Now Reading:

Woord & Beeld: Het probleem met films over schrijven

Woord & Beeld: Het probleem met films over schrijven

Wat is het met films waarin de hoofdpersoon schrijft? Adaptation bracht minder op dan verwacht. Wonder Boys was een regelrechte flop. De milkshake van Barton Fink bracht bijna geen jongetjes naar de tuin. Het is geen vaste stelregel, maar wel een patroon: gaat je film te veel over de samenvoeging van letters tot woorden, zinnen en uiteindelijk een tekst, dan moet je er niet te veel op rekenen dat er ook mensen naar gaan kijken. Er is een problematische verhouding tussen de filmkijker en het schrijvende hoofdpersonage. Hoe komt dat?

Adaptation. (Spike Jonze, 2002)

Begin scène. Een gepijnigde kunstenaar is bezig iets te scheppen. Geen prachtig schilderij of standbeeld dat start als niets en langzaam de vorm krijgt van een meesterwerk. Niet een symfonie die begint met losse tonen die in de lucht de ene na de andere verbinding vindt en samensmelt met de klanken van andere instrumenten. Geeneens een acteerstuk waar de speler de juiste intonatie vindt om zijn emotie in de meest optimale vorm over te brengen. Nee, het zijn letters die op papier verschijnen. Ze bouwen personen met innerlijke levens, ze duiken in fantasie en gevoel en ze scheppen een hele wereld. Maar de wereld zie je niet, alleen de letters waartussen die wereld ligt verscholen. 

Een mooie typografie kan een dergelijke scène niet redden. De kunst is opgebouwd uit te abstracte kleine onderdelen, die je niet in een keer tot je kunt nemen. Totdat je gaat lezen is het een groot vlak vol symbolen, en lezen duurt – om met Davina Michelle te spreken – te lang. Het is een praktische handicap, en eigenlijk ook een waar nog wel wat filmische oplossingen voor zijn. De schepping van de geniale oneliner is wel kort genoeg, en met een beetje creatieve dialoog of voiceover is die duidelijk genoeg op celluloid te vangen. En anders vang je het beschrevene wel in beelden. Kijk, dit is wat de schrijver heeft gemaakt en hoe film dat invult! Andere problemen zijn echter minder overkomelijk.

Schrijven is een kunst. Maar zoals met zoveel kunsten is schrijven ook vooral een ambacht. Een tekst opbouwen is niet simpelweg iets wat in je hoofd zit uitstorten op papier. Er zijn duidelijke regels: spelling, grammatica en andere taalregels. Een goede tekst heeft ook afwisseling nodig, een spanningsboog en als het even meezit een lekkere uitsmijter. Maar als het voor de lezer expliciet duidelijk wordt hoe alle regels en richtlijnen haarfijn worden gevolgd, verliest een tekst zijn magie. Regels zijn er om gebogen en zelfs gebroken te worden. Creativiteit zit ‘m in de behendigheid waarmee dat gebeurt. En dan is er nog het punt dat gevoel, verhaal en betekenis vaak zit in dat wat niet letterlijk op papier staat, maar in wat je tussen de regels doorleest. Maar dat neemt niet weg dat de echte bezigheid van schrijven een stuk minder romantisch is dan filmmakers graag willen doen geloven. 

Barton Fink (Joel & Ethan Coen, 1991)

Wil je de regels naar je hand zetten, dan is het beter ze te kennen. En hoe geroutineerd een schrijver ook is, de backspace is een vast onderdeel van het schrijfproces. Er wordt veel verbeterd, gewijzigd en weggegooid. Hoe lekkerder een tekst makkelijk wegleest, hoe groter de kans dat er een tergend schrijfproces aan vooraf is gegaan, allemaal onromantisch geploeter. En het ziet er niet uit. Voorbeeldje? Ik heb er twee.

