Color Out of Space is een film met gebreken. Maar het is ook een film zoals je er geen tweede zult zien dit jaar. In een van de eerste scènes voert tiener Lavinia een ritueel uit aan de rand van een meer. Daarna rijdt ze op haar witte paard naar huis, waar haar moeder op zolder de slechte wifi-verbinding vervloekt. Het bestaan van de Gardners, die de grote stad inruilden voor een afgelegen huis in de bossen van New England, is als een niet helemaal gelukte samensmelting van twee werelden.

Er ligt een ontwrichting aan de basis van het leven van het gezin, die in de eerste scènes al sluimerend voelbaar is onder het idyllische idee van je eigen groente verbouwen en alpaca’s melken. ‘A dream you dream alone, is just a dream’, fluisterspreekt Nathan romantisch tot zijn vrouw Theresa. ‘A dream you dream together, is reality.’ Maar de vraag is of we wel naar een gedeelde droom kijken, of naar de droom van één man die zijn gezin daarin heeft meegetrokken. En kan een droom onder die voorwaarden ooit werkelijkheid worden?

Een vergezeld van magenta-achtig licht in de tuin neerstortende meteoriet doet die ontwrichting langzaam ontaarden in een totale en mismakende onttakeling. De meteoriet verdwijnt, maar wat achter blijft is een vreemde gloed, die zich door het landschap verspreidt en alles aantast. De grond, de dieren en uiteindelijk ook de mensen.

De film is gebaseerd op een kort verhaal van H.P. Lovecraft, schepper van Cthulhu en Azathtoth, wiens verhalen geschreven lijken om te verfilmen en toch slagen die verfilmingen zelden. Waar de confrontatie met het onkenbare vaak een startpunt is voor een verhaal van moed en vindingrijkheid, daar is het bij Lovecraft de essentie. Hij gaat er niet voorbij, het onkenbare blijft onkenbaar. En de mens kan in zijn verhalen vaak niet meer dan toezien en, met wat geluk, getuigenis afleggen. Maar waar literatuur prima kan drijven op beschrijving, daar vraagt film om handelen. Daar komt bij dat Lovecraft nooit erg precies is in zijn beschrijvingen. Neem die kleur uit de ruimte, die wordt aangeduid met elk bestaand synoniem van onbeschrijfelijk. Hoe verfilm je dat in godsnaam?

Richard Stanley blijkt de juiste man om zich daaraan te wagen, maar daarvoor moest hij van ver komen. Voor wie het verhaal niet kent: Stanley verscheen begin jaren 90 op de radar met Hardware en Dust Devil. Het zette de deur open naar een Hollywoodverfilming van The Island of dr. Moreau, wat uitliep op een grandioos fiasco, opgetekend in de documentaire Lost Soul: The Doomed Journey of Richard Stanley’s Island of Dr. Moreau. Een onhandelbare Val Kilmer, oncontroleerbare weersomstandigheden en onbegrip tussen regisseur en studio leidden tot het ontslag van Stanley, die Hollywood gedesillusioneerd achterliet. Hij verhuisde naar het Franse Montsegur, maakte documentaires en gaf rondleidingen. Color Out of Space is zijn eerste speelfilm in bijna drie decennia.

‘I reclaimed my chair’, zegt Stanley in een korte (spoilerrijke) making of-documentaire, en dat doet hij met dezelfde aanstekelijke bravoure van al die jaren geleden. Color Out of Space is een uitzinnige en bij vlagen ongeremde film. Een film die zich onverschrokken in de onpeilbare dieptes van de waanzin stort en daarbij in Nicolas Cage de perfecte hoofdrolspeler heeft. Zoals criticus Roger Ebert eens over hem schreef: ‘If a film calls for it, he will crawl to the top, hand over hand, with bleeding fingernails.’ En dat is precies wat Color Out of Space nodig heeft. Er zijn weinig filmacteurs die zo de abstractie in durven gaan als Cage, dusdanig de vervreemding durven op te zoeken.

Stanley’s affiniteit met het occulte en mystieke sluit naadloos aan bij Lovecrafts mythologie van oude werelden, maar tegelijk heeft hij iets heel nuchters. Het klopt op een gekke manier als deze man, die een voodoo-vloek uitsprak over John Frankenheimer en woont in een huis dat werd gebruikt door een heksenkring (‘they did leave the downstairs in a bit of a mess’), zichzelf bestempelt als ‘a pretty rational person’. En hoe exuberant de film visueel ook wordt, hij verliest niet uit het oog waar het werk van Lovecraft werkelijk om draait: niet de monsters, maar de existentiële angst die zij oproepen. Dat onbestemde gevoel van onbehagen dat voortkomt uit de confrontatie met iets dat het voorstellingsvermogen te boven gaat en waar de mens geen antwoord op heeft.

Lange tijd is het alsof er twee werelden langs elkaar heen bewegen. Terwijl de gloed langzaam terrein wint, pakt het gezin het leven weer op. Maar ontkomen aan de tentakels van het onbenoembare doen ze niet en er ontstaat een vervreemdend gevoel van verlamming. De gezinsleden handelen nog wel, maar met steeds minder consequentie. Letterlijk, want de tijd begint zich op te vouwen en uit te strekken. En vooral in het geval van Nathan is het juist in zijn acties dat hij de confrontatie ontduikt en weigert te zien wat er om hem heen gebeurt. In plaats van een waarschuwing ziet hij in de misvormde perziken en tomaten die hij oogst een bewijs van zijn succes.

Toch wordt nooit onomstotelijk gemaakt of de mens hier slachtoffer wordt van de door hemzelf veroorzaakte ontwrichting of van krachten die veel ongrijpbaarder zijn dan dat. Wat wel helder wordt, is hoe onbeduidend de mens er tegenover is. Of preciezer: de man. En preciezer nog: de witte Amerikaanse man. Er is een moment waarin Cage een onmiskenbare Trump-imitatie doet, inclusief het bekende gebaartje met de duim en wijsvinger. Maar zijn rol is geen specifieke sneer naar Trump. Het is een ontmanteling van de autoritaire figuur van macht, van witte mannen die generatie op generatie de macht doorgeven. Van vaders die regeren, zelfs over het graf heen.

Het werk van Lovecraft gaat vrijwel altijd over de botsing met een oude wereld die het tijdperk van de mens ver voorging.  Maar Stanley lijkt in Color Out of Space een nieuwe breuk in de tijd aan te kondigen. Het einde van een eenkennige heerschappij die blind is voor zijn eigen feilbaarheid. De ontbinding van een onhoudbare manier van leven die de aarde uitput en economische belangen consequent plaatst boven een ecologische balans. En vooral is de film een verbeelding van de onvermijdelijke stuiptrekkingen waarmee dat oude bestaan teloorgaat, gruwelijk en grotesk.