De kunst van het niet wegkijken

De films van Cyrus Frisch zijn controversieel, grillig en politiek geëngageerd. Na een aantal korte films en televisieprogramma’s waarmee hij zichzelf in de kijker speelde maakte hij in 2001 zijn speelfilmdebuut met Vergeef me

Vergeef me is voor mij als recensent een van de lastigste films die ik recentelijk zag. Maar zoals elke film van Frisch nodigt hij ondanks de weerbarstige inhoud uit tot dieper kijken. In Vergeef me zoekt Frisch bewust de grenzen van het betamelijke op. Hij was gealarmeerd door steeds exploitatiever en platter vermaak in de media, zoals de opkomst van realitytelevisie, en besloot in zijn film duidelijk te maken waar de grenzen liggen, door er compleet over heen te gaan. 

Samen met een viertal kernacteurs, Nico, Peter, Achmed en Chiquita, en nog wat bijrolspelers, die uitvergrote versies van zichzelf spelen, maakte Frisch een toneelvoorstelling (Jezus/Liefhebber) en een film (Vergeef me), als werken met elkaar verstrengeld, waarin hij de stereotypes en vooroordelen rondom deze mensen uitvergroot. Nico, Peter, Achmed en Chiquita zijn namelijk mensen die buiten de boot vallen in deze maatschappij: verslaafd aan alcohol of drugs, of om andere redenen niet geaccepteerd.

De manier waarop ze destijds in de pers beschreven werden deed zeer, iets wat ook een rol speelt in de film, dus ik probeer mijn woorden zorgvuldig te kiezen. Wat Cyrus Frisch in Vergeef me echter doet, is doelbewust de grenzen opzoeken van hoe deze mensen normaal benaderd worden door realityprogramma’s en daar nog een stap verder in gaan. Zo plast Nico in de eerste scènes al in zijn broek en is er later een scène waarin Chiquita in een roes langzaam op haar kleren kwijlt terwijl een publiek in een theater lachend toekijkt. 

 

 

Het is makkelijk Frisch te betichten van exploitatie. Er is echter ook sprake van een contextverandering die Vergeef me interessant maakt. Het voelt vies wanneer een lachend publiek toekijkt hoe Chiquita, Nico, Peter en Achmed zich in vernederende situaties bevinden. Maar door deze vorm van ‘aapjes kijken’ in een theater plaats te laten vinden in plaats van in een SBS6-programma, wordt echt goed zichtbaar waar de schoen wringt. Misschien lijkt Frisch geen medeleven te hebben, het publiek heeft dat nog minder. Zelfs ter plekke, zonder de afstand die het televisiescherm schept, blijkt het griezelig makkelijk om andere mensen te zien als leedvermaak. Het doet denken aan het werk van TINKEBELL, die bijvoorbeeld aandacht vroeg voor de manier waarop we met dieren omgaan door haar eigen kat te doden en er een handtas van te maken. Daar werden (mijns inziens niet geheel onterecht) kamervragen over gesteld, maar bij Vergeef me is het juist extra pijnlijk om te zien dat de contextverandering, volgens de beelden die we in de film zelf zien, amper verontwaardiging oplevert.

We zijn kennelijk zo gewend om mensen die we als anders te zien te exploiteren in de media, dat boosheid uitblijft. Frisch maakt zijn publiek medeplichtig, maar de pers nog meer. Chiquita beklaagt zich later in de film en de epiloog op de dvd dat met name de manier waarop er in de pers gesproken wordt over de acteurs pijn heeft gedaan. Dat het journaille van Nederland de korte film [Geen titel] met dezelfde protagonisten, die draaide op het IDFA, op handen draagt, maar ondertussen de acteurs wegzet als ontoerekeningsvatbare junks en zuiplappen is inderdaad pijnlijk. De film gaat ook over exploitatie, maar is het in mijn ogen uiteindelijk niet. Daarvoor verwerkt Frisch te veel tegenstrijdigheden en nuances in zijn film. Vergeef me schippert tussen immoraliteit en moralisme.

Juist die constant wringende aspecten maken het een film die je niet makkelijk negeert. Het is een film die boos maakt, maar de kijker ook dwingt zich af te vragen waar die boosheid vandaan komt. Ben je niet net als de pers destijds, die Chiquita en consorten ontoerekeningsvatbaar verklaarde? Pionnetjes in Frisch’ diabolische spel? De vraag die ook oprijst bij het kijken: als de regisseur een egoïstische klootzak is, die zijn cast en crew uitbuit voor wat in wezen een gedachte-experiment is, waarom zou hij dan in godsnaam zichzelf zo neerzetten in zijn eigen film? Is jezelf de schurk maken niet juist een vorm van een gebrek aan ego? 