Twee extremen binnen de belichaming van het schrijfproces zijn Stephen King en wijlen Douglas Adams. De een schrijft meerdere lijvige boeken per jaar. Kings veelschrijverij is legendarisch. Per dag jaagt hij minstens tweeduizend woorden door zijn tekstverwerker, het minimum dat hij zichzelf heeft opgelegd volgens zijn boek On Writing: A Memoir of the Craft. Zet er een camera op en het enige wat beweegt zijn twee paar handen en af en toe een tweetal ogen. Misschien is er afwisseling als hij tussendoor een slok koffie neemt.

Zijn tegenpool, Adams, zei ooit: ‘Schrijven is een makkie: je hoeft alleen maar naar een blanco papiertje staren totdat je voorhoofd gaat bloeden.’ Hij was met geen mogelijkheid aan het schrijven te krijgen. Om aan de gang te komen, ging hij urenlang liggen weken in een bad. En zelfs dan kwam er vaak niks. Als zijn uitgever hem uiteindelijk dwong, na de zoveelste gemiste deadline, was het proces tergend langzaam en pijnlijk. Een film hierover zou nog net geen psychologische snuffmovie zijn, waarin het slachtoffer zichzelf nog meer pijnigt dan de dader.

Misery (Rob Reiner, 1990)

En de oplossing om het spannend te maken in films is juist vaak die writer’s block waar Adams zo’n last van had. Wonder Boys is er het schoolvoorbeeld van. Schrijvers worstelen om iets op papier te krijgen; of ze weten niets te verzinnen, of ze vinden de woorden niet om zich uit te drukken. Want niet voor elkaar krijgen wat je wilt is conflict en conflict is spannend. Fout! Deze aanpak geeft een heel nieuw probleem, want de ‘normale’ mensen verkeren in een continue staat van writer’s block.

Natuurlijk, iedereen krabbelt weleens wat woorden op papier. Maar de meesten van ons schrijven alleen maar op wat we moeten opschrijven. Of dat een boodschappenlijstje is, een boze tirade op Facebook of een ellenlange reeks onzinnige appjes in een groepsgesprek dat eigenlijk bedoeld is voor serieus werkoverleg. Als je een helder doel hebt, als je precíes weet wat er moet komen te staan en er geen creativiteit bij komt kijken, vloeien woorden vanzelf. De rest van de tijd: block. En dat is prima, zo werkt het. Niet iedereen hoeft de hele tijd Umberto Eco te zijn. En als het niet lukt, gaan de meesten niet aanstellerig op de grond liggen zoals Nicolas Cage in Adaptation. Het punt is: heel weinig mensen voeren een strijd tegen een schrijfblokkade, omdat de meesten het simpelweg nooit hoeven. Het is niet iets waar de gemiddelde kijker zich in kan verplaatsen: strijden tegen hun normale gang van zaken. 

Welke films over schrijvers wel succesvol zijn? Die waar het schrijverschap zelf niet wordt uitgediept, maar vooral de zaken eromheen. Capote trok bekijks dankzij de Oscarwinnende acteerprestatie van Philip Seymour Hoffman, maar het helpt ook dat de film meer gaat over het onderzoek dat ten grondslag lag aan Truman Capote’s literaire meesterwerk In Cold Blood dan over het daadwerkelijke schrijven ervan. En in Fear and Loathing in Las Vegas delen we vooral mee in de drugshallucinaties van Raoul Duke. Maar alleen al de schijn kan tegenzitten. Alhoewel in Trumbo vooral is te genieten van de politieke sores die scriptschrijver Dalton Trumbo zich op de hals haalt, zie je hem op de promofoto’s vaak met zijn typemachine in bad zitten. Een schrijffilm? Nou, laat dan maar.

