In a world gone mad…  we leven in een verwarrende wereld. Om grip te krijgen op de waanzin die zijn weerslag heeft op het witte doek, formeerde Cine een team van specialisten om deze te doorgronden. If you have a problem, if no one else can help, and if you can find them, maybe you can hire the Cinematties!

Spike Lee levert met Da 5 Bloods een ambitieuze film af die diverse genres tot een enerverend geheel probeert samen te brengen, van road movie en buddy comedy tot politiek pamflet en oorlogsfilm. Is hij daarin geslaagd? De vijf Cine-redacteuren die in discussie gaan zijn Timna Rauch, Kaj van Zoelen, Eline Soumeru, Julius Koetsier en Luuk van Huët.

LvH: ‘Da 5 Bloods was oorspronkelijk een film over witte Vietnamveteranen getiteld The Last Tour, die geregisseerd zou worden door Oliver Stone.’

TR: ‘Het was absoluut een Spike Lee film pur sang. De muziekkeuzes, de close-ups waarbij de vierde wand wordt doorbroken, het gebruik van archiefbeelden; alle ingrediënten zitten erin. En ruimte voor humor, dat is misschien nog wel wat ik het belangrijkste vind aan zijn werk. Hoe zwaar het onderwerp of de boodschap van zijn verhalen ook mag zijn, er is altijd ruimte om te lachen. Lee’s stempel op dit verhaal is in deze film daarbij zo duidelijk, dat ik me geen voorstelling kan maken van hoe dit verhaal eruit had gezien als Oliver Stone het had verteld.’

KvZ: ‘Lee’s stempel is ook vooral te voelen in hoe hij de zwarte Amerikaanse ervaring centraal stelt. Vanaf de openingsscène laat hij zien hoe de oorlog in Vietnam en de zwarte burgerrechtenbeweging in de VS aan elkaar verbonden zijn door het geweld van dezelfde regering. Hoe de zwarte soldaten zowel slachtoffer van rassenongelijkheid in het thuisland en uitvoerder van westers kapitalistisch imperialisme zijn, en de complexe gevoelens die daarbij nog eens bovenop de oorlogstrauma’s komen, die we in andere films over deze oorlog al veel zagen.’

ES: ‘Die ervaringen met aan de ene kant het oorlogsfront en aan de andere kant de onrust aan het thuisfront geven soms het gevoel dat ze dichter bij de Vietnamezen stonden dan bij hun eigen land(genoten). Vechtend voor niemand, of voornamelijk voor zichzelf. De reis en de confrontatie met die gevoelens zijn op een interessante en ook ontroerende manier uitgewerkt. Het doet wel wat met me, personages die nooit in staat zijn geweest zich los te maken van hun verleden. Een verleden waar de persoonlijke ervaring zo is beïnvloed door krachten en gebeurtenissen van buitenaf.’

LvH: ‘De vier hoofdrolspelers spelen zichzelf in de scènes die zich vijftig jaar eerder afspelen in Vietnam. Ik vond dat heel even verwarrend, maar daarna vond ik het een heel geslaagde keuze.’

TR: ‘Ik vond het zeker goed werken. Zeker omdat we op de foto’s aan het einde van de film ineens wel de personages zien als jonge jongens.Deze vier mannen leven in feite nog steeds de oorlog. Maar wat ik wel moeilijk vond is dat er heel veel van die ‘keuzes’ in de film zitten. BlacKkKlansman voelt veel meer als een ‘gewone’ Spike Lee-film, die je aan het eind nog even flink om de oren mept met de actuele werkelijkheid. In Da 5 Bloods was ik soms wel een beetje overweldigt door alles wat de film wil zeggen en doen. Maar daardoor is het ook een film die de moeite waard is om meerdere keren te zien en langer te overdenken. Net als wijn, hij mag best even rijpen…’

KvZ: ‘Dat maakt het wat mij betreft juist een echte Spike Lee-film. Hij vergaloppeert zich wel eens in tjokvolle films, wat dan ten koste gaat van een goede uitwerking van alle punten die hij wil maken (denk aan Girl 6 of She Hate Me). Maar hoewel hij nog steeds wel eens uit de bocht vliegt en steken laat vallen, slaagt hij er hier goed in om de hoofdlijnen in het vizier te houden. Zoals inderdaad de keuze om de oude acteurs zonder make-up of digtale effecten hun jongere zelf te laten spelen, die in combinatie met hun verhalen over de nachtmerries die ze nog steeds hebben en wat ze later in de film meemaken, effectief visualiseert hoe ze eigenlijk nog altijd in de oorlog leven. Ondanks hun leven na de oorlog, hebben ze deze nooit echt achter zich kunnen laten.’

LvH: ‘Delroy Lindo krijgt de meest uitdagende rol als Paul, een heetgebakerde Trump-aanhanger die door zijn posttraumatische stressstoornis een ongeleid projectiel is.’