Toen ik Frisch in onze correspondentie naar aanleiding van de film vertelde dat Vergeef me me wel echt boos maakte, liet hij me weten dat hij in de montage (samen met editor Sander Vos) juist deze tegenstrijdigheden opgezocht heeft. Dat het publiek boos maken en verontrusten ook het doel was. Hij haalde voor mij de angel uit de film, door me gerust te stellen over de rollen van Nico, Peter, Achmed en Chiquita. Maar dat maakt Vergeef me, achteraf gezien, zo goed en verontrustend. Je kunt er niet omheen. Je mag niet wegkijken. En dat is een thema in al Frisch’ andere films. 

Waarom heeft niemand mij verteld dat het zo erg zou worden in Afghanistan (2007), Frisch’ tweede film, is de eerste film die ooit geschoten werd op een mobieltje. Het beeld is doelbewust pixelig en moeilijk ‘leesbaar’. Dat betekent dat we hier ook dieper moeten kijken, net als bij Vergeef me, al is het op een andere manier. Want doordat de hoofdpersoon van Waarom heeft niemand, een Afghanistanveteraan vertolkt door Frisch zelf, alledaagse beelden filmt op zijn mobiele telefoon terwijl hij zelf langzaam doordraait, worden we in zijn schoenen geplaatst. Het effect van de korrelige beeldkwaliteit is dat alles onheilspellend wordt. Frisch, en derhalve zijn personage, schiet onder andere beelden van hangjongeren vanaf zijn balkon, en in deze beeldkwaliteit kun je niet goed opmaken wat ze doen.

Waarom heeft niemand dompelt je zo onder in de paranoïde geest van de hoofdpersoon, waarbij alles gevaarlijk en grillig is. Multi-interpretabel ook, want Frisch zoekt wederom de tegenstrijdigheden en nuance op. Het verhaal blijft meerduidig, tot het explosieve einde. 

Ook hier zoekt Frisch weer grenzen op: in de epiloog van Vergeef me zegt Chiquita dat ze moeite heeft met de film, maar dat ze er toch zelf aan meegedaan heeft. De vraag bij Waarom heeft niemand is echter in hoeverre de gefilmde mensen ervan op de hoogte zijn dat ze gefilmd worden. Die knagende ethische vraag zorgt ervoor dat de film blijft hangen. 

Ook omdat de film wegkijken als thema heeft. De hoofdpersoon in Waarom heeft niemand ziet het misschien niet helder meer, maar, zo suggereert de film, misschien is hij een van de weinige mensen die écht goed kijkt. Die de scheuren in de samenleving ziet, en die daarvan helemaal van slag is. Die ‘shots steelt’ met zijn mobieltje van hangjongeren en daklozen en een ‘oproerkraaier’ in de supermarkt, maar die niet, zoals menig mens, wegkijkt, maar écht kijkt. 

Ook in Blackwater Fever wordt het de kijker moeilijk gemaakt te zien wat er echt gebeurt, omdat de hoofdpersoon, gespeeld door Roeland Fernhout, vermoedelijk lijdt aan de ziekte uit de titel, een vorm van malaria. Veel van de shots zijn out of focus, of gefilmd in reflecterende oppervlakken, waardoor je niet echt te zien krijgt wat er gebeurt. Koortsachtig, dus. Het levert een zintuiglijke ervaring op, die ons opnieuw plaatst in de schoenen van de hoofdpersoon. Hij is een westerse witte man, die samen met een vrouw (Ellen ten Damme) door Amerika reist. Langzaam, haast onopgemerkt zelfs, verandert het landschap echter in de Hoorn van Afrika. 

 

 

De man heeft niets door, kijkt weg van alle ellende, de oorlog en de hongersnood en het geweld, zelfs als de vrouw op de achtergrond (out of focus) verkracht wordt. De contextveranderingen en verschuivingen in betekenis waar Frisch zo graag mee speelt, met de theatersetting in Vergeef me of de paranoïde pixels in Waarom heeft niemand, zijn hier in volle kracht. Pas in de laatste scène opent de man zijn ogen voor de ellende, wanneer hij geconfronteerd wordt met een aantal verhongerde achterblijvers in een leeggeplunderd dorp. 