Trumbo (Jay Roach, 2015)

Niet dat kiezen voor het weglaten van de bezigheid schrijven levert per se betere films op. Het dichtst wat de recente biopic Tolkien komt bij het tonen van het creatieve proces is een gesprek aan tafel tussen de schrijver en zijn love interest Edith. Hij krijgt het woord ‘cellar door’ voorgelegd en moet er een nieuwe, mythische betekenis voor verzinnen. Improviserend bedenkt hij bij de klanken een hele nepgeschiedenis, maar dit is niet de J.R.R. Tolkien die achter een bureautje zit te ploeteren op een lijvig epos. De film is zo slim om te eindigen bij het opschrijven van de openingszin van zijn eerste boek, The Hobbit. We zien alleen hoe Tolkien die persoon werd, maar niet hoe hij die persoon was. Het is dan wel een film waar het publiek enigszins op kan inhaken, het blijft vooral een zeer degelijk biografisch werk. 

Het is echter wel zo dat hoe minder een hoofdpersoon bezig is met schrijven, hoe beter de film bevalt. Terug naar Stephen King: als er iemand veel verhalen heeft geschreven met een schrijver als hoofdpersoon, dan is hij het wel. En veel van die boeken zijn verfilmd. Maar die verhalen gaan zo goed als nooit over wat deze schrijvers schrijven. Neem The Shining. Jack Torrance heeft een blokkade in sommige scènes en typt weer in andere. Maar het bevindt zich aan de rand van de horror. En het wordt er onderdeel van, als blijkt dat hij slechts één zin herhaaldelijk op papier heeft gezet. In Misery gaat het ook niet om wat de hoofdpersoon schrijft als hij door superfan Annie Wilkes wordt gedwongen een boek te herschrijven, maar om de situatie waarin hij dat doet. Onder dwang van een enorme sloophamer. Een film waar het schrijfproces belangrijker is, is Secret Window. Niet de meest memorabele King-verfilming, de rol van John Turturro misschien uitgezonderd.

Natuurlijk is er ook een tegenvoorbeeld: Shakespeare in Love. De Bard doopt daarin continu zijn pennenveer in de inktpot. Zolang hij geïnspireerd blijft door zijn muze, blijft hij maar woorden op papier zetten van zijn romantische meesterwerk Romeo & Juliet. Maar het is niet zijn worstelen met, en overwinnen van writer’s block die de film in 1999 zo populair maakten. De film is in eerste instantie eigenlijk helemaal geen biopic van William Shakespeare. Er wordt niet eens gedaan alsof dit een ware vertelling is, het is een ordinaire romcom in kostuums. Dat de veel te aantrekkelijke Joseph Fiennes is gecast in de titelrol benadrukt hoe arbitrair het is dat de hoofdpersoon de naam William Shakespeare is en dezelfde toneelstukken schrijft als de historische figuur. Veel belangrijker voor het verhaal is hoe hij zijn andere pennenveer in de inktpot van Gwyneth Paltrow doopt en dat de verzen die eruit voortvloeien een weddenschap kunnen beslechten. Dat Shakespeare-megafanboy Tom Stoppard het script mede heeft geschreven zorgt er vooral voor dat het verhaal zoveel mogelijk de jas draagt van de echte Bard. Maar veel meer dan een jasje is het niet, zeker niet voor de plot.

Shakespeare in Love (John Madden, 1998)

In een notendop is schrijven niet sexy, is het leugenachtig om het mooier te proberen te maken dan het is en kan het ook niet aantrekkelijk worden gemaakt met worstelingen die echte schrijvers doormaken. Maar hoe klein het publiek ook is van dit soort films, een publiek is er. Er is een gevaar om meteen een oordeel er tegenaan te smijten dat scenaristen te veel bezig zijn om hun oncharmante vak te romantiseren. Een klein publiek, zeker groter dan alle filmschrijvers, toneelschrijvers, romanciers en dichters bij elkaar opgeteld, smult er namelijk wel van. En gelukkig voor hen is er af en toe nog een gek met een studio in Hollywood die wat budget bij elkaar wil schrapen om een toffe schrijffilm te maken.

Een aantal nog niet genoemde schrijffilms die meer publiek verdienen: Naked Lunch, Orange County, RKO 281, Deconstructing Harry, Sunset Boulevard, Following, Ghost Writer, The End of the Tour, American Splendor, In the Mouth of Madness.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Input your search keywords and press Enter.