Een strenge docent die je het leven zuur maakt, daar kennen we er in films wel een paar van. Soms zijn ze door en door slecht, zoals Professor Umbridge uit Harry Potter of Agatha Trunchbull uit Matilda. Wat complexere representaties zijn er ook, zoals Terence Fletcher uit Whiplash of Thomas Leroy uit Black Swan. Das Vorspiel (de auditie) diept zo’n personage nog meer uit: Anna is viooldocent op een prestigieuze muziekschool en probeert het uiterste uit haar leerlingen en haar zoon te halen, ondertussen de grip op haar leven verliezend.

Anna (Nina Hoss) ziet iets in de jonge student Alexander, maar wanneer ze lesgeeft aan hem zodat hij goed voorbereid is op zijn auditie, weet ze dat talent nauwelijks meer op te rakelen. Hij speelt zielloos, maakt fouten en die ene schouder blijft maar opkruipen. Of hij nou eigenlijk dat talent helemaal niet heeft of dat haar methoden niet werken, blijft onduidelijk. Dat is sterk gedaan, want daarmee wordt ook de suggestie gewekt dat Anna misschien niet in staat is om talent te herkennen – hoe geloofwaardig is ze dan nog als docent?

Dat is niet de enige vraag die je doet twijfelen aan haar. Hoe goed is ze namelijk als moeder? Haar eigen zoon Jonas benadert ze koeltjes en probeert ze op subtiele manieren kenbaar te maken dat ze verwacht dat hij van viool spelen zijn leven maakt, waar hij niet in geïnteresseerd lijkt. Haar hoop lijkt ze daarom op Alexander te hebben gericht, een reden om te twijfelen aan haar motivaties om hem te zien groeien: hij moet de droom waarmaken die ze aan haar zoon had toebedeeld. Komt ook nog bij dat het misschien haar eigen droom is die ze via hen in vervulling wil laten gaan; we komen er langzaamaan achter dat ze een goede, maar te perfectionistische vioolspeler is, die door faalangst heeft moeten stoppen met optreden.

Alles in Anna’s leven lijkt zomaar om te kunnen vallen en zij heeft een masker opgezet om te doen alsof het allemaal prima gaat. Enerzijds is ze dan ook een ondoorgrondelijk personage, anderzijds is duidelijk van haar af te lezen dat ze niet goed in haar vel zit. Nina Hoss acteert fantastisch en weet een opgejaagd en angstig gevoel in de bewegingen van het personage te leggen, met nerveuze kleine glimlachjes die zijn bedoeld om gerust te stellen, maar die juist de indruk van twijfel wekken. Regisseur Ina Weisse heeft goede keuzes gemaakt om het personage mysterieus, maar ook ergerlijk en menselijk te houden. De scène waarin Anna samen met haar man in een restaurant is en twijfelt over waar ze moeten zitten en wat voor eten en drinken ze kiest, werkt je op de zenuwen, terwijl je ook kan lachen om de tragische pietluttigheid.

Dat we ook een glimp meekrijgen van hoe Anna de strenge, gevoelloos lijkende docent geworden is, zorgt voor een beetje begrip en sympathie voor haar. Af en toe duiken haar ouders op, in scènes waarin nauwelijks wordt gesproken, maar die wel duidelijk maken dat ze onder de terreur van haar vader is opgegroeid. Dat beetje begrip voor haar verdwijnt echter aan het eind van de film, wanneer Anna’s zoon iets verschrikkelijks en onvergeeflijks doet. Je blijft achter met de vraag wat ze hem nou heeft meegegeven – is hij niet een malicieuzere versie van haar geworden?