Cinema Culinair gaat, zoals veel bedrijven tijdens de Coronacrisis, tijdelijk over op thuisservice. Werkt dat?

Cinema Culinair is al jaren een begrip onder cinefielen en foodies, vanwege het unieke concept waarbij je op de minuut op je bord krijgt wat er op het scherm te zien is. Vanwege het prijskaartje heb ik het nooit eerder geprobeerd. Vanwege de pandemie gooit Cinema Culinair het over een andere boeg. In verschillende steden, vooralsnog Rotterdam en Utrecht, zijn er restaurants die de zeven gangen koud bij je afleveren: het enige wat je hoeft te doen is de magnetron of oven aan te zetten of wat minimale bereiding in een pannetje.

Nu is dat natuurlijk wel minder comfortabel dan een ober die de gangen ter plekke op tijd opdient, en de kosten zijn nog steeds best hoog. Maar ik wilde het nu wel eens uitproberen, en toevallig werd er vorige week een maaltijd geleverd voor bij Tampopo (Jūzō Itami, 1985), een van mijn favoriete eetfilms. Nu moet ik erbij vertellen dat ik niet de meest briljante thuiskok ben — ik kreeg het voor elkaar om mijn mochi-balletje aan te laten branden. Tevens ben ik geen voedselconnaisseur of enorm avontuurlijke eter. In het kader van ‘schoenmaker blijf bij je leest’ zul je mij als filmrecensent dus ook niet uitgebreid horen praten over mondgevoel of krokantjes.

Mij gaat het er meer om: hoe werkt een concept als Cinema Culinair wel als je zelf ook nog aan de slag moet? Het antwoord is: verrassend goed. Ze maken het je erg makkelijk door de gerechten te nummeren, en met een uitgebreide en heldere handleiding aan te geven hoe je de bereidingen het beste kunt aanpakken en wanneer. Dat een keukenkneus als ik dan nog mijn mochi laat aanbranden betekent niet dat de gemiddelde thuiskok hier een flinke klus aan heeft.

Sterker nog: de pauzes die nodig waren om de gerechten te verwarmen waren kort genoeg om me niet uit de film te halen. Het gemiddelde gerecht is in minder dan drie minuten warm. Aan het einde bleef vooral het gevoel een goede film te hebben gezien met daarbij goed eten.

Want dat is waar Cinema Culinair in voorziet: bij films als Tampopo (en Io sono l’amore en Ratatouille, die ze ook aanbieden) heb je als kijker soms de wens mee te kunnen eten met de mensen op het scherm. In het geval van Tampopo is het echt een meerwaarde om op het moment dat de oude baas aan een jonge man uitlegt hoe je ramen moet eten én eren, zelf te kunnen delen in de eetvreugde. Dat ik alle kommen soep (waaronder ramen met varkensvlees, Oshiruko en Ramen Tampopo) tot de laatste druppel leeg heb gedronken is het grootst denkbare compliment, weet een ieder die de film heeft gezien. Ook de vier andere gerechten (een lekker zilte onigiri, een verse oester, smaakvol buikspek en niet te versmaden pekingeend) waren de moeite waard.

Ook ik als culinaire leek kon merken dat we te maken hebben met gewoon verdomd goed eten. De miso is sterk aanwezig, niet lafjes zoals bij veel Nederlands-Aziatische restaurants. Ik heb zelfs mijn eigen grenzen kunnen verleggen door voor het eerst in mijn leven een oester naar binnen te slobberen (al met al geen onprettige ervaring, maar ook geen favoriet).

Cinema Culinair is, net als bij de gewone avonden die hopelijk post-corona terugkeren, niet iets om wekelijks te herhalen, maar een speciale gelegenheid. Gelukkig voelt het ook thuis speciaal genoeg.