KvZ: ‘Heel mooi om te zien dat Lindo nu de lof krijgt die hij al decennia verdient. Maar ook zeker voor deze rol. En dan te bedenken dat Lee oorspronkelijk wilde dat Denzel Washington Paul zou spelen, met zijn echte zoon John David (de hoofdrolspeler van BlacKkKlansman) in de rol van Pauls zoon David. Hoe zou het moment dan geweest zijn, wanneer Lindo terwijl hij wegloopt van de groep opeens begint te schreeuwen en te huilen, alsof al zijn trauma’s, gevoelens en frustraties in één keer uit zijn lichaam stromen zonder dat hij er iets aan kan doen?’

TR: ‘Denzel als Paul?! Daar kan ik me nauwelijks wat bij voorstellen. Voor de Paul aan het begin van de film is hij uiteraard geknipt, maar bij dat breekpunt waardoor het personage rond wordt, daar kan ik me Denzel niet voorstellen. Ik denk dat Paul dan veel vlakker was geworden. Ik ben sowieso erg te spreken over de personages en het acteerwerk in deze film. Alle vier de mannen zijn heel menselijk, hebben rafelige randjes, trauma’s, maffe trekjes waardoor ik van allemaal toch een beetje ging houden. Zelfs van Trump-aanhanger Paul en zelfs als hij de verkeerde keuzes maakt. Want je ziet het verdriet en de onhandigheid waar het vandaan komt.’

KvZ: ‘Ik werd positief verrast door hoe Lee naast het Amerikaanse perspectief op die complexe trauma’s ook aandacht gaf aan de Vietnamese oorlogstrauma’s. Het is sowieso al ongewoon in Amerikaanse films over de Amerikaanse oorlog (zo heet de oorlog in Vietnam), dat Vietnamezen dialogen hebben. Daarbij spreken ze ook nog eens echt Vietnamees onderling, en geen brabbeltaaltje dat door Thaise of Filipijnse figuranten is bedacht. Bovendien zorgt de Engelse ondertiteling ervoor dat hun Vietnamese dialoog niet iets exotisch blijft, en hun gevoelens en gedachten niet ondergeschikt blijven aan die van de Amerikaanse personages. In vergelijking met de Amerikaanse hoofdpersonages blijven de Vietnamese rollen klein, maar in de marges gebeurt er wel heel veel. De Vietnamese veteraan die tijdens een confrontatie in de jungle een tirade tegen de oorlogsmisdaden van Amerikaanse soldaten afsteekt, kwam op mij over als een spiegel voor Lindo’s personage. Beiden zijn zo getraumatiseerd door de oorlog, dat ze de strijd van toen nooit los hebben kunnen laten. Tegelijk is er in andere personages ook veerkracht en verwerking te zien, en in symbolen zoals het standbeeld van Trần Hưng Đạo, een militair die in de 13de eeuw het afslaan van maar liefst drie Mongoolse invasies leidde. Wat aan de ene kant laat zien hoe Vietnam al veel langer met buitenlandse grootmachten te maken heeft, lang voordat de Fransen en nog later de Amerikanen kwamen. Het is niet alleen maar een plek waar ‘Amerika de onschuld verloor.’ Aan de andere kant laat dat standbeeld, staande tussen moderne wolkenkrabbers, ook zien hoe de fysieke en mentale restanten van al die oorlogen onlosmakelijk vervlochten zijn in het land. Zoals Phuong Le het zei op Twitter: de oorlog is nooit voorbij.’

JK: ‘Het is duidelijk dat Lee reageert op eerdere Vietnamfilms (Rambo wordt genoemd, naar Apocalypse Now  wordt verwezen met Ritt der Walküre) en iets recht te zetten heeft. Lee heeft altijd graag gespeeld met en commentaar geleverd op de filmgeschiedenis. Meerdere citaten uit Treasure of the Sierra Madre suggereren een soortgelijke, hopeloze zoektocht. Amerikanen vinden wat ze zoeken, maar niet wat ze willen.’

TR: ‘Het is ook wat dat betreft een heel rijke film. Lee geeft hiermee denk ik ook op meer commentaar dan alleen die Hollywoodachtige vertellingen van Vietnam. Wat hij ook heel mooi aan het voetlicht brengt is dat de angst en het trauma dat vaak voedingsbodem zijn voor racisme en onderdrukking universeel zijn. Paul oordeelt zelf heel hard over zijn medemens, terwijl hij uit ervaring weet wat het betekent om zo makkelijke weggezet te worden. Welke kleur je ook hebt, we worden allemaal bang gemaakt voor de ‘ander’. Dat zie je heel letterlijk terug in Paul, maar zeker ook in de Vietnamese personages in deze film. Maar daardoor blijf ik toch ook weer terugkeren naar het ‘teveel’ van deze film. Want als je zoveel wil zeggen, loop je het risico uiteindelijk niets te zeggen. Lee balanceert voor mij op het randje met deze film, en ik ben er ook na deze Cinematties nog niet helemaal uit welke kant hij op gaat vallen.’