Blackwater Fever is thematisch te linken aan de slotscènes van Vergeef me. Daarin vindt een stijlbreuk plaats wanneer de film onderbroken wordt voor een scène waarin Ellen ten Damme op het strand rondloopt en ineens terecht komt in een oorlogsscenario, waar Achmed ook een rol in speelt. Geconfronteerd met de ellende van de wereld besluit ze Achmed uit zijn lijden te verlossen. Blackwater Fever is in wezen een uitwerking van deze scènes op speelfilmlengte, inclusief de casting van Ellen ten Damme. 

Tijdens de slotscènes van Blackwater Fever moest ik denken aan de beroemde foto van Kevin Carter, waarin een gier in de buurt komt van een uitgemergeld jongetje, Kong Nyong (hoewel de foto The Vulture and the Little Girl heet). Carter pleegde uiteindelijk zelfmoord, mede door alle ellende die hij had gezien en waar hij als fotograaf niet wilde of durfde in te grijpen. De vraag is: keek hij weg door niets te doen? Of kijkt hij juist diep, door de foto te maken, en met ons te delen? Het zijn vragen die ten grondslag liggen aan het hele werk van Cyrus Frisch. Blackwater Fever is haptisch en hallucinant, de sterkste film die Frisch tot nog toe heeft gemaakt. Hoewel het thematisch gezien zijn minst grillige en ingewikkelde film is, is de relatieve rechtlijnigheid hier een voordeel, geen nadeel.

 

 

Oogverblindend werd door de pers gezien als als de toegankelijkste film van Frisch. Ik ben het daar niet mee eens. Ik denk dat Blackwater Fever, ondanks zijn heftige thematiek en beelden, het dichtst in de buurt komt bij een traditionele arthousefilm. Oogverblindend is, ondanks de casting van Georgina Verbaan en Rutger Hauer, namelijk stilistisch en thematisch een film in lijn met Waarom heeft niemand. Als Blackwater Fever en Vergeef me thematisch en visueel aan elkaar te linken zijn, door met name de slotscène van Vergeef me, dan zijn Oogverblindend en Waarom heeft niemand ook een tweeluik. Ook hier zijn er meerdere ‘gestolen shots’ vanuit het raam van een appartement. Ook hier volgen we een eenzame ziel die de ellende in de wereld niet aankan. En wederom is er sprake van een dissonantie tussen beeld en vertelling, waarbij sommige beelden niet direct aan lijken te sluiten op het verhaal. 

 

 

We zien Georgina Verbaan, sowieso een van Nederlands meest ondergewaardeerde acteurs, die destijds allesbehalve serieus werd genomen. Zij speelt een vrouw die zichzelf opsluit in een appartement van een vriend. Ze krijgt een man aan de telefoon, gespeeld door Rutger Hauer, en samen filosoferen ze over de ellende in de wereld. Waar Blackwater Fever zich grotendeels in stilte voltrekt, daar is Oogverblindend een praatfilm, die volledig steunt op de dialoog tussen Verbaan en Hauer.

De verschuivende betekenissen zitten hier vooral in de discrepantie tussen de beelden die we zien en de woorden die we horen. Net als bij de pixelsoep in Waarom heeft niemand worden we zelf gevraagd te interpreteren en verbanden te leggen. De meerduidigheid maakt echter plaats voor een niet mis te verstane boodschap aan het adres van het Nederlands Koningshuis tegen het einde. De film gaat namelijk direct in op het regime in Argentinië, waar Jorge Zorreguieta, de vader van onze Koningin Máxima, minister van landbouw was.

De boodschap van Frisch is duidelijk: zij die niets doen tegen degenen die het kwaad uitvoeren zijn medeplichtig aan het kwaad. Wegkijken is doen. Frisch is wars van wegkijkers. Zijn kunst dwingt ons dieper te kijken, en de kracht van zijn films is de frustratie dat je niets kúnt doen. De film is immers al ingeblikt. Je kijkt mee met de man in Blackwater Fever, de veteraan in Waarom heeft niemand terwijl ze machteloos toekijken of een wanhoopsdaad begaan. Je kijkt toe terwijl de regisseur zijn acteurs vernedert in Vergeef me. Je luistert mee met de telefooneerders in Oogverblindend. Doe iets, wil je schreeuwen. Doe zelf iets, roepen de films terug. 

 

Aanleiding van dit artikel is de recente re-release van Oogverblindend, Blackwater Fever, en Waarom Heeft Niemand Mij Verteld Dat Het Zo Erg Zou Worden In Afghanistan op Vimeo On Demand.  

Vind ons: