Als we tegenwoordig beelden uit de Arabische wereld zien, lijkt de gelijknamige lente ver weg. De revoluties in Egypte, Libië en Jemen waren van korte duur, Syrië is verwoest, de Palestijnse gebieden worden weggedrukt en de gevolgen van de vluchtelingenstromen zetten heel Europa op scherp. In zo’n situatie sneuvelt de filmkunst vaak al eerste. Toch brengt het Festival Cinema Arabe – inmiddels al de achtste editie – de vaak moeizaam tot stand gekomen films naar een aantal Nederlandse filmtheaters. En waar op het IDFA documentaires over oorlog en ellende je om de oren vliegen, laat Cinema Arabe een andere kant zien, met aandacht voor zwarte humor en muziek. Daarom hieronder een paar parels uit het programma. Yalla!

Eén van de thema’s dit jaar is Tussen twee culturen. Zowel de openingsfilm Fatima als de wereldpremière van de Nederlandse Bezness as usual zijn hier twee ijzersterke voorbeelden van. Fatima won vorig jaar de César (de Franse Oscar) voor beste film en laat de kloof zien tussen een gescheiden moslimvrouw (Fatima) en haar twee jonge dochters Souad en Nesrine. De dochters kijken neer op hun moeder die geen Frans spreekt en alleen met schoonmaken de kost kan verdienen. Ze voelen zich onbegrepen, zowel door hun ‘achterlijke’ moeder als door de Franse samenleving.  Intussen schrijft Fatima stiekem gevoelige teksten in haar Arabische dagboek. Fatima, van de in Marokko geboren regisseur Philippe Faucon, laat een doodgewoon migrantenverhaal zien. Maar door het slimme en subtiele scenario, het mooie acteerwerk en het vermijden van sentiment komt de botsing tussen generaties en culturen des te harder binnen.

Diezelfde botsing zit in de tweede film van de Groningse filmmaker Alex Pitstra, ofwel Karim Alexander Ben Hassen zoals hij als kind van een Tunesische vader en een Nederlandse moeder nog heette. Pitstra’s vorige film, Die Welt (2013) ging over de zoektocht naar zijn Tunesische vader die, toen Alex nog jong was, de Groningse klei ontvluchtte en naar Tunesië terugkeerde. Maar waar Die Welt een speelfilm was, is Bezness as Usual een onvervalste ego-documentaire. Alex Pitstra laat messcherp en zonder zichzelf te beschermen zien hoe hij heen en weer wordt geslingerd tussen zijn vader die hem soms als een Westerse portemonnee ziet en zijn moeder die zichzelf enorm tekortgedaan voelt. De camera volgt Pitstra zeer dicht op de huid, niet alleen fysiek maar ook emotioneel. Bezness as Usual  is niet alleen een ontroerend én humoristisch portret van een jongen uit de Groningse klei op zoek naar zijn Noord-Afrikaanse roots, maar laat ook met prachtig archiefmateriaal zien hoe Tunesië het beloofde land was voor veel westerse vrouwen in de jaren ’70. Maar na twee van zulke persoonlijke films is Alex Pitstra voorlopig wel klaar met Tunesië, zo zei hij na afloop van de wereldpremière woensdagavond in Amsterdam. Alleen al daarom is het jammer dat Bezness as Usual geen reguliere bioscooprelease krijgt.

Dat laatste krijgt The Idol wel, de nieuwe film van de Nederlands-Palestijnse regisseur Hany Abu-Assad. Het is een onvervalste feelgood movie over het onwaarschijnlijke maar echt gebeurde verhaal van een jongen uit een kapotgeschoten dorp in de Gazastrook die door weet te dringen tot Arab Idol, net als Idols in Nederland ook in het Midden-Oosten ongekend populair. De clichés buitelen over elkaar, het begin is gejat van Slumdog Millionaire en het sentiment ligt er dik bovenop, maar het werkt allemaal wel erg goed. En aan het eind moet je wel van steen zijn om ook niet een traantje weg te pinken bij de finale van het tv-programma, als de gewone jongen uit Gaza met zijn zangstem een golf van positivisme over het hele gebied veroorzaakt. Noem het naïef, maar het levert wel een fijne film op, als afwisseling op het harde dagelijkse nieuws.

Ander aanraders: de Libanese misdaadkomedie Very Big Shot, de muziekfilm Yallah! Underground en de documentaires over Nasser, Sadat en Mubarak.

Festival Cinema Arabe is nog tot en met 7 mei te zien in Amsterdam, Rotterdam, Leeuwarden, Den Bosch en Den Haag. Voor het programma zie cinemaarabe.nl.