Nu aan het lezen:

Pluizig Kwaad: Horrorfilms en huisdieren

Pluizig Kwaad: Horrorfilms en huisdieren

 

Huisdieren zijn geweldig. Een cavia zal nooit tegen je liegen of je vervelen met oeverloze monologen over zijn politieke standpunten. Een hond begroet je elke dag alsof jouw thuiskomst het aller- allerbeste is wat hem ooit zal overkomen. Met een kat naast je op de bank ben je nooit meer eenzaam. En dat is waar de horror producenten binnenkomen. Veilige gevoelens? Mooi! Die zullen ze eens vakkundig voor je verpesten. De volgende vijf films laten je in het vervolg wel twee keer nadenken vóór je een weekend op de hamster van de buren past.

1. Cujo (1983)

Er was een tijd dat de naam ‘Beethoven’ meer te maken had met een pluizige, kwijlende Sint Bernard-hond dan met de beroemde componist. Dankzij de hartverwarmende Beethoven-films wilde iedereen halverwege de jaren 90 wel zo’n gezellige, bruinbonte lobbes voor zijn gezin. Complimenten voor de PR-afdeling van Sint Bernard-fokkers wereldwijd, want dat familiehond-imago leek na de verfilming van Stephen King’s Cujo ver te zoeken. Cujo is een echte kindervriend, net als zijn soortgenoot in Beethoven. Helaas voor Cujo hebben zijn baasjes het nogal druk met drinken, gokken en ruzie maken, en zijn de jaarlijkse inentingen er bij ingeschoten. Daardoor verandert de kwispelende knuffelbeer na een beet van een vleermuis in een harig monster dat niet alleen overvloedig kwijlt, maar ook bedekt is in een korstige laag pus en modder. Cujo’s gehoor is bovendien zo gevoelig geworden, dat hij alles wat geluid maakt genadeloos in stukken scheurt. Wijze lessen: ent je huisdier regelmatig in, en leer je kinderen niet te gillen in openbare ruimtes. Voor je eigen bestwil.

2. Pet Sematary (1989)

We zagen het al in Cujo: Stephen King houdt van dieren en van horror, en het liefst allebei tegelijk. Een man naar mijn hart. In de verfilming van Pet Sematary verhuist een gezellig, typisch jaren ’80-gezin naar een riant huis in een zonnige buitenwijk, met veel tuin en een grote, gevaarlijke autoweg ernaast. De huiskat, een prachtige Britse Korthaar die vernoemd is naar Winston Churchill, wordt al snel doodgereden en begraven op het dierenkerkhof dat het gezin vindt in hun achtertuin. Helaas blijkt het dierenkerkhof op een Indiaans mensenkerkhof te zijn gebouwd (dat zag je vast niet aankomen!) en herrijst Church na een paar dagen uit de dood. Gek genoeg kijkt niemand daar echt van op. Goed, Church ruikt vreemd en hij wil ineens niet meer geknuffeld worden, maar ach. Zo zijn katten nu eenmaal, toch? De echte problemen komen pas wanneer de jongste telg van het gezin ook de autoweg des doods oversteekt en –natuurlijk– op hetzelfde kerkhof wordt begraven, met als doel hem weer tot leven te wekken. Het is alsof mensen in horrorfilms nooit een horrorfilm hebben gezien.

3. Night of the Lepus (1979)

Sinds Monthy Python and the Holy Grail weten we dat zelfs konijnen bloeddorstige monsters kunnen zijn. Toch zijn we de afgelopen jaren niet bepaald overspoeld met konijnenhorror. Waarom niet? Zijn het de komische flaporen? Het wiebelneusje? De meest noemenswaardige hangoor-horror is Night of the Lepus, waarin een dorp wordt geteisterd door een konijnenplaag. Er is nog geen dode gevallen (althans, niet aan de kant van de mensen) of er worden bij bosjes konijnen neergeschoten, in vuilnisemmers gegooid en onderworpen aan twijfelachtige lab-experimenten. Je begint je al af te vragen wie in dit verhaal eigenlijk de echte griezels zijn, wanneer er een proefkonijn ontsnapt en muteert tot een reuzenkonijn met een onverklaarbare honger naar mensenvlees. Het acteerwerk en het plot zijn wat je van een jaren ’70 B-film kunt verwachten, maar de special effects maken alles de moeite waard: door gewone konijnen in extreme close-up en slow motion te filmen, worden ze vanzelf griezelig. Wat ketchup en onheilspellend gehijg erbij en je hebt een verrassend overtuigend monster.

4. Willard (2003)

Er zijn genoeg mensen bij wie de koude rillingen al over de rug lopen als ze maar aan een rat denken. Die staarten! Die oranje tanden! Toch zijn tamme ratten populaire huisdieren: ze zitten net als katten graag gezellig op schoot en je kunt ze allerlei trucjes leren. Dat laatste komt de titelheld van Willard goed uit. Het zit de sociaal onhandige Willard namelijk allemaal niet mee: een Norman Bates-achtige thuissituatie, een tiran van een werkgever en dan ook nog eens een fikse rattenplaag in de kelder. Gelukkig beschikt Willard wat ratten betreft wel over prima conversatievaardigheden, en al snel heeft hij een persoonlijk leger van trippelende knagers om zijn problemen voor hem op te lossen. Deze film is wat er zou gebeuren als Alfred Hitchcock Ratatouille had mogen regisseren.

5. The Birds (1963)

De hoofdpersonages doen hard hun best om van The Birds een romantisch drama te maken, maar telkens wanneer ze elkaar te diep in de ogen kijken, probeert een vogel daar een stokje voor te steken. Van kippen die niet meer willen eten tot meeuwen die het hoogblonde hoofdpersonage in het perfecte gezicht krabben. Halverwege de film besluit iedereen het geflirt dan ook maar op te geven, en vanaf dat moment vliegen de krijsende, klauwende vogels je pas echt om de oren. Niemand kan uitleggen waarom alle vogels ineens zo agressief zijn geworden. Maakt dat uit? Niet echt. Als je op een zekere dag de voordeur opendoet en er vijfhonderd moordlustige kraaien zijn neergestreken op het klimrek voor je huis, zal de reden daarvoor je waarschijnlijk een worst wezen.

Dorith Graef is illustrator, houdt van paarden, eenden en katten, en is horrorfanaat. Check haar site, of volg haar op Twitter

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Written by

De grote eindbaas van Cine. Houdt van Dior, Wes Anderson, Migos, Edward Hopper en Instagram. Favoriete film aller tijden is op dit moment alles waar Michelle Pfeiffer in speelt. Kijkt films het liefst ‘s nachts.

Typ en klik enter om te zoeken