met zichzelf, maar is ook nog eens de zoon van een NSB’er, en de suggestie van ‘Duits’ handelen is precies de last die ieder moment tegen hem gebruikt kan worden.

Godzijdank kiest Taihuttu niet voor een gratuite ‘zo vader, zo zoon’-benadering; Johan strijdt met en tegen zijn opgekropte driften, maar vaart tegelijkertijd op een bevrijd moreel kompas dat niet wordt afgedwongen door erfelijke factoren. Het levert een rauwe en ongeflatteerde beeldenstroom op, vol contrastrijke momenten van ontlading die empathie wekken en tegelijk voorkomen dat de hoofdpersoon vrijuit kan gaan voor de ogen van zijn publiek. Tekenend is de ‘relatie’ die Johan onderhoudt met de Indische prostituee Gita (Denise Aznam); na een vechtpartij in een nabije pub neemt hij haar als een voorwerp, alsof alleen die seksuele uitspatting hem van zijn innerlijke demonen kan verlossen. Toch lijkt hij er even van te dromen een bestaan met haar op te bouwen. Alsof sociale gelijkwaardigheid tussen genders en etnische groepen op de archipel binnen handbereik is. Het is een hardnekkige bubbel die alleen maar kan barsten.

Een andere strijd

Door het enorme gewicht van de geschiedenis is het schier onmogelijk om De Oost los te koppelen van oordelen over goed en slecht die de representaties van de filmmakers ontstijgen. Die filmmakers zijn er niet om veteranen te schofferen, maar ze zijn er ook niet om donkere spiegels bedekt te laten. De belangrijkste nuance is uiteindelijk dat de echte strijd in de oost voor Johan geen militaire, maar een psychologische aangelegenheid bleek te zijn. De film laat zien dat het aan de eindstreep van die donkere helletocht niet langer mogelijk is om een winnaar aan te wijzen.

De Oost is sinds de heropening van de bioscopen in selecte zalen te zien. Amazon Prime biedt de film On Demand aan.